Gaan we dit wezen binnenkort ontmoeten?

Wetenschappers hebben 100 miljoen dollar gekregen om signalen te vinden van buitenaardse activiteit. Ze houden wel rekening met een teleurstelling.

Foto Thinkstock

Gefinancierd door de rijke Russische internetondernemer Joeri Milner beginnen wetenschappers aan een ambitieuze zoektocht naar intelligent buitenaards leven. Daarmee wordt een nieuw hoofdstuk toegevoegd aan de geschiedenis van SETI – de Search for Extraterrestrial Intelligence. Maar hoe groot is de kans dat het er bij het ‘Breakthrough Listen’-project, dat honderd miljoen dollar kost (zo’n 90 miljoen euro), daadwerkelijk signalen van een buitenaardse beschaving worden opgevangen? Kan sciencefiction werkelijkheid worden?

De vraag ‘Zijn wij alleen?’ houdt de mensheid al heel lang bezig. Al meer dan tweeduizend jaar geleden schreef de Griekse filosoof Demokritos dat hij ervan overtuigd was dat er ontelbare werelden bestaan, compleet met water, planten en levende wezens.

Over tastbaar bewijs beschikte Demokritos uiteraard niet, maar hij zat er niet ver naast. Sinds een aantal jaren weten astronomen zeker dat het sterrenstelsel waarin we ons bevinden – de Melkweg – wemelt van de planeten. Hoeveel van die planeten geschikt zijn voor het ontstaan van leven zoals wij dat kennen, is nog onduidelijk. Maar volgens een schatting die planeetwetenschappers van de Australian National University begin dit jaar hebben gepubliceerd, zouden het er honderden miljarden kunnen zijn.

Maar wanneer noem je het leefbaar?

De resultaten van nieuw onderzoek door wetenschappers van de universiteit van Californië in Santa Barbara, die afgelopen maandag in het tijdschrift Nature Geoscience zijn verschenen, geven echter aan dat we voorzichtig moeten zijn met het begrip ‘leefbare planeet’. Volgens hen hangt de leefbaarheid van een aarde-achtige planeet niet alleen af van de afstand tot zijn moederster of zijn temperatuur, maar ook van zijn samenstelling. Vooral de hoeveelheid radioactieve elementen lijkt vrij nauw te komen.

Bovendien: ‘leefbaar’ betekent nog niet dat er ook werkelijk leven is, of is geweest. En áls er al leven is op een planeet, wil dat nog niet zeggen dat het om intelligente wezens gaat. Wil SETI succes hebben, moeten die wezens ook nog eens de noodzaak of de behoefte hebben gevoeld om draadloze communicatietechnieken te ontwikkelen.

Dergelijke overwegingen vormen ook de essentie van een wiskundige formule die in 1961 is opgesteld door de Amerikaanse astronoom en SETI-pionier Frank Drake. Zijn formule omvat zeven factoren die, na vermenigvuldiging, een getal opleveren dat je vertelt hoeveel communicerende beschavingen onze Melkweg telt. Dat klinkt heel simpel, maar het probleem is dat veel van die factoren – die astronomisch, biologisch en technologisch van aard zijn – heel onzeker zijn.

Nog een miljoen beschavingen

Toen Drake en zijn collega’s in 1961 de rekensom voor het eerst uitvoerden, kwamen ze tot de conclusie dat het aantal communicerende beschavingen in de Melkweg ergens tussen de duizend en de honderd miljoen kan liggen. Dat lijkt aardig wat en de uitkomst sterkte Drake in zijn overtuiging dat SETI-onderzoek kans van slagen heeft.

Daar staat tegenover dat andere wetenschappers, onder wie geoloog Peter Ward en astrobioloog Donald Brownlee, op basis van dezelfde formule tot de conclusie komen dat complex leven zoals dat op aarde voorkomt, een kosmische rariteit is. Zij menen dat de mensheid het product is van een zeer lange keten van allerlei onwaarschijnlijke astronomische en geologische gebeurtenissen en omstandigheden.

