Gesink trapt zo hard als Froome maar wielrennen is meer dan watts

Eerste Pyreneeënrit

Zijn de geheimen dan eindelijk ontrafeld, achter de suprematie waarmee geletruidrager Chris Froome tot nu toe de Tour de France naar zijn hand zet? Gisteren, aan de vooravond van vier zware Alpenetappes, besloot zijn ploeg Sky gegevens vrij te geven over de bijzondere fysieke vermogens van de Britse kopman. Al was het maar om beschuldigingen uit Franse hoek te weerleggen dat hij ‘onmogelijke’ waardes van dopingzondaar Lance Armstrong trapt.

Sky-trainer Tim Kerrison openbaarde cijfers van de eerste aankomst bergop in de Pyreneeën, waar Froome de concurrentie vorige week met een vinnige acceleratie het nakijken gaf. De 67,5 kilo lichte Brit duwde in de 15,3 kilometer lange klim met een gemiddeld vermogen van 414 watt op de pedalen, ofwel 6,13 watt per kilogram. Lang niet de ‘7’ van Armstrong, zelfs niet de 6,2 die Vincenzo Nibali vorig jaar bij zijn Tourzege haalde. „Niets bovennatuurlijks”, concludeert bewegingswetenschapper Louis Delahaye, trainer van Lotto-Jumbo. De iets meer dan 70 kilo zware Robert Gesink haalt soms hogere vermogens. Het verschil schuilt in details: de hoge trapfrequentie van Froome en de minuten van zijn beslissende aanval. Ook die cijfers gaf Sky prijs.