Her Majesty’s Swans

Het is al sinds de twaalfde eeuw traditie: de zwanendrift op de Theems in juli. Deze swan upping die dient ter bescherming van de soort, gaat gepaard met typisch Brits ceremonieel vertoon.

De jaarlijkse zwanendrift op de Theems in de derde week van juli. Onder leiding van de Her Majesty’s Swan Marker worden zwanen geteld, geringd, gewogen en erop gecontroleerd of ze gehinderd worden door afval, zoals bijvoorbeeld ingeslikt plastic. Foto’s Frank Augstein/AP

Er zijn geen wilde zwarte zwanen in Engeland, wat het oud-Hollandse kinderliedje ook moge zeggen. Christopher Perrins, emeritus hoogleraar zoölogie van de University of Oxford, reageert vanuit zijn kleine motorbootje met enige verbazing. „Engelse zwanen zijn altijd wit.” Zwarte zwanen, zegt hij, „zijn Austrálische zwanen”.

Hij is dé zwaandeskundige van het Verenigd Koninkrijk. En al sinds 1978 doet hij in de derde week van juli mee aan swan upping op de Theems, de zwanendrift.

Dierenmishandeling, zoals sommigen suggereren? Hier op de Theems is het juist natuurbescherming. De zwanen worden geteld en gecontroleerd op ziektes, en op plastic of vislijn die ze wellicht hebben ingeslikt en vastzit in de lange statige nek. De jongen worden geringd, gewogen en gemeten. Deze tijd van het jaar zijn zij nog te klein om weg te vliegen, de oudere zwanen zijn in de rui, verliezen hun slagpennen, en vliegen dus ook niet.

Maar de zwanendrift is ook een ceremonie van pracht en praal zoals alleen de Engelsen kunnen organiseren, en die sinds de twaalfde eeuw nauwelijks is veranderd. Vooraan op de Theems tussen Marlow en Henley-on-Thames vaart de skiff met Her Majesty’s Swan Marker in zijn rode uniform, een witte zwanenveer door zijn pet. Elizabeths vlag wappert op de boot, haar wapen staat op alle roeiriemen.

Vangen is landverraad

Alle wilde, niet-geringde knobbelzwanen in het land behoren toe aan de monarch, al oefent ze dat recht nog louter op de Theems uit. Het is – naast een overtreding van de natuurwet – volgens de wet nog altijd landverraad om deze zwanen te vangen.

Wie dat toch wil, moet toestemming aan Elizabeth vragen. Alleen de gildes van de Dyers (de stoffenververs) en de Vinters (de wijnhandelaren) houden vast aan hun in 1453 verkregen recht. Al hebben zij al lang geleden het eten van de zwanen ingeruild voor het eten van kalkoen. „Dit is puur symbolisch”, vertelt Jerry McCarthy, de zwanenteller van de Dyers.

In het dagelijks leven heeft hij niets met textiel te maken. Net als de andere vrijwillige zwanendrifters is hij een Waterman, het eveneens uit de Middeleeuwen stammende genootschap van veermannen en andere vaklui die op de Theems werken. McCarthy is op andere dagen „gewoon een visser”; een van zijn collega’s is officier op een veerboot over het Kanaal; Bob Prentice, al negentien jaar in de Vinters-boot, is kapitein van een plezierschip.

Ze roeien in hun blauwe en witte uniformen achter de Swan Marker aan, tegen de stroom in. Dat maakt het vangen van de zwanen makkelijker. Bij Windsor Castle zullen ze later die dag een glaasje heffen op koningin Elizabeth, en haar traditiegetrouw met hun riemen een saluut brengen. Professor Perrins, zijn echtgenote aan het roer, vaart in zijn bootje langs de oevers op zoek naar nesten.

Swan up!”, galmt het dan opeens over het water. Bliksemsnel omringen de zes boten vader- en moederzwaan en hun jongen. Na de eerste schrik laten die zich rustig vangen, en wachten gelaten in de skiffs op wat er komen gaat. De jongen piepen wat meer. Maar dat is vooral omdat ze kort – de keuring duurt niet langer dan vijf minuten, zo geoefend zijn de zwanendrifters – van hun ouders zijn gescheiden.

Vislijn om de snavel

Af en toe, vertelt zwanendrifter Prentice, wordt hun vanaf de oever wel eens toegeschreeuwd dat wat ze doen dierenmishandeling is. „Maar als je eenmaal een zwaan met een vislijn om de snavel hebt gezien die niet kan eten, dan weet je pas écht wat mishandeling is.” David Barker, al 22 jaar de officiële zwanendrifter van Elizabeth, vertelt dat zwanen ook regelmatig worden beschoten. „Ze zijn langzaam, en één en al doelwit.” Tot de jaren tachtig werden ze vergiftigd doordat vissers hun lijnen verzwaarden met lood. Barker is het hele jaar bezig met „zwanenkwesties”. Als er eentje op de snelweg of een landingsbaan wordt aangereden of -gevlogen, wordt Her Majesty’s Swan Marker ook gebeld. Zwanen worden gedood door nertsen en snoeken, „maar mensen zijn de grootste boosdoeners”, zegt hij.

Helft van zwanen is van Elizabeth

Van de ongeveer duizend zwanen op dit deel van de Theems behoort ongeveer de helft Elizabeth toe, een kwart de Dyers, een kwart de Vinters. Jongen uit een Dyers-paar krijgen een Dyers-ring om hun poot, Vinters-jongen een Vinters-ring. Bij een gemengd paar worden de jongeren gedeeld. Bij een gemengd paar waarvan één van de ouders niet-geringd is, en dus van de kroon, krijgt Elizabeth de meerderheid toebedeeld. Barker en de zwanentellers van de Dyers en Vinters houden nauwgezet in een boekje bij wie dit jaar welke zwanen krijgt.

Het is deze teldag goed zoeken. Ganzen zijn er in overvloed. Zwanen laten zich tot Henley maar af en toe zien. Tot er opeens twee ouders met vijf jongen statig langszij zwemmen.

Professor Perrins wordt helemaal enthousiast als blijkt dat de moeder al in 1997 is geringd. Ze is dus 18 jaar oud. Niet de oudste zwaan die hij ooit terugvond („die was 23, buitengewoon oud”.

Maar toch, een mooi resultaat van deze swan upping.