Dopingzonde is vaak kwestie van slordigheid

Uitgebreid onderzoek naar doping onder Nederlandse topsporters: 4,2 procent zou gebruiken.

Het zit soms in de nonchalance van sporters. De oude, papieren dopingwaaier die nog in veel sporttassen zwerft, met een verouderd dopingreglement en een dopinglijst die niet meer up-to-date is. „Dat is een risico”, zegt Herman Ram, directeur van de Nederlandse Dopingautoriteit.

Sporters moeten inmiddels zijn overgestapt naar een vorig jaar geïntroduceerde app, die doorlopend geactualiseerd wordt. „Juist daar waar het op de dopinglijst en in het reglement is veranderd, grijpt men mis”, bromt Ram. Zijn advies: „Gooi de waaier in de prullenbak en gebruik de app.”

Het zijn dit soort slordigheden die resulteren in het percentage van 4,2 procent Nederlandse topsporters die doping gebruikt. Dat cijfer zoemde gisteren rond bij de presentatie in Nieuwegein van het eerste uitgebreide onderzoek van de Dopingautoriteit naar dopinggebruik onder Nederlandse sporters.

740 topsporters werd in een anonieme enquête gevraagd naar mogelijk dopinggebruik, 291 vulden de vragenlijst volledig in. Betrouwbaar genoeg om conclusies aan te verbinden, volgens de onderzoekers. 4,2 procent dus, wat neerkomt op 31 Nederlandse dopinggebruikers in de topsport.

„Ik en mijn collega’s vinden dat meevallen, op basis van buitenlands onderzoek hadden we het gevoel dat het hoger had kunnen uitpakken”, zegt Ram. Het is een kleine groep, maar tegelijkertijd zijn het zeer vasthoudende structuurgebruikers. „Eén keer begonnen betekent eigenlijk de hele carrière doorgaan.”

Alle onderzochte methodes worden door de dopinggebruikers ingezet: anabolen steroïden, bloedmanipulaties, stimulantia en overige doping (zoals plaspillen). Ram: „De hardnekkigheid en het gebruik van meerdere stoffen, dat valt mij tegen.” In welke sporten de gebruikers actief zijn, blijkt niet uit het rapport. Volgens onderzoeker Olivier de Hon is aannemelijk dat de meesten uit het atletiek, wielrennen en bobsleeën komen.

Wat Ram „zeer verontrust”, is het gebruik van mogelijk vervuilde voedingssupplementen. Van alle topsporters gebruikt 19 procent supplementen zonder dat deze getest zijn op vervuiling. Voedingssupplementen kunnen dopingstoffen bevatten, zonder dat dit op het label gemeld staat – waardoor het gebruik een dopingrisico vormt.

De kennis over dit soort valkuilen is bekend bij sporters, zegt Ram. Maar er wordt niet naar gehandeld. „Ze blijven doen wat ze doen. Ze overtreden de regels niet bewust, maar worden wel gestraft voor hun slordigheid. Dan heb je een heel hardnekkig probleem.”

En nu, komt er een jacht op de 31 hardnekkige gebruikers? Zo werkt dat niet, zegt Ram. Wel richt de Dopingautoriteit de controles steeds specifieker op risicosporten, waar atletiek en wielrennen in het verleden nog evenveel aandacht kreeg als dammen, schaken of jeu de boules.

En er komt meer ondersteuning van intelligence and investigations, ofwel: recherchewerk. De tijd dat de Dopingautoriteit enkel dopingcontroles uitvoert, is voorbij. Zo heeft Ram sinds ruim anderhalf jaar een ex-rechercheur in dienst die op een andere manier dan een dopinglaboratorium bewijzen probeert te verzamelen. Aan de hand van social media en het gedrag van sporters probeert de ‘dopingrechercheur’ een profiel te maken van verdachte sporters.