De agent krijgt vaker klappen

De maatschappij is „verhufterd”, zegt de socioloog. Maar agenten zouden ook meer moeten trainen.

Meer geweld burgers

De parkeerplaats voor de Gasperiflat in Uithoorn was dinsdag even voor zessen een plaats delict: afzetlinten, ambulances, politiemensen die kwamen en gingen. In een van de flatwoningen had een verdachte een agent in zijn arm gestoken toen die hem wilde arresteren. De verdachte werd neergeschoten, de agent moest een nacht in het ziekenhuis blijven. Politiekorpsen twitterden hun medeleven.

Het aantal dodelijke slachtoffers van politiekogels is, anders dan de publieke discussie doet vermoeden, al decennia gelijk: ongeveer drie per jaar. Maar het aantal agenten dat gewond raakt door geweld van burgers is flink toegenomen. In 2011, het jaar van de laatste cijfers, waren dat ongeveer 1.300 agenten – vijf keer zo veel als in 1975.

De hoeveelheid geweld tegen de politie komt ongeveer overeen met de hoeveelheid geweld in de samenleving, zegt Jaap Timmer, beleidssocioloog aan de VU en gespecialiseerd in politiegeweld. Dat neemt de laatste zeven jaar af en dat geldt dus ook voor geweld tegen agenten. Maar de lange termijn laat een stijgende lijn zien: de burger is agressiever geworden.

De meeste geweldsdelicten tegen agenten worden gepleegd tijdens aanhoudingen. En die waren er de afgelopen jaren minder, wat de afname in burgergeweld deels verklaart. In 2010 werd 39 procent van die delicten gepleegd door ‘irrationele mensen’, onder invloed of in de war, blijkt uit onderzoek van Timmer. Dat zijn lastige situaties voor agenten, omdat de verdachten niet voor rede vatbaar zijn en minder snel pijn voelen.

Bij 8 procent ging het om huiselijk geweld. Opvallend: in die situaties is de dader vaker vrouw dan in andere situaties (24 tegen 7 procent). Ook kwam geweld tegen agenten veel voor bij uitgaan (20 procent). Gemiddeld komt één keer per drie jaar een agent om door burgergeweld. De laatste keer was in 2011 tijdens een arrestatie in het Groningse Baflo; de verdachte schoot met het wapen van de agent.

De politie zou meer aan training moeten doen, vindt Timmer, om beter voorbereid te zijn op het onverwachte en de situatie een andere wending te geven. „Politiemensen leren individuele vaardigheden, maar niet hoe ze in een gevaarsituatie in groepsverband moeten handelen. Er wordt niet veel gecommuniceerd en er is doorgaans niemand die de leiding neemt.”

Ja, de maatschappij is „verhufterd”, zegt Timmer, al is het onmogelijk één oorzaak te noemen voor de toename van het geweld. „Gezag spreekt niet meer voor zich, het onderscheid tussen jij en u is overboord gekieperd. Een agent wordt nu gezien als ook maar gewoon een lul met een pet op.”

Tegelijkertijd zijn de verwachtingen van de politie „hoog en soms tegenstrijdig”. „We verwachten dat de politie het gevaar opzoekt, maar als iets dan niet helemaal goed gaat, spetteren meningen door de Tweede Kamer en de media.” Dat gebeurde onlangs nog, na de dood van Mitch Henriquez en de protesten die daarop volgden. „De discussie verruwt.”

Andersom gebruikt ook de politie vaak grote woorden, zegt Timmer. Korpschef Gerard Bouman schreef gisteren een artikel waarin hij de recente veroordeling van een agent tot twee jaar cel wegens poging tot doodslag veroordeelde. „Niemand van ons loopt voor zichzelf op straat”, schreef Bouman. Eerder zei de Limburgse politie „verbijsterd” te zijn. „Zorgelijk en jammer”, vindt Timmer. „Dat draagt niet bij aan het professioneel en rustig benaderen van deze complexe problematiek. Het doet afbreuk aan de rechtsstatelijke verhoudingen, en daarmee aan het gezag van de politie.”