Migranten laten de stad groeien, niet de yuppen

De Nederlandse steden zijn er in de afgelopen twintig jaar onmiskenbaar op vooruit gegaan en hun economische betekenis nam toe. Vooral buitenlandse migranten zorgden voor de bevolkingsgroei, schrijven Friso de Zeeuw en Rink Drost.

Illustratie Pangli

De grote steden groeien vooral door de instroom van buitenlandse migranten en door jonge gezinnen die zich in Vinexwijken vestigen. De modieuze stelling dat yuppen met bakfietsen de groei veroorzaken en de stad aantrekkelijk maken, berust op drijfzand.

De buitenlandse migratie samen met de groei in Vinexwijken verklaart het grootse deel van de bevolkingsgroei in de grote steden. Amsterdam bijvoorbeeld telt in de periode 2000-2014 een netto toestroom van 34.000 buitenlandse immigranten.

De meeste van deze mensen hebben een lage opleiding en een laag inkomen. De groei door Vinex (IJburg) bedraagt circa 21.000 inwoners. De totale bevolkingsgroei bedraagt 68.000 inwoners. Dat verklaart voor Amsterdam zeventig procent van de bevolkingsgroei. Voor Utrecht en Eindhoven gaat ongeveer hetzelfde op.

In Den Haag en Rotterdam overtreffen deze twee zelfs de netto bevolkingsgroei. Het gaat te ver om te zeggen dat deze steden zouden krimpen zonder Vinex en buitenlandse migranten. Maar het valt wel op.

Het Planbureau voor de Leefomgeving heeft met zijn studie De Stad: Roltrap, Spons en Magneet getracht uit te leggen waarom steden aan populariteit winnen. De auteurs zetten uiteen dat jongeren naar de stad trekken om te studeren. Zij vinden een partner en werk en blijven daarna – ook als zij kinderen hebben gekregen – in de stad wonen. Ze verhuizen dus niet meer, zoals voorheen, naar een laagbouwwoning-met-tuin buiten de stad, in een van de omliggende ‘groeikernen’.

Dit verklaart, aldus het Planbureau voor de Leefomgeving, de groei van de stad en de verminderde populariteit van de groeikernen. Maar dat komt doordat deze mensen die woning-met-tuin of dat appartement in een rustige omgeving nu kunnen vinden in grote, nieuwe zogenaamde Vinexwijken die binnen de gemeentegrenzen zijn verrezen.

De bevolking in IJburg (Amsterdam) groeide met 20.700 inwoners sinds het jaar 2000. Leidsche Rijn zorgde voor een groei van 51.600 inwoners sinds 2000 in de gemeente Utrecht. Ypenburg, Leidschenveen en Wateringse Veld (Den Haag) groeiden samen met 65.700 inwoners. Meerhoven (Eindhoven) en Nesselande (Rotterdam) respectievelijk met 12.100 en 9.600.

Ze bieden allemaal min of meer ’suburbane’ woonbuurten; in wezen het woonmilieu van de groeikern, maar nu dichterbij. De door de culturele elite zo verguisde Vinexwijken zijn dus een succes. Daar wonen veel hoogopgeleiden en gezinnen.

Dat het aantal jonge hoogopgeleiden in de stad toeneemt heeft meerdere oorzaken. De langdurige recessie werkt door. Die leidde tot uitstel van de verhuizing bij studenten en jonge gezinnen. Een grote groep starters op de arbeidsmarkt kwam niet aan de bak en studeert verder. Anderen werken wel, maar zonder vast contract. En zonder vast contract ook geen hypotheek.

Verder heeft de overgang naar het bachelor-/ mastersysteem invloed. Een bachelordiploma heeft minder waarde dan het oude hbo-/hts-diploma. Ook daarom studeren meer jongeren door voor een master. En het aantal buitenlandse studenten groeit sterk; zij komen af op de gunstige prijs-kwaliteitverhouding van de Nederlandse universiteiten. Al deze factoren hebben weinig te maken met ‘de aantrekkelijkheid van de stad’.

De vermeende aantrekkelijkheid van de grote steden, met name van Amsterdam, onderbouwt men vaak met de sterke stijging van de woningprijzen. Als we echter kijken naar een periode van vijftien jaar, dan zitten vooral de woningprijzen in Eindhoven en Utrecht in de lift.

Beide steden zitten ongeveer vijftig procent boven het prijsniveau van het jaar 2000. Den Haag, Rotterdam en ook Amsterdam presteren daar aanzienlijk onder. Amsterdam zit twintig procent boven het prijspeil van 2000. Rotterdam 28 procent.

Het zijn juist deze drie steden die veel buitenlandse migranten aantrekken.

Onze analyse heeft verschillende consequenties voor het stedelijk woonbeleid. Zo geeft de toestroom van migranten met een laag inkomen druk op de voorraad sociale woningen. Die zal de komende jaren niet fors uitbreiden.

Bevorder daarom dat mensen met een hoger inkomen uit een sociale huurwoning verhuizen. Bied hen een aantrekkelijk alternatief. Aanvaard dat veel jonge mensen na hun studietijd ‘verburgerlijken’ en in een rustige buurt willen wonen. Wel in de nabijheid van voorzieningen, maar niet in een bruisend stadsmilieu.

Bouw betaalbare woningen voor deze groep in de stad of in de omgeving daarvan. Er is zeker een groep jonge, hoogopgeleide mensen die graag wel hoogstedelijk wil wonen. Zij laten bepaalde wijken van kleur verschieten (gentrification). Geef die verandering vooral de ruimte.

De steden zijn er in de afgelopen twintig jaar onmiskenbaar op vooruitgegaan en hun economische betekenis is gegroeid.

Maar wie de ‘triomf van de stad’ vereenzelvigt met een paar bakfietsen, slaat de plank volkomen mis.