Korpschef Bouman: Niemand van ons loopt voor zichzelf op straat

Onder de kop ‘Naar eer en geweten’ schreef de korpschef van de Nationale Politie vandaag op een interne politiesite een tekst waarin hij reageert op de commotie na de veroordeling van een agent tot twee jaar cel wegens poging tot doodslag. De volledige tekst van Bouman lekte uit en volgt hier:

“Mijn spontane reactie was meteen een weblog schrijven. Dat heb ik ook gedaan, al is dat niet deze versie. Bewust gunde ik de tekst nog een paar nachten slapen. Emotie is een krachtige, maar niet altijd raadzame drijfveer voor uitlatingen en de mijne was pittig. Sinds vrijdag sprak ik voortdurend met anderen over de veroordeling van onze collega. In het weekeinde begon ik in relatieve rust aan versie twee.

In de tussentijd is hierover al veel gezegd en geschreven. In zijn inlevende en genuanceerde brief aan collega’s, bracht Gery Veldhuis treffend onze beleving en standpunten tot uitdrukking. Van a tot z staat de korpsleiding daar achter. Niets dan lof voor het leiderschap dat de Limburgse politiechef toont en voor zijn betrokkenheid bij op de eerste plaats de veroordeelde collega en zijn gezin.

In ons land is het laatste woord aan de rechter. Dat staat of stel ik in deze zaak niet ter discussie. De schoen wringt bij de Ambtsinstructie en de toetsing daarvan door het reguliere strafrecht. Ik neem voetstoots aan dat ook deze rechtbank zorgvuldig, doordacht en volstrekt naar eer en geweten tot dit bekritiseerde vonnis kwam.

Maar met alle respect voor deze rechters, ik ben een essentieel andere juridische redenering toegedaan. Over dat verschil van inzicht ga ik niet via de media in discussie. Dat debat voeren wij primair in de rechtszaal. De veroordeelde collega tekent hoger beroep aan en het korps steunt hem volledig. Indien nodig tot aan de hamerslag van de Hoge Raad.

Pal achter hem staan, dat zijn wij om te beginnen verschuldigd aan deze politieman, zijn gezin en zijn directe collega’s. Aan de mensen die van zo dichtbij moeten meemaken wat twee jaar onvoorwaardelijk gevangenisstraf vanwege poging tot doodslag doet met iemand die naar eer en geweten uitvoert wat de samenleving verwacht. Namelijk (gezochte) criminelen aanhouden en opsluiten. Precies dat deed hij toen het misging. Zijn gezin en collega’s moeten nu toezien hoe ongenadig hard zo’n uitspraak aankomt.

Tot de juridische bodem gaan, is tevens van wezenlijk belang voor alle politiemensen en burgers. Op de rol staat namelijk een nog veel fundamentelere vraag, waarop ook ik een duidelijk antwoord wil. Hoe bereiken wij een rechtvaardig evenwicht tussen de belangen van burgers en van agenten bij het oordelen over de noodzaak en de mate van politiegeweld?

Hoe voorkomen wij dat andere politiemedewerkers in zulke misère raken? Als korpschef en jurist ventileer ik regelmatig uitgesproken opvattingen over geweld tegen en door politiemensen. Ik ben dan ook een vurig pleitbezorger van een grondige herziening van het stelsel rond de Ambtsinstructie. Deze schrijnende zaak onderstreept nog eens de bittere noodzaak.

Op dit punt kent de politie een lange voorgeschiedenis die in het verleden veel te veel politiemensen verdriet en onrecht heeft gebracht. Aan die geschiedenis moet een einde komen. Hoe sneller, hoe liever. Met het Ministerie van Veiligheid en Justitie en het Openbaar Ministerie werkt het korps aan voorstellen voor wetswijzigingen die de zo dringend gewenste veranderingen kunnen bewerkstelligen.

Aanpassingen die moeten leiden tot een stelsel dat recht doet aan politiemensen en burgers. Al helemaal als agenten onder extreem moeilijke omstandigheden in een fractie van een seconde een alles-of-niets-beslissing dienen te nemen. Een stelsel dat tevens de noodzaak en de omvang van toegepast politiegeweld onafhankelijk laat toetsen en onverminderd garant staat voor de rechten van burgers. Het realiseren van zo’n stelsel is een weerbarstige uitdaging. Geenszins door onwil van de betrokken partijen, maar het moet nu eenmaal juridisch waterdicht zijn. Vooral in uw belang. Ik laat de gashendel pas los, als wij over de streep zijn.

Dit vonnis maakt intern heftige emoties los. Het voedt bij velen de frustraties over gebrek aan erkenning en over het vertekende beeld dat (sociale) media al te vaak van ons werk en onze mentaliteit schetsen. Uw reacties op intranet spreken wat dat betreft boekdelen. Die emoties verrassen mij niet. Ik snap waar de soms heftige toon vandaan komt. U en ik moeten echter oppassen voor de valkuil van emotionele ontboezemingen.

Wij laten ons niet verleiden tot ongepaste bewoordingen in (sociale) media. Wij vermijden generalisaties over de rechtspraak in ons land. Zulke uitlatingen zijn onjuist, misplaatst en brengen ons niet verder. Het is aan ons om escalatie te voorkomen door het hoofd koel en het gezond verstand erbij te houden. Ik weet dat ik ook in deze situatie op uw professionele instelling en morele kompas kan rekenen.

Waar wij zeker voor moeten waken, is dat zo’n vonnis onze motivatie en vooral ons zelfvertrouwen aantast. Vrijwel dagelijks komen wij voor complexe dilemma’s te staan. Het is aan ons om besluiten te nemen met mogelijk verstrekkende gevolgen voor burgers en onszelf. Zulke afwegingen zijn in geen enkel opzicht gebaat bij twijfel over ons handelen of onzekerheid over steun van uw leiding.

Wie naar eer en geweten volgens professionele maatstaven doet wat hem of haar te doen staat, kan op het korps en mij rekenen. Wat er ook gebeurt. Wij gaan onze verantwoordelijkheid voor eventuele fouten niet uit de weg. Tegelijkertijd willen wij erop kunnen en mogen rekenen dat onafhankelijke toetsing altijd oog heeft voor de specifieke aard en omstandigheden van ons werk. Niemand van ons loopt voor zichzelf op straat.

Die boodschap blijf ik herhalen, tot aan de hoogste rechter toe. In deze zaak en alle andere. Dat standpunt blijf ik verkondigen tegenover iedereen die politiek-bestuurlijke verantwoordelijkheid draagt voor geweldstoepassing door de politie. Vanuit die opvatting blijf ik onverminderd hameren op zo urgent mogelijke herziening van de Ambtsinstructie en wat ermee samenhangt. In het belang van al mijn collega’s en hun onmisbare bijdragen aan de samenleving.”

 

Eerder schreef Bouman een weblog over discriminatie in het politiewerk. Die is hier te vinden.

Reageren? Volledige naamsvermelding is verplicht.