Kijk zijn handen, net spinnen

Robert Johnson was een legendarische bluesgitarist in de jaren 30. Hij geldt als inspiratiebron voor vele muzikanten, zoals Eric Clapton en Keith Richards. Nu is er van het leven van Johnson een stripbiografie gemaakt, zijn leven is omgeven door mysterie.

Tekening (bewerkt) Mezzo

Volgens Stones-gitarist Keith Richards klonk Robert Johnson alsof er twee gitaristen tegelijk speelden. Zo snel gleden zijn handen over de snaren. De mare wil dat deze legendarische bluesgitarist zijn ziel verkocht aan de duivel in ruil voor zijn fenomenale beheersing van de gitaar. Het verhaal sprak tot de verbeelding van de Franse stripmakers Mezzo en Jean-Michel Dupont, die een stripbiografie aan zijn korte leven wijdden: Love in vain, genoemd naar een van zijn liedjes. In Frankrijk groeide deze strip snel uit tot een verkoopsucces. Het boek, op fraai oblong-formaat, is nu ook in het Nederlands verkrijgbaar.

Robert Johnson was pas 27 toen hij in 1938 overleed en veel is er niet over zijn leven bekend. Maar scenarist Dupont is een bondige verteller en Mezzo strooit royaal met details in zijn tekeningen. Love in vain wordt verteld door een mysterieuze voice-over, die spint van genot als Johnson het foute pad opgaat en die suggereert dat hij wel meer weet over die deal met de duivel. Die brutale vertelstem geeft het levensverhaal van de jonge katoenplukker die koos voor een avontuurlijk bestaan als rondreizend muzikant de noodzakelijke swing.

Net als Treme, de tv-serie over New Orleans, biedt Love in vain een uitzonderlijke blik op het wel en wee van de overwegend zwarte bevolking in het zuiden van de VS: gevoelvol en goed gedocumenteerd. Johnson werd geboren op een plantage in Mississippi, waar blank en zwart een eeuw geleden strikt gescheiden leefden. Het was voor een zwarte man gevaarlijk, zoals Dupont schrijft, om een blanke vrouw diep in de ogen te kijken.

Magistrale tekeningen

Magistraal is de zwart-witte grafiek van Mezzo (Pascal Mesemberg, 1960), die de afgelopen jaren faam verwierf als tekenaar van de bejubelde psychedelische trilogie De Vliegenkoning. In zijn gestileerd-realistische stijl benadert Mezzo het gloeiende zwart van Charles Burns, dat hij combineert met een brede, robuuste lijnvoering. Het is alsof hij zijn lijnen als een houtbewerker in het papier heeft gegutst.

Mezzo verricht een wondertje met zijn weergave in clair-obscur van de zwarte huid. De natuurlijke glans van de gezichten licht Mezzo op met wit en beschaduwde plekken zijn intens zwart. Die gedurfde grafische aanpak levert karaktervolle en levensechte zwarte mensen op. Daar kunnen generaties striptekenaars nog een puntje aan zuigen. Alsof hij zijn verdienste wil accentueren, tekent Mezzo de koppen van die paar blanken in het boek extra onpersoonlijk en flets.

Hoe werd Johnson zo goed? Als kind speelt hij mondharmonica, maar als hij al na een paar gitaarlessen van mentor Son House op zijn negentiende gaat optreden, vraagt het publiek in de juke joint (kroeg) of hij wil ophouden. House stelt vast dat de gitaar niks voor hem is. Maar een jaar later, als hij terugkeert van een verblijf elders, speelt hij prachtig. Waarna House concludeert dat die opzienbarende progressie wel het werk van de duivel moet zijn. Die scène ontkracht de mythe en Dupont voegt eraan toe dat die verklaring in die tijd wel heel hip en cool was onder muzikanten. Zijn simpele suggestie: Johnson kreeg les. Gitaarwonder Ike Zinnerman nam hem onder zijn hoede. Elke nacht speelde hij samen met hem op straat en dat betaalde zich terug: „Kijk naar zijn handen, net spinnen”, zegt een toeschouwer over Johnson.

De Franse stripmakers karakteriseren Johnson als een goddeloze casanova, een mooie man, onberispelijk gekleed in gestreept pak, die moeiteloos vrouwen veroverde. Johnson leed aan staar, wat zijn blik „een betoverende glans” gaf, schrijft Dupont. In een geestige scène is te zien hoe gehaaid hij zijn charmes inzette. Bij een van hun optredens zegt vriend Johnny Shines tegen hem: „Ik snap je niet man. Waarom lonk je naar die Big Mama als je al die knappe merries kan bestijgen?” Maar Johnson wist wat hij deed. In elke stad legde hij het aan met een oudere vrouw, die hem dankbaar bemoederde, zijn roes liet uitslapen en dan ontbijt op bed bracht.

Toch was hij ongelukkig. De kiem van de blues die Johnson in zijn greep kreeg, legt Dupont bij het lot dat hem als jong gehuwde negentienjarige trof. Zijn vrouw en kind overlijden in het kraambed. Voor zijn gezin was hij een brave, hardwerkende katoenplukker geworden, maar na de begrafenis zit hij tegen een boom te spelen en zingen: „I got the blues so bad, it hurts my feet to walk.” Op zijn slechtste momenten worstelt hij met haar nagedachtenis en dan kruipt hij stilletjes alleen weg in een hoek.

Van de man die talloze gitaristen heeft geïnspireerd zijn 29 songs uit twee sessies overgeleverd, die hij kon opnemen dankzij H.C. Speir, die vanuit zijn winkel in Jackson, Mississippi een platenbedrijfje runde. Zijn eerste sessie speelde Johnson in een hotelkamer in de hoek met zijn gezicht naar de muur. In de strip denkt een aanwezige dat hij verlegen is. Maar latere bronnen, niet in de strip, suggereren dat Johnson de weerkaatsing van het geluid wilde benutten. Van de single ‘Terraplane Blues’, vernoemd naar een toentertijd populair en goedkoop automerk, werden 5.000 exemplaren verkocht: een hit, zijn enige.

Naargeestige zuiden

Ondanks het succes en geld dat spelen in het noorden hem opleverde – Chicago, Detroit, Canada, New York – keerde Johnson terug naar zijn eigen streek. In zijn weergave van het ‘naargeestige zuiden’ knipoogt Mezzo naar Van Gogh door een horizon vol wervelende windlijnen te tekenen. Ook de sardonische verteller kan de terugkeer niet verklaren, maar geeft er een poëtische draai aan: „Misschien simpelweg omdat de Mississippi door zijn lijf stroomde.” Of, nog eenvoudiger, omdat een van zijn vriendinnen daar een kind van hem had.

Niet lang erna stierf hij. De tekeningen van zijn doodsnood vormen een bluessong op zich. Werd hij vergiftigd door een jaloerse echtgenoot van een vrouw die hij had verleid? Dupont en Mezzo houden het erop dat hij het gif overleefde, maar dat een longontsteking zijn „door drank en syfilis verteerde lijf de das omdeed”.