Een beetje troepenman, en altijd strateeg

De commandant der strijdkrachten is een diplomaat. Militair optreden „is maar een deel van de oplossing”. Op troepenbezoek met de generaal.

Foto: Joyce Ruties Foto Joyce Rutjes

Tom Middendorp buigt zijn hoofd voorover, strijkt met zijn rechterhand over zijn teruggetrokken haarlijn, sluit zijn zachte bruine ogen en wrijft over zijn geprononceerde kaak. Even oogt de generaal verslagen. Hij is in het Midden-Oosten om Nederlandse troepen te bezoeken en internationale partners te spreken in de strijd tegen Islamitische Staat (IS). De rondgang is begonnen in Koeweit en dreigt daar direct te stranden.

In een airconditioned container op de Amerikaanse basis Arifjan rondt Middendorp juist een gesprek af met vier Nederlanders in de staf van de anti-IS-missie als zijn adjudant verhit binnenkomt. Ze somt de obstakels onderweg naar Irak op. Het militaire vliegtuig dat de generaal naar Bagdad en Erbil zou brengen, kreeg motorpech. Een vervangend vrachtvliegtuig komt zo veel later aan dat de bemanning volgens de regels van defensie eerst naar bed moet. Een commerciële vlucht is vrijwel onmogelijk. Vliegen met een ander toestel had twintig dagen tevoren moeten worden gemeld bij de autoriteiten. „Wij gaan voorlopig helemaal nergens heen”, concludeert ze.

Alle ogen richten zich op Middendorp. Hij wacht een paar seconden en zegt dan kalm: „Ach, er zijn ergere dingen.”

Militair zijn, weet generaal Middendorp door zijn 35-jarige loopbaan, is omgaan met tegenslagen. Grote tegenslagen, zoals een gedecimeerd defensiebudget of de dood van collega’s, en kleine tegenslagen, zoals vliegtuigpech. Als hij één ding heeft geleerd, is het dat de baas altijd opgewekt moet zijn en het hoofd koel moet houden. Want als hij al in paniek raakt, wat betekent dat dan voor zijn troepen? Commandant der strijdkrachten (cds) Middendorp is nu drie jaar de hoogste militair van Nederland. Vorige maand verlengde minister Jeanine Hennis-Plasschaert (VVD) zijn termijn met twee jaar.

Loeiende sirene

Als het gesprek op de basis is afgerond verplaatst Middendorp zich met zijn entourage naar het hotel dat hem door de emir van Koeweit is aangeboden. Daarbij inbegrepen dat de generaal en zijn mensen zich in een colonne van vier auto’s met chauffeur verplaatsen, voorgegaan door een politieauto met loeiende sirene en geflankeerd door twee SUV’s met militaire beveiligers. Onderweg belt Middendorp met de baas van de luchtmacht in Nederland. „Een telefoontje van dertig seconden”. Terug bij het hotel is het vervoer naar Irak geregeld: de bemanning van het Hercules-transportvliegtuig vliegt een paar uur langer dan voorgeschreven. Zo’n uitzondering kan best, legt hij later uit, „als dat noodzakelijk of wenselijk én verantwoord is”. Al is het „in mijn tijd als cds de eerste keer dat ik zo’n uitzondering laat maken”.

Crises, hoe klein ook, zijn er immers om opgelost te worden.

De internationale crisis die de opmars van IS veroorzaakt heeft, is niet een-twee-drie te verhelpen. „Wij militairen proberen alles planbaar te maken, maar missies zijn per definitie dynamisch en onzeker”, zegt Middendorp. Zo was het plan voor deze missies dat westerse en Arabische vliegtuigen IS zouden bombarderen, terwijl Irakezen op de grond hun land terug zouden veroveren. In het Koerdische noorden van Irak is dat vrij voorspoedig verlopen, maar de rest gaat tergend langzaam. „We hadden liever eerder een grondoffensief gezien”, zegt Middendorp. „Maar anders dan in Afghanistan gaan wij daar niet over.” Zelfs de Amerikanen hebben in deze missie officieel geen boots on the ground.

