Cultuur is van ons allemaal

De multiculturele samenleving is een vaststaand gegeven. Maar veel cultuurmakers richten zich nog altijd op de blanke babyboomers. Kwaliteit wordt afgemeten langs de monoculturele lat van de canon. Laten we nieuwe verhalen vertellen, vinden vier cultuurmakers.

Duik inculturele potpourri met Adelheid Roosen, met Bijlmersafari van Zina Platform

Er woedt al jaren een ongekend heftig maatschappelijk debat in Nederland. Over migranten, over identiteit, over religie, over racisme. Over de snelst groeiende minderheidsgroepering die steeds minder een minderheid wordt: Nederlanders van niet-Nederlandse of gemengde afkomst. En deze nieuwe werkelijkheid dringt ook langzaam door tot de cultuursector. Op het landelijke congres ‘Cultuur in Beeld’ in Rotterdam een half jaar geleden was het belangrijkste aandachtspunt de demografische ontwikkeling van de komende vijftig jaar, met de multiculturele samenleving als vaststaand feit. Maar dit gegeven werd er eerder als bedreiging dan als kans gezien. De 1.200 vertegenwoordigers van de cultuursector, inclusief wijzelf, vormden op het congres een homogene blanke massa, waarboven een prangende vraag als het zwaard van Damocles zweefde: Hebben Wij Straks Nog Wel Bezoekers?

Na de golf van bezuinigingen van de afgelopen jaren predikt de cultuursector rust en stabiliteit, geheel in lijn met de oproep tot ‘vertragen’ van schouwburgdirecteur Melle Daamen. De gevestigde culturele orde is door inkomstennormen en bezuinigingen gestimuleerd om vraaggericht te programmeren. Vooral voor de babyboomers en hun nazaten, die we al zo goed kennen en nog beter zijn gaan bedienen in het theater, de musea, concertgebouwen. Met een aanbod dat ook al zo vertrouwd is. Wellicht komt het nieuwe publiek vanzelf. Maar daar ligt een cruciale denkfout. Dat publiek is immers helemaal niet zo nieuw meer.

Instellingen die culturele diversiteit als oogmerk hadden, krijgen sinds de bezuinigingen geen structurele rijkssubsidie meer, en vaak ging het bij hen vooral om etnische diversiteit: Turks aanbod voor de Turkse Nederlanders, Surinaams aanbod voor de Surinaamse Nederlander. Maar onze samenleving is niet meer zo makkelijk in te delen. Wij zijn intercultureel geworden. Een migratieachtergrond in een ver of minder ver verleden is normaal, zeker in de grote steden die de drijvende krachten zijn achter artistieke vernieuwing. Dus moeten we ook van onze nieuwe maatschappelijke realiteit de artistieke vruchten plukken.

Onze culturele diversiteit biedt namelijk een grote rijkdom aan verhalen, perspectieven en vormen, klaar om aangeboord te worden. Vooral dankzij de kleine instellingen. Zina Platform bijvoorbeeld dat met de Bijlmersafari het publiek verleidt te duiken in de culturele potpourri die Amsterdam is. De programmering van Tolhuistuin in Amsterdam en haar exposities van Framer Framed. De theaterproducties van Likeminds en Trouble Man. Soms volgen de grotere zusjes, zoals het Holland Festival, het Nationale Toneel met een productie als Genesis. Maar doorgaans zien we bij onze grote (erfgoed)instellingen nog te weinig interculturele intelligentie. Wat scheelt eraan? Ze zijn vrijwel allemaal ontstaan in de 19de eeuw. Dit is de eeuw waarin de nationale identiteit werd gecreëerd. Het is ook de koloniale eeuw, waarin het grootste deel van de wereld werd buitengesloten van die trotse, op de natiestaat gebaseerde culturele identiteit. Opeenvolgende decennia van internationalisering, het binnenhalen van de avant-garde en verheffing van het volk hebben daar geen wezenlijke verandering in gebracht: terugblikkend zien we dat het monoculturele bleef. En dat kader leent zich nu prima bij het rond krijgen van de begroting.

Maar gelukkig klonk er ook een nieuw geluid op tussen de Fifty shades of white op het congres in Rotterdam. Namelijk de introductie van het begrip ‘kwaliteit’ in het rendementsdenken. Het nieuwe publiek mag dan niet vanzelf binnenwandelen, en het zal nog jaren duren voordat het programmerend personeel van onze kunstinstellingen een afspiegeling vormt van onze steden. Maar er is geen enkele inhoudelijke reden om de status quo in de programmering te handhaven. Het grootste risico van ons culturele landschap anno 2015 is niet een mankerend inkomstenplaatje of dalend bezoekersaantal, maar dat kwaliteit steevast wordt afgemeten langs de monoculturele lat van de geïnstitutionaliseerde canon. Laten we de artistieke handschoen nu oppakken, door nieuwe verhalen te brengen en andere perspectieven te schetsen. En ons aansluiten bij de maatschappelijke realiteit in het Nederland van nu. Want cultuur is van ons allemaal.

Jelle Bouwhuis (Stedelijk Museum), Maurice Dujardin (Theater Artemis), Dimphy Schreurs (Catharijneconvent), Natasja van 't Westende (Dancing on the Edge).