Elke keer weer nieuwe groepjes met rolkoffers

Bij Airbnb-toeristen is de Weteringbuurt populair. Volgens buurtbewoners te populair. „Een joint en dan giechelen tot midden in de nacht.”

Het ergste zijn de Engelsen, zegt Ovidiu Sarbanescu (29). Hij woont sinds een paar jaar in de Eerste Weteringdwarsstraat in het centrum van Amsterdam. Die Engelsen maken namelijk vaak herrie. „Ze blowen, ze drinken te veel. Dan staan ze te zingen op straat. Of ze krijgen ruzie.”

Naast zijn huis wordt een etage verhuurd via Airbnb, weet hij. En die toeristen belanden ’s nachts dan onder zijn slaapkamerraam. 

Buurvrouw Trix, van schuin tegenover, weet zo nog meer appartementen te liggen die verhuurd worden. Ze wijst met zanderige handen – ze is aan het werk in de binnentuin van het negentiende-eeuwse hofje waaraan ze woont: „Hier links en daar rechts op de hoek.” Elke paar dagen trekken er nieuwe groepjes rolkoffers de straat door. Carol, die net haar fiets in het hofje parkeert, ziet het ook. Af en toe je huis verhuren tijdens vakanties moet best kunnen, vindt ze. Zeker als je je buren netjes inlicht. „Maar elke dag andere toeristen naast je: daar zit niemand op te wachten.”

Ze snapt best waarom die toeristen juist hier willen slapen. De Eerste Weteringdwarsstraat is een rustig straatje, maar ligt wel ingeklemd tussen de populairste Amsterdamse attracties. Minder dan een minuut lopen en je staat al aan de gracht. Het Rijksmuseum: 4 minuten lopen. Heineken Experience en het Leidseplein: 8 minuten.

Blijft de dorpse sfeer wel?

Maar verder: het is geen grachtengordel, het is geen Jordaan. En toch is ook in dit hoekje van het centrum de Airbnb-kaart bespikkeld met kamers of volledige woningen. ‘Great apartment in the City Centre’ van Denise: 145 euro per nacht. ‘Quiet apartment in the Centre’ van Lucja: 120 euro.

De Weteringbuurt heeft een dorpsachtig gemeenschapsleven met al sinds mensenheugenis de buurtvereniging Wetering verbetering. Over dat dorpse maken ze zich zorgen. Niemand heeft last van de Canadese familie Michaelson, vader, moeder en twee dochters, die net bij nummer 62 naar binnen gaan. „Ik denk niet dat iemand ons hier heeft opgemerkt”, zegt moeder Suzanne. „We proberen ons gewoon aan te passen.” De buurtbewoners zijn alleen bang voor het evenwicht tussen tijdelijke en permanente bewoners.

Zo zegt buurman Kees van Wijk het ook. Hij woont tussen de particulier verhuurde appartementen in en hij vindt het doorgaans heel netjes gaan. De onderburen houden hem op de hoogte als er nieuwe gasten komen en wat voor mensen dat zijn. „We hebben soms meer last van expats – de halve straat spreekt Engels.”

Zijn zorg is niet dat ene huis of die ene verdieping die de buren te huur aanbieden. Het is dat pand verderop, dat volgens hem in zijn geheel voor de particuliere verhuur geschikt wordt gemaakt. Dat is in Amsterdam een groeiend probleem. De huizenprijzen stijgen wel, maar geen huurprijs kan op tegen de bedragen die te verdienen zijn met de particuliere verhuur. Overal in de stad duwen makelaars briefjes in de brievenbus met de vraag of de bewoners hun huis willen verkopen – dikke kans dat ze het dan willen exploiteren als feitelijk een illegaal hotel. En dan lopen de verdiensten per pand snel naar de tienduizenden euro’s.

Hier jaagt de gemeente fanatiek op. Elk jaar worden tientallen van dit soort ‘hotels’ ontdekt en gesloten, meestal met een beroep op de brandveiligheid of met een verwijzing naar ‘woningonttrekking’, omdat wonen nu eenmaal een andere bestemming is dan toerisme in het bestemmingsplan.

Voor Van Wijk staat de afnemende verantwoordelijkheid voor straat en buurt voorop. Hij wijst naar de hoek van de straat. Onder een briefje ‘Beste buren, dit is geen vuilstortplaats’ liggen vijf volle vuilzakken. Volgens Van Wijk zijn die van toeristen die nu eenmaal niet altijd precies op vuilnisophaaldag hun appartement verlaten.

Vooral vriendengroepjes zijn berucht in de buurt. „Soms is het net alsof ze hier in de tuin zitten, zoveel herrie maken ze”, zegt Trix. „Laatst hadden we Fransen die al om vier uur ’s middags een joint opstaken. En giechelen! Tot midden in de nacht.”

Kliklijn bellen? Liever niet

Het hoort er natuurlijk een beetje bij als je in het centrum van de stad woont, vinden de Weteringbuurters. Maar je moet je buurtje ook niet kwijtraken aan de toeristen. Trix: „De Weteringbuurt is heel actief: er is een moestuin verderop in het park, en we hebben een platform waar we diensten ruilen. Maar dat werkt natuurlijk alleen als er genoeg betrokken bewoners zijn.” Toch zouden de buurtbewoners niet snel een kliklijn bellen. „Je spreekt er elkaar eerst op aan”, zegt Carol. Zo gaat dat hier in de buurt. „En”, vindt Trix, „de gemeente moet zelf actie ondernemen.” Bestemmingsplannen controleren, bijvoorbeeld. „Ze moeten niet afwachten totdat de buurt het te veel vindt. Als mensen zoals Carol en ik aan de bel gaan trekken, ben je al te laat.”