Column

Roze Broekje en de iPad

Een glazen bol zat er vijf jaar geleden niet bij toen de eerste iPad in Nederland op de markt verscheen. Een nieuwe categorie computers, zou die echt aanslaan? Met enige gêne herlees ik  de recensie die ik in 2010 schreef: Hardop twijfelen over de iPad. Daarin legde ik – woest wikkend en wegend om de Apple-fans niet op hun gevoelige teentjes te trappen – uit waarom ik de eerste versie van deze  ‘geamputeerde laptop van 500 euro’ niet ging  kopen. 

Inmiddels zijn we bijna 300 miljoen iPads verder en is de iPad nog altijd de toonaangevende tablet-pc, al zijn er genoeg concurrenten bijgekomen.

Steve Jobs introduceerde de iPad als de mobiele computer voor de massa en deed de voorspelling dat gewone pc’s zouden degraderen tot de logge ‘vrachtwagens’ op de digitale snelweg. Tablet-pc’s sloegen een gat in de pc-verkoop en eind 2014 waren er in Nederland evenveel tablet- als pc-eigenaren.

Een van de argumenten om niet meteen de eerste iPad te kopen was dat het apparaat mijn laptop niet kon vervangen. Daarvoor ontbraken het toetsenbord, het grote scherm en het makkelijk wisselen tussen applicaties (multitasking).

Weerstand bleek zinloos en uiteindelijk werd het een iPad mini. Een handig digitaal tussendoortje; een scherm dat je er even snel bij pakt om wat te tikken, op te zoeken of mail weg te werken. Of video te kijken in bad, op zo’n wankel rekje. De iBad: ideaal.

Om echt te werken gebruik ik toch de laptop of een desktop computer. Typen op een glazen scherm is niet prettig en het multitasken is een crime. Pas de volgende versie van iOS laat je in twee apps tegelijk werken.

Mijn eigen iPad groeide wel uit tot een volwaardig gezinslid. Onmisbaar voor die andere uitvinding van vijf jaar geleden, mijn dochter. Op dit moment zit ze te hengelen naar de nieuwe logincode omdat het nieuwe besturingssysteem iOS9 geen vier- maar zescijferige pincode gebruikt. Betere bescherming tegen datadiefstal maar niet bestand tegen smekende kinderogen.

Als we op reis gaan moeten twee dingen mee: haar knuffel (hij heet Roze Broekje) en de iPad om tijdens een lange autorit dezelfde video’s tot vervelens toe te herhalen. Kijk in een willekeurig restaurant rond en je ziet dat de jonge generatie zich het touchscreen volledig heeft toegeëigend. De eenvoudige aanraakbediening doet wonderen, ook voor oudere computergebruikers. De iPad werd het symbool van het onttechnologiseren van technologie. Iedereen kan ermee overweg, zonder cursus. Dé computer voor de massa – Steve Jobs had gelijk.

Sloeg ik de plank mis met mijn eerste oordeel over ‘de grote broer van de iPhone’? Valt mee. Ik vraag me wel af hoe we over vijf jaar naar de Apple Watch zullen kijken, het slimme horloge dat sinds vorige week in Nederland te koop is. Opnieuw besloot ik de eerste versie over te slaan. Ik krijg het niet over mijn hart om een paar honderd euro uit te geven aan een gadget-annex-juweel dat volgend jaar gegarandeerd achterhaald is. Sieraden zijn voor altijd, gadgets zijn zeer tijdelijk. De combinatie van die twee is niet logisch.

Mooie woorden, maar ik voelde mijn weerstand smelten toen een Apple-medewerker me vorige week een roestvrijstalen testexemplaar van de Watch aanmat en de resterende schakels van de band met zorg in een zakje opborg.

„Staat je echt goed”, zei hij met een fluwelen juweliersstem.

Opeens leek mijn eigen horloge – een smartwatch nota bene – een pummelige, hopeloos ouderwetse verschijning. En dat kan niet. Moet. Nieuwe. Glimmende. Dingen. Hebben.

Soms is logica ver te zoeken.