‘Iedere euro die een stad in de Tourstart investeert wordt tien keer terugverdiend’

Dat zei Tour de France-baas Christian Prudhomme in deze krant.

De aanleiding

De Tour de France lijkt deze zomer populairder dan ooit tevoren en dat zal in ons land alles te maken hebben met de Tourstart in Utrecht. Naar aanleiding daarvan vroeg NRC-correspondent Peter Vermaas aan Tourbaas Christian Prudhomme wat zo’n evenement een stad eigenlijk oplevert. Iedere geïnvesteerde euro komt tien keer terug, zei Prudhomme. Klopt dat?

Waar is het op gebaseerd?

Ex-sportjournalist Christian Prudhomme is bezig aan zijn tiende Tour de France als directeur. Maar Prudhomme en zijn organisatie, de ASO, praten niet graag over geld. Toch ontfutselde Vermaas de informatie – maar waar die uitspraak op gebaseerd is, blijft onduidelijk. Alle financiële rapporten houdt de ASO geheim.

En, klopt het?

Laten we vooropstellen dat het lastig is om te meten wat een stad verdient aan de Tour. Want kijk je naar het geld dat wordt uitgegeven aan hotels en horeca op de dag(en) van het evenement, of bekijk je over vijf jaar in hoeverre de Tour heeft gezorgd voor effect op het toerisme in de stad? Volgens Peter Vermaas bedoelde Prudhomme dat eerste.

We beginnen met de Grand Départ van Utrecht: volgens een woordvoerder van de gemeente kostte de totale organisatie daarvan 15,4 miljoen euro. Dat is inclusief de kosten voor dranghekken, hulpdiensten en ook de startpremie die Utrecht heeft moeten betalen aan de Tourorganisatie. Dat precieze bedrag is geheim. Schattingen lopen uiteen van 2 tot 3,5 miljoen euro.

Op basis van de vorige Nederlandse Tourstart, die van 2010 in Rotterdam, waagde Utrecht zich aan een voorspeling van de totale opbrengsten: 30 miljoen euro. Rotterdam ‘deed’ vijf jaar terug, zo blijkt uit een studie van onderzoeker Daan Vogelaar naar de economische impact van de Tourstart, 33,4 miljoen bij een totale investering van 15 miljoen. Daarmee komt elke geïnvesteerde euro iets meer dan twee keer terug.

Van 2011, toen de start in de Vendée was, kunnen we geen gegevens achterhalen. Dan de andere Grand Départs in de laatste vijf jaar. Luik 2012: 4 miljoen geïnvesteerd (inclusief de ASO-startpremie), 17,2 miljoen verdiend; elke euro kwam ruim vier keer terug, zocht een groep studenten van de hogeschool in Luik uit.

Corsica 2013, dat was een unieke. Het was voor het eerst dat de Tour het eiland aandeed. Het leverde drie dagen lang spectaculaire beelden op van een plek die veel mensen nadien zouden aandoen als vakantiebestemming. De ingewikkelde operatie kostte bijna 10 miljoen euro. Op korte termijn leverde dat het eiland volgens een studie van sportmarketingbedrijf Keneo een kleine 18 miljoen euro op. Maar diezelfde studie gaat ervan uit dat het toerisme op het eiland door de Tourstart een impuls krijgt, die Corsica verdeeld over vijf jaar 100 miljoen euro moet opleveren. Kosten-batenplaatje in dat geval: 10 miljoen erin, 118 eruit. Dat overtreft zelfs Prudhommes verwachtingen, maar nogmaals: Corsica was uniek.

Tourstart in Yorkshire vorig jaar. De regio betaalde 21 miljoen pond in totaal, voor drie dagen Tour inclusief Grand Départ. Voorlopig leverde dat al 100 miljoen pond op; elke geïnvesteerde euro keer vijf.

Waar de redenering van Prudhomme wel opgaat, is Gap, waar de Tour dinsdag finishte en vandaag start. Doorgaans moet een Franse startplaats 65.000 euro betalen, een finishplaats 110.000 euro en de rustdag kost nog een paar duizend. Volgens de woordvoerder van de gemeente krijgt Gap al jaren korting, zo’n 10 procent. Alle logistiek kost een ton. Dit jaar verdient de Alpenstad 3 miljoen aan de Tour. Dus hier geldt dat elke geïnvesteerde euro tien keer terugkomt. Maar Gap was nooit toneel van een Grand Départ.

Conclusie

Wordt Utrecht rijk? Een totale investering voor de Tourstart van 15,4 miljoen euro zou volgens de Tourbaas 150 miljoen euro moeten opleveren. Geraamd is een vijfde daarvan, namelijk 30 miljoen. Waar Prudhomme zijn uitspraak op baseert, krijgen we niet helder, maar gelet op Grand Départs in de voorbije vijf jaar, lijkt het zeer onwaarschijnlijk dat het klopt wat hij zegt. We beoordelen de stelling daarom als onwaar.