De gemene Duitser is terug

In korte tijd van meest geliefde land op aarde tot de boeman van Europa. Berlijn maakt zich zorgen.

Het valt niet meer te ontkennen, ook niet in Berlijn: de gemene Duitser is terug. Het beeld is al zo’n honderd jaar oud: de Duitsers als een gemeen, lelijk en heerszuchtig volk. In de Eerste Wereldoorlog kwam het clichébeeld op, de Tweede Wereldoorlog heeft het nog versterkt. En ook al heeft de Bondsrepubliek zich sindsdien enorme inspanningen getroost om te laten zien hoe het land is veranderd – het werd een voorbeeldige democratie, een rechtsstaat en samen met erfvijand Frankrijk de spil van een vreedzaam en verenigd Europa – helemaal verdwenen is het beeld van der hässliche Deutsche nooit.

Zolang het bleef bij spotprenten in Griekse kranten, waarop Duitse politici werden afgebeeld in naziuniform of de Hitlergroet brachten, was het voor Duitsers vooral ergerlijk. Men zag het en probeerde het te negeren. Vervelender werd het al toen ook Griekse politici historische parallellen gingen trekken tussen het Duitse beleid in de eurocrisis en Hitler-Duitsland, dat in Griekenland gruwelijk heeft huisgehouden. Maar ook dat was nog weg te wimpelen als onzinnige overdrijving.

Dat het probleem veel groter is, begint pas tot Duitsland door te dringen sinds de laatste top van de leiders van de eurozone, nu bijna twee weken geleden. De Duitsers dreigen met hun harde opstelling hun goede imago te verspelen – en niet alleen in Griekenland, en ook niet alleen in het zuiden van Europa.

Geschokt

Donald Tusk, president van de Europese Raad, zei vorige week in een interview met een aantal Europese kranten hoe geschokt hij was over het enthousiaste onthaal dat anti-Duitse opmerkingen van de Griekse premier Tsipras kregen in het Europees Parlement. „Het leek wel een anti-Duitse demonstratie, van links en radicaal-rechts. Het was voor het eerst dat ik zulke emoties zag in een anti-Duitse context. Van bijna het halve Europees Parlement.”

In maart klonk nog alom hoon, toen Der Spiegel een fotomontage op zijn omslag plaatste van Angela Merkel samen met een groep Wehrmacht-officieren op de Akropolis. De kop luidde: ‘The German Übermacht; hoe Europeanen de Duitsers zien’. Inmiddels erkennen vrijwel álle Duitse media dat het imago van Duitsland inderdaad weer is ingehaald door het bruine verleden. „Het is dieptriest, maar mensen zijn weer bang voor Duitsland”, zegt Jakob Augstein, hoofdredacteur van het opinieblad der Freitag en fel criticus van de regering-Merkel.

Zaterdag ruimde de Süddeutsche Zeitung een hele pagina in voor de „comeback van de gemene Duitser”. Hoe kon de stemming zo kantelen, vroeg de krant zich vertwijfeld af. Zal het weer overwaaien, als de ergste crisiskoorts voorbij is? „Of is het een teken dat Duitsland weer terugvalt in de rol van de gevreesde en geïsoleerde hegemoon in het hart van Europa?”

Politiek Berlijn maakt zich ernstig zorgen over de anti-Duitse stemming in Europa, zegt Nicolai von Ondarza, Europa-expert bij de denktank Stiftung Wissenschaft und Politik. „Op regeringsniveau wordt nog goed samengewerkt. Maar al die openlijke kritiek kan op de lange termijn grote problemen veroorzaken. Vooral in de relatie met Frankrijk. Daar wordt Duitsland zowel door links als door rechts gehekeld.” Terwijl de Frans-Duitse as, zo bleek bij de laatste top opnieuw, in Europa nog altijd onmisbaar is.

Rampzalig alternatief

Uiterst pijnlijk voor Duitsland was bijvoorbeeld dat de voorzitter van de regerende Parti Socialiste, Jean-Christophe Cambadélis, vorige week een ‘open brief aan een Duitse vriend’ schreef, waarin ook hij de Duitsers hun geschiedenis nog eens inpeperde. „Europa begrijpt de koppigheid van je grote land niet, beste vriend. Zou jouw land de solidariteit zijn vergeten die Frankrijk heeft getoond meteen na de gruwelijke misdaden die uit naam van Duitsland zijn begaan? Als Duitsland de solidariteit op het continent de rug toekeert, stelt het Europa in feite voor een rampzalig alternatief: een verschrikkelijk referendum – voor of tegen Duitsland.”

