Column

De kracht van het ongemak

Maker van Streetlab belt in stiltezaal de van bieb.

‘Kunnen jullie even stil zijn? We zijn een filmpje aan het kijken.” Twee jongens van het KRO-programma Streetlab zitten in witte ochtendjas op een bank in een IKEA, laptop op schoot. Mensen die langslopen schieten in de lach. Even later hebben ze een bord gehaktballetjes meegenomen de winkel in, om op te eten in één van de geïmproviseerde woonkamers. Daarna poetsen ze doodleuk hun tanden met een medewerker op de achtergrond.

Ongemak is een krachtig wapen voor programmamakers. Mensen aan het lachen of huilen maken is gemakkelijk genoeg, althans, op papier, in de opzet. Ongemak is complexer en vereist een uniek soort emotionele publieksparticipatie. Een interview is een simpel voorbeeld, waar je je als kijker ongemakkelijk kunt voelen door te weinig chemie (neem het Zomergastengesprek tussen Jan Leyers en cabaretier Micha Wertheim uit 2012) of te veel chemie (Victoria Koblenko en Theo Maassen in 24 uur met... van begin vorig jaar).

Een programma als Streetlab, waarvan deze zomerweek – verrassing – herhalingen te zien zijn, zorgt voor ongemak door plaatsvervangende schaamte. Vier jeugdvrienden proberen bij wijze van sociaal experiment antwoord te krijgen op vragen die iemand zichzelf zou stellen als hij een paar biertjes te veel op heeft. „Hee, zou ik kunnen wonen in de IKEA?” Of: „Zou ik al bluffend mee kunnen doen aan een training van het eerste van FC Utrecht?” Eigenlijk is het niet veel onderscheidender dan andere verborgencamera-programma’s, maar het is ultieme tv waarbij je soms de neiging hebt om weg te kijken van het scherm.

Je kunt spelen met ongemak. Dat is wat de jongens achter Streetlab doen, maar dat is meer een aardige bijkomstigheid. Er zijn programma’s die het als vertrekpunt nemen. Het inmiddels veelbesproken datingprogramma Adam Zkt. Eva (RTL), deze week ook in de herhaling, doet het bijvoorbeeld door twee kandidaten elkaar voor het eerst te laten ontmoeten zonder kleren aan. Love At First Kiss (BNN), eind vorig jaar op tv, doet het door van twee onbekenden te vragen om eerst te tongzoenen voordat ze ook maar een zinnig woord wisselen.

En dan is er tv waar je je als kijker bij vlagen ongemakkelijk bij voelt omdat de inhoud frustreert. Dat is waarschijnlijk ook de bedoeling. Het IKON-programma De Wachtkamer van gisteren was typische boosmaaktelevisie, zoals programma’s als Brandpunt en Tegenlicht dat soms ook zo goed doen. We volgden mantelzorger Annette Stekelenburg, haar zoon en dochter lijden aan een ernstige spierziekte en hebben constant hulp nodig. Ook haar man zit in de ziektewet. Een groot gedeelte van haar gemiddelde dag besteedt ze aan regelwerk, zit ze verstopt tussen de papieren en multomappen. Want de overheid maakt het haar naar eigen zeggen enorm moeilijk om de goede zorg te geven aan haar gezin. „We zijn sterren in bureaucratie.” Zo’n twee uurtjes per dag heeft ze voor zichzelf. „Ik hoop dan dat niemand belt met: ‘mama, ik ben moe’ of ‘mama, ik ben niet lekker.’”

Het NOS Journaal bracht gisteren een item over de dalende vraag naar ballonvaarten, een onderwerp waar de gemiddelde persoon niet alleen nog nooit over heeft nagedacht, maar wat moet je in hemelsnaam met dit gegeven? Soms is televisie ook gewoon echt onbedoeld ongemakkelijk.