Bed-bad-brooddiscussie wordt dit jaar beslist

Hoe zit het nu met de opvang van uitgeprocedeerden? Dit jaar komt er duidelijkheid.

Asielzoekers in Goes, maandag. Foto Arie Kievit/ANP

Hebben uitgeprocedeerde asielzoekers onvoorwaardelijk recht op opvang? Gisteren was de eerste zaak hierover bij een hoge rechter sinds de ‘bed-bad-broodcrisis’ in de coalitie, in april. Zes Tibetaanse asielzoekers eisten bij de Centrale Raad van Beroep, de hoogste bestuursrechter op het gebied van sociale rechten, nacht- en dagopvang van hun gemeente. Onduidelijk is of deze uitspraak al politieke gevolgen krijgt.

1 Waarover is een rechterlijke uitspraak nodig?

Het Europees Comité voor Sociale Rechten wees Nederland vorig jaar terecht. Nederland bood uitgeprocedeerde asielzoekers geen ‘bed, bad en brood’. Op grond van Europese verdragen, oordeelde het comité, moet de overheid dat wel doen.

Maar vervolgens gaven de 47 ministers van Buitenlandse Zaken van de Raad van Europa, waarvan het comité deel uitmaakt, een uitleg aan de uitspraak die voor meer interpretaties vatbaar is.

Nu is dus de vraag hoe Nederlandse rechters de Europese verdragen gaan uitleggen.

2 Wanneer biedt de hoogste rechter die duidelijkheid?

In ieder geval dit jaar, zei raadsheer Hendrik-Jan de Mooij bij aanvang van de zitting gisteren. Hij wees daarbij op andere zaken dan die van de Tibetanen. Op 16 september behandelt de Raad van State, de andere hoogste bestuursrechter, een zaak waarin de vraag speelt of de rijksoverheid opvang moet bieden. Drie weken later, op 8 oktober, buigt de Centrale Raad van Beroep zich over een soortgelijke zaak, maar dan gaat het over de verantwoordelijkheid van gemeenten.

Deze twee zaken in het najaar lijken de hoogste bestuursrechters zelf te zien als richtinggevend voor de politieke discussie. Ze hebben er zelfs hun samenstelling op aangepast. Een raadsheer van de Raad van State neemt voor de gelegenheid zitting in de Centrale Raad van Beroep, en vice versa.

3 En de zaak van gisteren dan?

Het is nog onduidelijk of de uitspraak in deze zaak, naar verwachting op 2 september, een bredere betekenis krijgt. Natuurlijk kan de Raad een politiek gevoelige uitleg van de wet geven. Maar, waarschuwde raadsheer De Mooij gisteren: de ‘Tibetaanse zaak’ is wel heel specifiek; hij voelde zich nu genoodzaakt om aan „verwachtingsmanagement” te doen.

De Tibetanen hebben namelijk al nachtopvang gekregen van de gemeenten Amsterdam en Utrecht, maar vragen een financiële vergoeding voor de periode daarvoor. Wat deze zaak ook anders maakt, volgens De Mooij: deze Tibetanen hadden al voor ze opvang kregen een dak boven hun hoofd, dankzij vrijwilligers. Ze waren dakloos, maar hoefden niet op straat te slapen. In dat soort zaken was de lijn van de Centrale Raad van Beroep tot nu toe duidelijk: die krijgen geen opvang.

Terwijl rechters zich over de materie buigen, zijn staatssecretaris Dijkhoff (Asiel, VVD) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten al aan het onderhandelen over bed-bad-broodlocaties, onder andere over het aantal en financiering door het rijk. Zij willen op 1 november een akkoord hebben.