‘Hbo’ers vinden iets sneller een baan’

Dat schreef de NOS op zijn website, talloze andere media namen het over.

illustratie tamara pruis

De aanleiding

Er gloort hoop voor hbo’ers aan het sollicitatiefront, als we de website van de NOS moeten geloven. ‘Hbo’ers vinden iets sneller een baan’, kopt de omroep. De bewering wordt ook overgenomen door andere media (Nu.nl, Het Parool, Radio 1, De Telegraaf). Maar klopt het?

Waar is het op gebaseerd?

De NOS verwijst naar een onderzoek van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA), verbonden aan de universiteit Maastricht. Het ROA beschrijft in het jaarlijkse onderzoek de banenjacht van gediplomeerde mbo’s en hbo’ers. Ze bevroegen 26.000 jongeren: hoeveel procent van hen heeft een baan? Maar ook: hoe lang duurde de zoektocht?

En, klopt het?

Voor de duidelijkheid: we laten mbo'ers buiten beschouwing, vernauwen onze aandacht en beperken ons tot de groep gediplomeerde hbo’ers, aangezien de NOS ook specifiek spreekt van hbo’ers die iets sneller werk vinden.

We bellen met hoofdonderzoeker Christoph Meng voor wat meer informatie. Hij helpt ons uit de droom. Het duurt juist langer om een baan te vinden, zegt hij. De groep die langer zoekt sinds het moment van afstuderen verdubbelde sinds het begin van de crisis, volgens de onderzoeker. Minder dan 10 procent van de hbo’ers zocht in 2007 langer dan drie maanden naar een baan. In 2013 zocht 20 procent minimaal vier maanden voordat zij een baan vonden. Gemiddeld is de zoektijd gestegen met 8 dagen tot 1,9 maanden in totaal.

Is er dan helemaal geen goed nieuws? Jawel. Uit het onderzoek blijkt dat hbo’ers wel iets vaker een baan vinden, en dat is voor het eerst sinds de crisis begon. Het gaat om een klein percentage: 0,7 procentpunt (het werkloosheidspercentage onder hbo’ers is nu 7,2 procent).

Het lijkt erop dat de NOS het onderzoek op meerdere manieren geïnterpreteerd heeft. In plaats van vaker, kopt de omroep met het woord sneller. Maar verderop in het artikel van de NOS wordt wel gesproken van een procentpunt minder werkloosheid onder gediplomeerde hbo’ers.

Kortom: let op! Artikelen rondom dalende werkloosheid kun je het best extra oplettend lezen! Het CBS definieert namelijk sinds 2014 beroepsbevolking anders dan in het verleden. Met de nieuwe definitie kan het statistiekbureau eerlijkere vergelijkingen maken met werkloosheidscijfers van buitenlandse instanties.

In de nieuwe definitie behoor je tot de werkzame beroepsbevolking als je minimaal 1 uur per week werkt. Vóór 2014 hanteerde het CBS, en dus ook het ROA, een minimale werkweek van 12 uur. De groep die zich bevond onder de twaalfuursgrens, werd uitgesplitst naar werkzoekend of werkloos. (Had het ROA de definitie niet gewijzigd, dan was het werkloosheidspercentage 8,8 procent).

Het directe en grootste gevolg van de invoering van de nieuwe berekeningswijze is dat de werkloosheidspercentages gedaald zijn ten opzichte van de oude definitie. Dat werpt de vraag op of hbo’ers eigenlijk inderdaad vaker een baan vinden of dat dat zo lijkt door de definitiewijziging.

Ja, bevestigt Meng, hbo’ers vinden vaker een baan. Dat is een goed teken, maar ook hier moeten we niet te snel conclusies trekken, vindt Meng. Met de nieuwe definitie hebben we er namelijk een hele kwetsbare groep mensen bij. Gezien het aantal uren dat zij werken, verdienen zij niet veel geld en zijn ze niet financieel zelfstandig. Er zijn aanwijzingen vanuit het mbo dat deze groep jongeren werkt uit financiële noodzaak. „Het zijn geen jongeren die graag al willen werken, maar geld nodig hebben. Zij worden gepusht door omstandigheden. Daardoor zijn toekomstige fulltime carrièremogelijkheden slechter.”

Conclusie

De NOS schreef anderhalve week geleden dat hbo’ers iets sneller een baan vinden. Die uitspraak is gebaseerd op een onderzoek van het ROA. Maar wat de NOS schreef klopt niet: sinds de crisis duurt het onder hbo’ers juist langer om werk te vinden, volgens het onderzoeksinstituut. We beoordelen de stelling als onwaar. Daarbij tekenen we aan dat hbo’ers wel iets vaker werk vinden.