Column

Voortdurend heeft hij het over zelfmoord

In een Brabants bos verbeiden de twaalfhonderd bewoners van asielzoekerscentrum Gilze hun tijd. Ze komen uit Afrika, Syrië, de Kaukasus, maar ook van de Balkan, en willen hun verhaal aan iedereen kwijt. In een van de barakken op het voormalige luchtmachtterrein is sinds twee weken de Roma-familie Osmanovic ondergebracht: vader Damir (38), moeder Vesira (38) en hun vier kinderen. Vesira ligt verslagen op bed. „Ze is depressief en suïcidaal door wat ze in Kosovo tijdens de NAVO-bombardementen van 1999 heeft meegemaakt”, zegt vrijwilligster Wendelien Noort, die het gezin bijstaat.

In mei 2011 vluchtte technicus Damir met zijn gezin uit Servië, waar ze gediscrimineerd werden, naar Nederland. Daar belandden ze via Ter Apel in een asielzoekerscentrum in Drachten, waar ze officieel asiel aanvroegen. Toen het ernaar uitzag dat ze dit niet zouden krijgen, werden ze in november 2014 naar het Friese Burgum overgebracht, een verblijfplaats voor uitgeprocedeerde asielzoekers met minderjarige kinderen. Vesira deed er een zelfmoordpoging, door een overdosis pillen te slikken. „Het COA (Centraal Orgaan opvang Asielzoekers) deed eerst niets, maar belde uiteindelijk toch een ambulance”, vertelt Noort. „Een COA-medewerkster zei toen: ‘Zoals zij hebben we er wel meer.’”

Toen de rechter op 30 juni de asielaanvraag van de familie Osmanovic inderdaad afwees, omdat Roma geen gevaar in Servië zouden lopen, sloeg het noodlot opnieuw toe. Nog diezelfde dag stond de Dienst Terugkeer en Vertrek (DTV) twee keer onaangekondigd bij het gezin op de stoep, terwijl Damir niet thuis was. Damir ging bij de dienst verhaal halen en overhandigde zijn contactpersoon documenten over het hoger beroep van zijn advocaat tegen de uitspraak van 30 juni. Daarin wordt om uitstel van gedwongen vertrek gevraagd op grond van de slechte gezondheid van Vesira en zijn jongste dochter. Maar het enige wat hij daar te horen kreeg, was dat Roma in Nederland niet welkom zijn.

Drie dagen later, op 3 juli, stormde om zes uur ’s ochtends een politiemacht met getrokken pistool het verblijf van de familie Osmanovic binnen. Ze werden vergezeld door een Servische tolk en medewerkers van het COA en de DTV. Damir, met tranen in de ogen: „Alsof ze een zware crimineel kwamen arresteren. Toen mijn vrouw niet meteen opstond, kreeg ze klappen. Ze reageert niet zo snel door de medicijnen die ze slikt. Aan haar haren, armen en benen is ze toen door vijf agenten over de grond naar het arrestantenbusje gesleurd. Mijn kinderen werden elk afzonderlijk door vijf agenten afgevoerd. En opnieuw zei de DTV tegen ons: ‘Wij willen geen Roma in Nederland.’ Ik ben nog altijd in shock.”

Wendelien Noort is ook ontzet over al die intimidatie: „De DTV wilde hen detineren om ze na 11 augustus, als de rechter het asiel in beroep opnieuw afwijst, meteen te kunnen uitzetten. Dankzij de advocaat is dat voorkomen en zitten ze in Gilze. Maar Damir is aan het einde van zijn Latijn en kan amper nog voor zijn kinderen zorgen. Hij heeft het voortdurend over zelfmoord.”

Damir hoopt nu dat de rechter zijn gezin op 11 augustus dat begeerde uitstel verleent. Pas als zoiets drie keer achtereen is gelukt, mag de familie voorgoed in Nederland blijven.