En dan heeft Middendorp het alleen nog maar over Irak, want de „hete aardappel”, zoals een andere militair het noemt, is Syrië. Of Nederland ook dat land bombardeert, is een politieke beslissing en dat is nu net het terrein waar Middendorp in het openbaar vandaan moet blijven. Hij is de militaire baas, het gezicht van de krijgsmacht en de allerbelangrijkste militaire adviseur van het kabinet, maar hij bepaalt uiteindelijk niet waar en met welke opdracht militairen worden ingezet. Toch is hij redelijk uitgesproken over de realiteitszin van een overwinning zonder deelname in Syrië, zij het in voorzichtige bewoordingen.

Middendorp ziet „weinig kans op een oplossing” als IS niet ook in „vrijhaven” Syrië wordt aangepakt. Hij beseft dat de bondgenoten daarmee worstelen. „ De capaciteit van de coalitie in Syrië is te beperkt om IS effectief aan te grijpen.” De VS en enkele andere landen bombarderen er wel, maar er is meer vraag dan aanbod. De reden dat landen als Nederland niet happig zijn op strijd in Syrië, is dat er niet wordt samengewerkt met de regering-Assad. Een mandaat ontbreekt, net als zicht op een beter regime. Middendorp: „Militair-technisch zijn er argumenten om de caveat [beperking] van de missie af te halen. Wat heeft het voor zin als we de bron van de ellende niet aanpakken?”

De commandant wordt daarvan tijdens dit bezoek nog extra doordrongen. „Er is een toenemende behoefte ook daar op te treden. Maar we moeten kijken wat de uitstralingseffecten zijn. Dat huiswerk is nog niet klaar.”

Dat is de kritiek van veel militairen ter plaatse. Zij doen hun werk, maar een diplomatieke, politieke inspanning en oplossing blijft uit. Middendorp: „Ik heb moeite met mensen die zeggen: de militaire aanpak werkt dus niet. Wij zijn maar een déél van de oplossing.” Militairen gaan immers niet een nieuw bewind opzetten of onderhandelen met het huidige.

Strateeg en tacticus

Middendorp is al een paar keer in Jordanië geweest om te zien hoe de luchtaanvallen op IS verlopen. Het is de eerste keer dat hij op het coalitiehoofdkwartier in Koeweit komt, en bij Nederlandse trainers die in Erbil Koerdische peshmergastrijders trainen. Zijn voorganger Peter van Uhm deed dat het liefst, troepen bezoeken.

Middendorp (54) is ook heus „een troepenman” zegt hij, „maar wat minder”. Hij is veel strategischer. Dit bezoek grijpt hij vooral aan om bij bondgenoten zaken voor elkaar te krijgen.

Wie Middendorp tijdens deze reis observeert, ziet hem inderdaad tactisch opereren. Hij neemt in gesprekken een wat terughoudende, faciliterende rol op zich. „Hoe zien jullie dat? Zijn er verder nog dingen die jullie bij mij kwijt willen?” Maar intussen stuurt hij de conversatie wel degelijk. Vooral door conclusies te trekken die hij eigenlijk al bedacht had.

Middendorp is met twee plannen op reis gegaan. Hij wil dat bilaterale programma’s, met name van Duitsland en de VS, die wapens leveren aan lokale strijdkrachten, beter worden afgestemd op de training van die strijders. Nu kan het gebeuren dat een peshmerga door Nederlanders wordt opgeleid met de roestige kalasjnikov van zijn grootvader, en dat hij een week later een splinternieuw wapen krijgt. Verder moeten de Amerikaanse en Britse observatieteams aan het front de trainers betere feedback geven. Middendorp krijgt het allebei gedaan, mede doordat hij zijn gesprekspartners het idee geeft dat zij het probleem én de oplossing aangedragen hebben.

