Stapelbedden in Goes snel gevuld

De Zeelandhallen in Goes doen dienst als noodopvang voor asielzoekers. Vertier is er niet.

De noodopvang in Goes is sinds maandag open. Er zitten veel Eritreeërs en Syriërs – alleen mannen. Ze slapen in stapelbedden. Foto Rien Zilvold

Hij heeft zijn ouders net via zijn mobiele telefoon een Facebook-berichtje gestuurd. Dat het goed met hem gaat. En dat hij veilig in Goes is aangekomen.

Zijn naam wil hij niet zeggen. Wel zijn leeftijd: 30 jaar. En zijn geboorteland: Eritrea. Hij hoopt op een verblijfsvergunning. Rust. En een huisje.

Gisteren werd de man met een bus van het aanmeldcentrum in Ter Apel naar Goes gebracht. Samen met negentien andere mannen uit Syrië en Eritrea die naar Nederland zijn gevlucht. De komende tijd verblijven ze in de Zeelandhallen in Goes.

Het is een noodopvang voor vluchtelingen. Vergelijkbaar met die in Zwolle waar (net als vorig jaar) in de IJsselhallen asielzoekers terecht kunnen. Op de locaties is plek voor 400 mannen – vrouwen en kinderen erbij plaatsen vraagt meer privacy en beperkt de capaciteit. Maandag ging de opvang in Goes open. Naar verwachting zal de locatie binnen enkele weken vol zitten.

Waarom kunnen de vluchtelingen niet gewoon naar een asielzoekerscentrum? Om twee redenen, zegt woordvoerder Robert Ploeg van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA). De immigratie- en naturalisatiedienst IND bepaalt of vluchtelingen in aanmerking komen voor asiel. Pas als die beslissing is genomen (met welke uitkomst dan ook), stromen mensen door naar een regulier asielzoekerscentrum. Tot die tijd verblijven zij in een zogenoemde procesopvanglocatie. Die plekken zitten nu vol door de grote toestroom van vluchtelingen. „En dus moeten de mensen tijdelijk in de noodopvang verblijven.”

Dan is er nog een reden dat de doorstroom naar asielzoekerscentra stokt. Daar gaan maar mondjesmaat mensen weg, ofschoon velen een verblijfsvergunning hebben. Het aanbod van sociale huurwoningen is beperkt en ze kunnen dus nergens terecht.

De stroom asielzoekers neemt in rap tempo toe. De Middellandse Zee is nu rustig en mensen wagen de oversteek naar Europa, vertelt Ploeg. Sinds 2007 werden er gemiddeld 1.100 asielaanvragen per maand ingediend in Nederland. Dat aantal stijgt nu fors, vorige maand waren het er 2.937.

Buiten bij de Zeelandhallen is het uitgestorven. Het evenementencomplex ligt op een industrieterrein. Aan de ene kant van het gebouw is de ingang van de noodopvang, aan de andere kant zitten een fitnessschool, een bioscoop en een fietsenwinkel. Maar die trekken op deze zomerse vakantiedag niet veel klandizie.

Voor de ingang van de opvang zit alleen de man uit Eritrea op een betonnen voet van het hek. Hij vertelt dat er twee vluchtelingen binnen televisie kijken. De andere zijn de omgeving aan het verkennen. Veel vertier zullen ze niet kunnen opzoeken. „We hebben geen geld.”

De ingang van de noodopvang ligt aan een weg die aan één kant dicht is. Een man met gereedschap heeft hekken met zwart zeil zo geplaatst dat niemand er meer door kan. „Voor de veiligheid.” Op de vraag om wiens veiligheid het gaat, geeft hij geen antwoord.

Bij de fitnessschool aan de andere kant komt een jongeman naar buiten. Hij heeft nog geen asielzoeker gezien. Dat hoeft van hem ook niet zo nodig. „Straks komt er vierhonderd man hier sporten. En het is al zo druk.”

Er zijn altijd mensen tegen de komst van asielzoekers, weet een woordvoerder van Vluchtelingenwerk Nederland. „Maar het gaat maar om een klein groepje mensen.”

De organisatie hoopt dat de noodopvang écht tijdelijk is. De mannen slapen in stapelbedden, de privacy is ver te zoeken en het geluid in de hal is indringend. Zwollenaren organiseerden vorig jaar allerlei activiteiten om het leed in de Zwolse noodopvang te verzachten, vertelt de woordvoerder. Een kapper kwam gratis knippen, de plaatselijke voetbalclub nodigde de mannen uit om een wedstrijd te spelen. „Dat deed iedereen goed.”