Dit dorp zoekt al zestig jaar een plek

Het Palestijnse dorpje Susiya werd al eens gesloopt. Daar dreigt Israël opnieuw mee.

Inwoner Jihad Nuwaja van het dorpje Susiya, dat inzet is van diplomatieke strijd tussen Israël en anderzijds de VS en EU. Foto Mussa Qawasma / Reuters

Welkom in Susiya, een mengeling van tentdoeken, tuinstoelen, schapen, kippen en zonnepanelen. Een dorpje kun je het eigenlijk niet noemen: de tenten van de 350 inwoners inwoners staan her en der verspreid in het heuvelachtige landschap in het zuiden van de Westelijke Jordaanoever.

Hoe onbeduidend ook, Susiya is inzet van een diplomatieke strijd tussen Israël aan de ene kant en de Verenigde Staten en Europese Unie aan de andere kant. Israël heeft aangekondigd dat het Susiya vóór 3 augustus met de grond gelijk zal maken. En zowel de VS als de EU protesteren daar hevig tegen. Israël bedreigt wel meer Palestijnse dorpjes met sloop, maar Susiya is een internationaal symbool van de strijd tegen onrecht in de Palestijnse gebieden aan het worden.

Bezienswaardigheid

De inwoners van Susiya, voluit Khirbet Susiya (‘Ruïne van de Zoethoutplant’) geheten, komen oorspronkelijk uit de Negev-woestijn. In 1948 werd hun dorp onderdeel van de staat Israël, waarna ze werden verdreven. Ze besloten te gaan wonen in grotten op hun landbouwgronden op de Westelijke Jordaanoever. In 1986 werden ze ook daarvandaan verdreven, nadat Israël in de grotten een antieke synagoge had ontdekt. Het oude Susiya is nu een archeologische bezienswaardigheid. De nieuwe locatie, anderhalve kilometer verderop, werd in 2001 al eens volledig gesloopt en ook nog zeven keer gedeeltelijk.

Susiya heeft de pech dat het in Area C ligt. Dat is het gedeelte van de Westelijke Jordaanoever dat onder bestuur staat van Israël. Volgens Israël is het buurtschap illegaal, dat wil zeggen: gebouwd zonder vergunningen. Susiya is niet aangesloten op de waterleiding of het elektriciteitsnet. Stroom komt van zonnepanelen en generatoren die geschonken zijn door buitenlandse overheden en hulporganisaties. Ook deze voorzieningen zijn volgens Israël illegaal en staan op de nominatie om te worden afgebroken.

De Amerikanen zijn bezorgd dat het slopen van Susiya „een schadelijke standaard zou neerzetten voor verplaatsing en landconfiscatie, vooral gezien nederzetting gerelateerde activiteiten in het gebied”, aldus een woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken. Palestijns Susiya wordt ingeklemd door twee Joodse nederzettingen met dezelfde naam. De woordvoerder noemt de dreigende sloop „schadelijk en provocatief”.

Slecht voor de gezondheid

Volgens Lars Faaborg-Andersen, ambassadeur van de EU in Israël, sloopt Israël elke maand vijf tot zeven door Europa gefinancierde projecten in Area C. „We hebben het hier over geld van Europese belastingbetalers.”

Maar hij stipte ook een ander punt aan: Israël geeft praktisch nooit bouwvergunningen af aan Palestijnen in Area C. Als geen ander gehucht heeft Susiya hieronder te lijden.

Al decennia proberen de inwoners hun woonsituatie gelegaliseerd te krijgen, maar zonder succes. Zo werden architecten ingeschakeld die vijf schetsen maakten van een mogelijk dorpje, met stenen huizen. Israël honoreerde geen van de plannen. Argumenten: Susiya is te klein om levensvatbaar te zijn, of het is slecht voor de gezondheid van de bewoners dat de huizen zo dichtbij de stallen staan.

In een bouwkeet in Susiya vertelt de 33-jarige inwoner Nasr Nawaja, mensenrechtenactivist en woordvoerder van het buurtschap, over het bezoek van de Israëlische generaal-majoor Yoav Mordechai vorige week. Mordechais officiële functie is ‘coördinator van overheidsactiviteiten in de [Palestijnse, red.] gebieden’. Nawaja betwijfelt de ‘goede intenties’ waarmee Mordechai zei te komen. „Ik heb tegen hem gezegd: goede intenties worden niet gevolgd door bulldozers.”

‘Nederzettingen verbinden’

Mordechai deed de inwoners van Susiya een aanbod dat volgens Nawaja „meer voelde als een bedreiging”. Ze konden verhuizen naar een ander stuk land, in een gebied dat wordt bestuurd door de Palestijnse Autoriteit. „Maar daar woont al een Palestijnse familie. Wij willen niet verantwoordelijk zijn voor hun gedwongen verplaatsing.”

In een reactie zegt COGAT, de organisatie van generaal-majoor Mordechai, dat hij op bezoek was „om de besluiten van het Hooggerechtshof te bediscussiëren en alternatieve oplossingen te onderzoeken in overeenstemming met de planningsoverwegingen”.

Tot 3 augustus zitten de bewoners in angst. Op die dag buigt het Hooggerechtshof zich over de vraag of de vijf alternatieve bouwplannen terecht zijn afgewezen. In een voorlopige uitspraak bepaalde het hof dat Susiya voor die tijd mag worden gesloopt.

Vanuit de bouwkeet zijn de rode daken van de Joodse nederzetting te zien. Nawaja is ervan overtuigd dat Israël „alle Palestijnen uit Area C wil verdrijven, de twee nederzettingen met elkaar wil verbinden en het land van Palestijns Susiya wil overnemen”. De enige manier waarop de inwoners dat kunnen tegengaan zegt hij, is door op hun land te blijven – land dat al sinds de negentiende eeuw in bezit is van hun families. „Dit is onze grond. Die verlaten we niet. Als Susiya wordt gesloopt, bouwen we het gewoon weer op.”

Overigens zijn er ook 23 huizen in de Joodse nederzetting die zijn gebouwd op Palestijnse privégrond. Volgens internationaal recht is die hele nederzetting illegaal, en zelfs volgens Israëlisch recht hadden de 23 huizen niet mogen worden gebouwd. Deze huizen worden niet bedreigd met sloop.