Je haat de Tour; je kan niet zonder

Eigenlijk is het een onmenselijk evenement. Drie weken achtereen, dag in dag uit. Ok, twee rustdagen tussendoor maar die verstoren eigenlijk alleen maar het ritme. In welke andere sport bestaat een gelijkwaardig evenement als de Tour de France? Ze begon dit jaar in Utrecht, inmiddels alweer ruim twee weken geleden. Je zou al bijna niet meer weten wie toen de proloog won. Neem daarbij nog de loodzware omstandigheden waarin gereden moet worden. Dit jaar is het vooral de hitte die het peloton geselt. En dan ook nog te bedenken dat het begrip wandeletappe al lang niet meer bestaat. Iedere dag vanaf kilometer 0 slaat het peloton op hol. Het gevecht om de ontsnapping van de dag is met geen pen te beschrijven. Je moet er tussen hebben gereden om precies te weten hoe het voelt.

Voor de renners met kwaaltjes en blessures is de Tour inmiddels een ware martelgang. Herstellen tijdens de Tour is bijna onmogelijk. Meestal rol je van de ene ellende in de andere. Maar opgeven is geen optie. Een renner blijft altijd hopen. Hopen, vaak tegen beter weten in. Typisch voor de Tour. In iedere andere wedstrijd zou de handdoek al lang geworpen zijn.

Voor de mannen die fit zijn en nog echt meedoen in de wedstrijd is het lijden en afzien een stuk draaglijker. Zij rijden uitslagen, staan hoog in het klassement en worden dagelijks bejubeld.

Het peloton wordt over vijf dagen uit zijn lijden verlost. Maar nog wel eerst even vier loodzware Alpen etappes overleven. En dan in Parijs aangekomen denken velen: dit nooit weer. Hier zien ze mij nooit meer terug. Maar een jaar later zijn ze die gedachten al lang weer vergeten. Renners haten de Tour maar uiteindelijk kunnen ze ook weer niet zonder.