‘Zelf ben ik helemaal niet kalm’

De acteur won de prijs voor beste mannelijke hoofdrol in Cannes voor zijn rol als beveiliger in ‘La loi du marché’. „Hij is een stille held.”

Drie dagen na ons gesprek staat hij op het 68ste filmfestival van Cannes te snikken met de prijs voor de beste acteur in handen. Zijn eerste echt grote prijs: Vincent Lindon (55) kan het kennelijk moeilijk bevatten en valt nauwelijks van het podium te krijgen. „Ik viel terug in een kinderlijke toestand”, zegt hij na afloop.

Lindon draagt de prijs op aan „alle mensen die niet krijgen wat ze verdienen, die genegeerd worden”. Zoals Thierry, de pas ontslagen fabrieksarbeider die hij speelt in La loi du marché. Fijn huwelijk, spastische zoon, pensioen in zicht, hypotheek bijna afbetaald, stacaravan: een bescheiden succes al met al. En nu dreigt hij alles vlak voor de eindstreep te verliezen, tenzij hij zich schikt en vernedert in de bureaucratisch-kapitalistische nachtmerrie waarin hij als werkloze belandt. Met jonge coaches die hem inpeperen dat hij een loser is, een dinosaurus. Met regeltjes die in de praktijk onmenselijk zijn. Maar regels moet je handhaven.

Uit het leven gegrepen dus. Zij het niet uit het leven van Vincent Lindon, die we op een zonnige middag spreken in de haven van Cannes, met uitzicht op witte superjachten. Hij stamt uit het autogeslacht Citroën, is kleinzoon van een Franse premier en zoon van een autoradiofabrikant. Hij benadrukt, een beetje defensief, dat hij in Cannes „niet rondrijdt in een limousine met rookglas”. „Ik doe alles te voet.”

Wel heeft de arrogantie van de haute bourgeoisie zijn loopbaan als beginnend acteur geen goed gedaan, erkent Lindon. „Op mijn 24ste wees ik een prachtige hoofdrol af bij een beroemde regisseur, ik zeg niet wie. Omdat het scenario me niet in elk opzicht beviel en hij dat niet wilde veranderen. Nu weet ik beter. Als acteur ben je het verlengstuk van een regisseur, die altijd een acteur zoeken die ze zelf willen zijn: John Ford had dat met John Wayne, Martin Scorsese met Robert De Niro. Tegenwoordig ben ik blij als ik het verlengstuk mag zijn van een groot regisseur zoals Stephane Brisé in La loi du marché.”

Ooit was Lindon in Frankrijk vooral bekend als tabloidheld, vanwege affaires met presidentsdochter Claude Chirac, Caroline van Monaco en actrice Chiara Mastroianni. Als iets hem spijt, is het zijn liefdesleven, zegt hij. „Ik was zo’n onrustige man die zodra hij iets moois had op zoek ging naar iets beters.” Als rijpe vijftiger kan hij die rokkenjagerij bij jonge collega’s niet meer aanzien. „Net als zo’n pas gestopte roker die razend is op iedereen die nog wel rookt.”

Goed gerijpt

67 rollen heeft Vincent Lindon nu op zijn naam, de meest prominente pas na zijn veertigste. Hij is het soort acteur van wie ze zeggen dat hij goed rijpt. Een bewegelijk man van brede gebaren, gelaatstics en stellige opinies die soms opspringt om pantomime op te voeren. Hoe je in de jaren 60 heroïsch op de trein stapte: sigaret stoer in mondhoek, draai met de hak om de peuk te doven. Hoe je dat tegenwoordig doet: vage blik, frummelend aan oordopjes, een rolkoffer achter je aan sleurend.

Vincent Lindon wil daarmee maar zeggen dat acteren voor hem puur lichamelijk is: een kwestie van houding en gebaren. „Ik krijg tegenwoordig allerlei scripts aangeboden: misdaad, arthouse, kostuumdrama. Je voelt instinctief of een rol jou past. Niet alles is geschikt. Je hebt John McEnroe en je hebt Ivan Lendl. Die moeten niet elkaars tennis willen spelen.

„Zo snel een regisseur over psychologie begint, lig ik al te snurken. Ik ken acteurs die 35 pagina’s achtergrond nodig hebben om een rol te kunnen spelen. Mij maakt het geen lor uit. Ik doe geen research, ik heb voor La loi du marché niet met werklozen gepraat. Waarom? Het draait om de fantasie die ik zelf heb over deze man, Thierry. Ik leer mijn tekst en verder wil ik alleen weten: wat draag ik, in welke auto rij ik, wat is mijn baan?”

Bij La loi du marché heeft Lindon in Cannes een speciaal gevoel: hij vermoedt dat het een van die zeldzame films kan zijn die mensen misschien over veertig jaar nog zullen zien, die mede gaat bepalen hoe men zich dan het leven anno 2015 voorstelt. „Zoals ik direct aan de films van Frank Capra denk bij de crisis van de jaren 30. La loi du marché is een klein verhaal dat een groot verhaal vertelt.”

Voor Lindon gaat het over mensen die voor hun brood dingen moeten doen die ze eigenlijk niet willen. „Dat geldt voor de meerderheid van de mensheid. Een directeur van een supermarkt wil heus die kassajuffrouw die een paar lullige spaarzegels verduistert niet ontslaan. Maar hij moet. Het staat op camera. Het is beleid. Iedereen houdt elkaar in de gaten.”

Niet zo koelbloedig

Wat hij zou doen als hij in Thierry’s schoenen zou staan? „Thierry is een stille held. Hij slaat zich zonder geschreeuw of lawaai door het leven. Hij hoeft geen indruk te maken. Zijn trots is dat hij voor zijn gezin zorgt. Dus lijdt hij zonder te klagen. Zelf ben ik niet zo koelbloedig en zeker niet zo meegaand. Thierry staat enorm ver weg van mij. Maar ik hou van hem.”

Een held van deze tijd? Lindon: „Wat is een held? Stel je voor: je werkt onder onacceptabele omstandigheden, maar je offert je op voor je gezin. Wat ben je dan? Een held. Of je zegt tegen je baas: dit is mijn morele grens, de groeten! Dan ben je toch ook een held? Of andersom: je incasseert van alles om je baan te behouden. Wat een lafbek! Of je neemt het niet langer en vertrekt. Dan ben je misschien ook een lafbek, die zijn verantwoordelijkheid ontloopt. Wie weet precies het antwoord?”

Dat is bijzonder aan La loi du marché, vindt Lindon. ,,Dit is een film die niet zegt wie fout is en wie goed is. Daar mogen we zelf over nadenken, de film wil je niet manipuleren. Dat zie je niet vaak.”