De Politiecolumn: Laten we ophouden met toneelspelen

Een nationale politie tot stand brengen is ook een cultureel vraagstuk. De politie bestaat uit zeer vele subculturen en tradities. Om daar ‘eenheid van denken en doen’ in aan te brengen moet het bed stevig worden opgeschud. Bob Hoogenboom, in de Politiecolumn.

In de plannen voor de Nationale Politie wordt een aantal cultuurdoelstellingen geformuleerd. De eerste is ‘eenheid in denken en doen’. Hoe maak je een team van 60.000 politiefunctionarissen? Nieuwe blauwdrukken, functieomschrijvingen, informatiebulletins en blogs van de korpschef zijn slechts een begin. De vorming van de Nationale Politie kan niet op de tekentafel worden gemaakt. Volgens de commissaris van politie Jan Struijs is de politie ‘een emotionele organisatie met een aantal rationele principes’.

De NP introduceert nieuwe rationele principes. Maar deze raken niet de hearts and minds van politiemensen. Dit vergt tijd. Veel tijd. Emoties in de politiewereld, of zoals men intern spreekt over ‘onderstromen’, zijn sterk. In opdracht van VenJ onderzoek ik in 2011 de vorming van een Shared Service Centrum voor de regio’s Groningen, Friesland en Drenthe. In ieder interview met burgemeesters en politiemensen wordt mij uitgelegd hoe provinciale culturen doorwerken in de drie korpsen. In ‘Lessen uit het Noorden’ is de eerste les: ‘het begint met wil’.

Het gebrek aan wil voor de vorming van de Nationale Politie moet niet worden worden onderschat. Voor de vorige grote reorganisatie in 1993 werd gesproken over de gemeentepolitie, de Rijkspolitie en ‘De Republiek’ (Amsterdam). Het Amsterdamse korps en grootstedelijke korpsen hebben in het verleden samengewerkt, maar zijn in voorkomende dossiers, projecten en nieuwe ontwikkelingen gewoon hun eigen goddelijke gang gegaan. Het huidige mozaiek van automatiseringssystemen – waar nu gaandeweg in wordt gesaneerd – is daar bij uitstek een voorbeeld van. Er zit iets anarchistisch in de politiecultuur. De nieuwe blauwdrukken en machtsrelaties raken gevoelige zenuwen in een organisatiecultuur gehecht aan professionele ruimte. Niet alleen van voormalige korpschefs, maar ook politiemensen op alle niveaus worden gecongronteerd met meer disciplinering. De vorming van de Nationale Politie is dan ook voornamelijk een mentaal, of zo u wilt, cultureel vraagstuk.

Er bestaat (inter)nationaal consensus over een aantal kenmerken van de politiecultuur: actie- en handelingsgerichtheid, moreel gedreven, weinig theoretisch/beschouwend, machismo, wantrouwen, cynisch etc. Maar, ook groeit het inzicht dat ‘de cultuur’ niet bestaat. Als we meer precies kijken naar de cultuur zien we dat verschillen bestaan tussen management- en streetcops, tussen de geuniformeerde dienst en de recherche, tussen de politiediensten en de criminele inlichtingenorganisatie, tussen executieve politiemensen en burgerfunctionarissen. Er is binnen de politie sprake van een vergaande scheiding der geesten. Dat komt doordat zij een hiërarchische en bureaucratische organisaties is. Nieuwe werkwijzen als ‘netwerkorganisatie’ , ‘het nieuwe werken’, social media en moderne arbeidsverhoudingen worden niet zonder slag of stoot omarmd.

De recherche heeft een geheel andere cultuur dan andere takken van politiesport. En, zo geldt dat voor veel primaire processen. Zij-instromers, zoals jonge HBO’ers en universitair geschoolden, allochtonen en vrouwen moeten ‘eerst een aantal blauwe broeken verslijten’ willen zij voor vol worden aangezien door de ‘echte’ politie. Natuurlijk zijn er uitzonderingen. Maar de onderstromen zijn nog te vaak meedogenloos.

Hoe ‘eenheid in denken en doen’ te bewerkstelligen? Allereerst door zorgvuldig te zijn ten aanzien van salaris en secundaire arbeidsvoorwaarden. Niet alleen verdienen politiemensen relatief weinig, maar door de langere reistijd nemen de reis- en verblijfkosten en bijvoorbeeld parkeerkosten snel toe. De minister is hiervoor verantwoordelijk. Dit is slechts een begin. Een begin om rust te creëeren.

De grootste uitdaging vervolgens is ‘teamvorming’ op alle mogelijke niveaus. Hoe? Door een overtuigend verhaal te vertellen aan de mannen en vrouwen in een ‘robuust basisteam’, de opsporing, de inlichtingenorganisatie en de bedrijfsvoering wat de meerwaarde van de NP voor hen en de veiligheid is. Men komt veelal niet verder dan technocratische ziel- en zaadloze beleidsteksten. Deze raken niet de emoties.

Door op te houden met toneelspelen dat het goed gaat en men op koers zit. Intern en extern dient eerlijker en volmondiger te worden gezegd ‘dat fouten zijn gemaakt’. Alle prietpraat over ‘leiderschap’ binnen de politie de afgelopen tien jaar ten spijt: leiderschap is ook kwetsbaarheid tonen. Bovendien de hele goegemeente weet en voelt dit al lang.

Dit dient gekoppeld te worden aan een ‘uitgestrekte hand’. Een uitgestrekte hand naar de COR, naar de politiebonden, naar uitvoerende politiemensen en in het bijzonder ook naar de burgemeesters. De top down, ‘dwang- en drang’ sturing van de zijde van de korpsleiding, maar ook het departement, is tegen zijn grenzen aan gelopen. Veiligheid is niet van de politie. Veiligheid komt tot stand in netwerken en door stimulering van burgers en relevante derden. En, door je eigen uitvoerders serieus te nemen en te betrekken.

Het bed dient verder te worden opgeschud: door stages bij andere afdelingen standaard te maken, door de benoeming van zij-instromers, door overplaatsing van leidinggevenden, door onderdeel overstijgende gezamenlijke opleidingen aan te bieden, door inkijkstages bij het bestuur, particuliere veiligheidsorganisaties en toezichthouders. De politie is eenkennig. Inwaartsgericht. Dit dient te worden doorbroken door een functiecarroussel . Een nieuwe en jongere generatie dient in stelling te worden gebracht. Er is nog te veel sprake van ons-kent-ons benoemingen. Onzekerheidsreductie ad absurdum. Bied de nieuwe generatie kansen. Onbekend, maakt onbemind. Door verbindingen te gaan leggen tussen mensen worden verbindingen gelegd tussen afdelingen die voornamelijk in hun eigen werkelijkheid leven.

Een van de eerste politieuitdrukkingen die ik leerde was het WIS: het wandelgangen informatie systeem. Niet blauwdrukken, vergaderingen en beleidsproza bepalen aan het eind van de dag hoe wordt gewerkt maar de hoe in de wandelgangen wordt gepraat. En wel of niet loyaliteit wordt gevoeld met de organisatie. Hier wordt bepaald wie deugt en wie niet deugt en wat belangrijk is. Door politiemensen fysiek bij elkaar te brengen, door elkaar te schudden, ontstaat de zo noodzakelijke beweging om de Nationale Politie een succes te maken.

Bob Hoogenboom is hoogleraar fraude en regulering aan Nyenrode en bijzonder hoogleraar Politiestudies en Veiligheidsvraagstukken aan de VU. De Politiecolumn is tot begin september onderbroken wegens vakantie.