Aanhangers van deze ‘Zeldzame Aarde-hypothese’ achten de kans dat er in een sterrenstelsel als onze Melkweg complex leven ontstaat niet groter dan 1 op 10 miljard. Als zij gelijk hebben, is de slagingskans van het ‘Breakthrough Listen’-project uitermate gering.

Zouden we het al niet moeten weten?

Er is nog meer reden voor pessimisme. Al in de jaren vijftig kwam de befaamde Italiaanse natuurkundige Enrico Fermi tot de conclusie dat de Melkweg wat intelligent leven betreft akelig leeg moet zijn. Anders zouden we er volgens hem allang iets van hebben gemerkt. Als ons sterrenstelsel zou wemelen van de intelligente beschavingen, waarvan sommige ouder zouden zijn dan de mensheid, zou dat namelijk vanzelf tot druk verkeer moeten leiden. Waar zijn al die ruimteschepen dan? De ‘Fermi-paradox’ was geboren.

UFO-waarnemers zullen hier ongetwijfeld tegenin brengen dat wetenschappers niet zo moeilijk moeten doen en dat onze planeet vrijwel dagelijks buitenaards bezoek krijgt. Maar voor verreweg de meeste UFO-meldingen zijn ‘aardse’ oorzaken te vinden. Hard bewijs dat er werkelijk buitenaardsen op bezoek zijn geweest ontbreekt vooralsnog.

Over de Fermi-paradox zijn hele boeken volgeschreven. De meest eenvoudige uitweg is dat de mensheid simpelweg uniek is in de Melkweg. In dat geval ziet het er somber uit voor ‘Breakthrough Listen’. Een andere ‘voor de hand liggende’ verklaring is dat eventuele hoogontwikkelde beschavingen nooit lang genoeg bestaan om aan interstellaire reizen toe te komen. Ook al geen vrolijk stemmende gedachte.

Maar stel nu eens dat recente optimistische uitkomsten van de Drake-vergelijking – enkele honderden miljoenen communicerende beschavingen – dicht bij de waarheid liggen. Dat zou betekenen dat er bij ruwweg één op de duizend sterren enige vorm van zendactiviteit is.

Bij ‘Breakthrough Listen’ zal onder meer bij de één miljoen meest nabije sterren naar mogelijke kunstmatige radiosignalen worden gezocht. Dat zou theoretisch al honderden treffers kunnen opleveren, mits die communicerende beschavingen signalen uitzenden in het frequentiegebied waar de gebruikte radiotelescopen gevoelig voor zijn.

Veel sterren zijn gewoon te ver

Een andere voorwaarde is dat de signalen bij aankomst op aarde sterk genoeg zijn om op te vallen. En daar zit hem nou net de kneep: alleen de duizend meest nabije sterren zijn dichtbij genoeg om een toch al vrij sterk radiosignaal, zoals dat van een vliegtuigradar, te kunnen detecteren. De meeste andere sterren zijn zo ver van ons verwijderd, dat alleen veel krachtigere signalen die gericht onze kant op worden gezonden kunnen worden opgepikt.

Kortom: zelfs in het meest gunstige scenario is er maar een kleine kans dat er een ‘verdacht’ signaal wordt waargenomen. De kans dat er niets wordt gevonden, is vele malen groter.

Wetenschappers van de universiteit van Californië in Berkeley, die aan ‘Breakthrough Listen’ deelneemt, anticiperen alvast op een eventueel negatief resultaat. Op de nieuwspagina van het instituut zegt Andrew Siemion: „Zelfs als we geen signaal van geavanceerd buitenaards leven detecteren, zal het detectieniveau van de ‘Breakthrough Listen’-zoekacties het beste zijn dat ooit is bereikt. En de hiervoor ontwikkelde technologie zal nog decennialang de grondslag vormen voor SETI-onderzoek.”

Dus niet boos worden als we over tien jaar nog niets van E.T. hebben vernomen.