Dat kwam hard aan. In een bitter commentaar schreef Die Welt zaterdag dat „de grootste nettobetaler van de Europese Unie nu verweten wordt uit egoïstische motieven de eenheid van Europa op het spel te zetten”. De open brief van Cambadélis is volgens de krant alarmerend. Maar als de Franse president Hollande wordt geprezen als de vader van het in Brussel bereikte compromis, dan moet daarbij wel bedacht worden dat het nieuwe Franse zelfbewustzijn alleen mogelijk is „op kosten van de Bondsrepubliek”.

„Duitsers zijn boos omdat ze vinden dat ze álles hebben gedaan om het verleden achter zich te laten – en nu begint iedereen er toch weer over”, zegt Hans Kundnani in het beroemde Berlijnse Café Einstein, aan de boulevard Unter den Linden. Kundnani is een in Berlijn wonende Brit en auteur van The Paradox of German Power. Na de oorlog trokken de Duitsers zich veel aan van kritiek van de buitenwereld, zegt hij. „Ze wilden dat vooral de Fransen, de Britten en de Amerikanen van hen hielden. Maar dat is veranderd. Ik geloof eigenlijk dat het ze niet echt meer veel kan schelen. Er is een neiging om kritiek af te doen als een anti-Duitse campagne, van mensen die ons niet begrijpen, uit zijn op ons geld of andere dubieuze motieven hebben.”

Binnen Europa gelooft maar een handjevol landen in de Duitse aanpak van de eurocrisis, zegt Kundnani. „Landen zoals Nederland, Finland, de Baltische landen en Slowakije. De Duitsers doen wanhopig hun best om de indruk te wekken dat zij bemiddelen tussen die landen en de Grieken. Maar dat is niet geloofwaardig. Duitsland heeft de macht, dat is voor iedereen duidelijk.”

Rechts project

Merkel en haar minister van Financiën Wolfgang Schäuble krijgen de laatste tijd vaak het verwijt dat ze Duitsland niet Europees willen maken, zoals altijd het beleid was, maar heel Europa Duits. Maar volgens Kundnani leidt dat debat af van een belangrijker kwestie, die erachter schuilgaat. „We beleven een transformatie van de hele Europese Unie. De vraag is of de unie niet eigenlijk bezig is een rechts project te worden.

„Vroeger dwong het IMF ontwikkelingslanden harde structurele hervormingen af, in ruil voor leningen. Europeanen vonden dat toen een harde vorm van kapitalisme. Later paste Europa die aanpak zélf toe op landen die tot de unie wilden toetreden. En nu worden leden van de eurozone er onder Duitse druk aan onderworpen.

„Zo staat de Europese Unie voor veel burgers alleen nog voor bezuinigingen. De EU als een slechte kopie van het IMF. Dat is rampzalig, en er bestaat ook geen consensus over. Maar als Europa op die manier een rechtse onderneming wordt, dan heeft de EU een groot probleem. Dan keert links zich ervan af, terwijl rechtse politici er niet voor op de bres staan.”

De situatie is volgens Jakob Augstein, van het weekblad der Freitag, „brandgevaarlijk”. Hij verwijt de Duitse politiek en de Duitse media dat de juistheid van de economisch en politieke koers in de crisis in Duitsland eigenlijk niet ter discussie staat. „Het deprimeert me dat we een leider als Merkel hebben. Ze zou nu een krachtige stap vooruit moeten doen, zoals Hollande heeft voorgesteld, naar een Europese economische regering. Kohl had dat allang gedaan.”

Hegemoon

Duitsland bevindt zich in het klassieke dilemma van een grootmacht: andere landen roepen om leiderschap in crisissituaties, maar als Duitsland zich laat gelden krijgt het de wind van voren. „Als we te weinig doen is het niet goed, maar als we wel optreden zijn we al gauw de hegemoon”, zegt Hanni Hüsch, correspondent in Londen van tv-kanaal ARD en samensteller van het boek So sieht uns die Welt. De Frankfurter Allgemeine relativeerde alle ophef deze week. „Nog in 2014 was Duitsland volgens de BBC het meest geliefde land op aarde. Nu opeens zijn we weer slecht en nog altijd die oude Duitsers. Te sterk en te zwak tegelijk.”