Voor een militair klinkt het wat zoetsappig, maar Middendorp wil vooral „mensen bij elkaar brengen” en „vaderlijk coachen”. Wanneer een jonge soldaat in Erbil vertelt over de verantwoordelijkheden die hij al heeft in het trainen van de Koerden, staat Middendorp erbij te stralen. Al is hij wel de „strenge doch rechtvaardige vader” die knopen doorhakt, zegt hij lachend. Dat zijn wil binnen de krijgsmacht wet is, bewees hij kort na zijn aantreden, toen hij bijna zijn volledige generaalsstaf verving.

Civiele ramp

De wereld ziet er al weer heel anders uit dan toen Middendorp tot cds werd. benoemd. „Wie had twee jaar geleden van IS gehoord en kunnen voorspellen wat er in Oekraïne zou gebeuren”, zegt Middendorp. Dat heeft één bijzonder gunstig effect. „De instabiliteit rond Europa is heel tastbaar geworden. Dat heeft het draagvlak voor de krijgsmacht vergroot.” Dat zorgt voor – een beetje – extra geld, goede contacten in het bedrijfsleven en heel veel uitnodigingen voor spreekbeurten en andere bijeenkomsten. Al is de cds zich ervan bewust dat het enthousiasme voor de krijgsmacht ook zo weer kan verdwijnen.

Vooral de dood van bijna tweehonderd Nederlanders bij de MH17-ramp bracht de internationale conflicten keihard binnen. Het militaire advies dat hij de regering daarover moest geven is „by far” het moeilijkste wat hij heeft moeten doen. „Er stond zoveel op het spel en er speelden zoveel emoties. ‘Send in the marines’ was een begrijpelijke reactie.” Hij adviseerde het kabinet „het recht niet gewapend in eigen hand” te nemen, maar trok voor de zekerheid wel verloven van militairen in. „Het was een civiele ramp waarbij we moesten proberen een civiele oplossing te vinden. Bovendien stonden net over de grens in Rusland bataljons klaar die elk excuus zouden kunnen aangrijpen om Oekraïne binnen te vallen.”

Middendorp heeft in zijn carrière vaker de diplomatieke weg boven de militaire gekozen. Hij wil af van de zwart-wittegenstelling tussen „boemannen” en „tree huggers”. In de Afghaanse Choravallei ontdekte hij dat de onrust daar niet militair beslecht kon worden, omdat de basis van het conflict in de toegang tot water lag. Dat kon alleen diplomatiek worden opgelost. Zijn hele organisatie lijkt ervan doordrongen dat de wereld vaak niet veiliger wordt van alleen vechten.

Middendorp wil militairen in Erbil ook bewust maken van de grenzen aan wat ze hier voor de Koerden kunnen doen. „Het is duidelijk dat iedereen in de coalitie tegen IS zijn eigen belang heeft. Voor de Koerden is het: meer erkenning. We moeten kijken hoever wij daarin meegaan. Zijn we hier om met training de strijd tegen IS te ondersteunen, of werken we intussen mee aan Koerdische nation building? Dan loop je het risico te worden betrokken bij een volgende lokale machtsstrijd.”

Op de terugreis naar Nederland doet zich weer een technisch probleem voor. Het lijkt wel zo’n ‘fuck-upje’ waar Middendorp in zijn tijd als troepencommandant voor zorgde: bij oefeningen expres iets laten misgaan als de mannen al goed vermoeid zijn. Dat leer je omgaan met teleurstellingen en kan je leiderschap tonen.

De koeling van het van België geleende overheidsvliegtuigje is kapot en het mag na een tussenlanding in Athene niet verder. Opnieuw wordt afgewogen of de Hercules wordt ingeroepen of dat een commerciële vlucht kan worden gevonden. „Als er een militaire oplossing is, moeten we die nemen, want commercieel vliegen is duurder”, stelt Middendorp vast. „Zo, dan heb ik vandaag toch nog een beslissing kunnen nemen.”