Deze zes aliens zie je waarschijnlijk alleen in Hollywood

Tot nu toe kunnen we over aliens slechts fantaseren. Als we Hollywood mogen geloven, zijn ze een pot nat.

De aliens worden in films doorgaans vrij eendimensionaal afgeschilderd: of ze zijn monsterlijk en vijandig en willen de hele wereld veroveren, of ze zijn aaibaar en dragen de mens juist een warm hart toe. Ze zijn altijd een projectie van de filmmaker, afhankelijk van welke boodschap hij/zij wil uitdragen.

Grofweg zijn ze in zes soorten in te delen:

1. Het knuffeldier

E.T. the Extra Terrestial

(Steven Spielberg, 1982)

Deze alien houdt onszelf door zijn onderdanigheid een spiegel voor over bijvoorbeeld xenofobie of milieuproblemen. In Steven Spielbergs superhit E.T. (1982) speelt een minderjarige, hoogst aaibare alien de rol van imaginair vriendje van een jochie in de buitenwijk, die verward is door de scheiding van zijn ouders.

Deze E.T. is zijn spiegelbeeld: hulpbehoevend, op zoek naar zijn ouders. Hartverwarmende, persoonlijke film van Spielberg raakte een diepe snaar in Amerika waar het kerngezin na de experimenterende jaren 70 in gevaar leek.

2. Het horrormonster

Alien (Ridley Scott, 1979)

Ruimtevampiers, parasieten die onze geest overnemen of lichamen kopiëren: als horrormonster kent de alien vele gestalten. Het is de realisatie van onze ergste nachtmerries, een confrontatie met onze angsten. De Zwitserse kunstenaar Giger introduceerde met het door hem ontworpen ruimtemonster een gotische esthetiek van mist en schaduw in de doorgaans steriel-heldere sciencefiction.

Scotts alien is een smeerlap: hij springt uit een vaginaal ei, bevrucht ons via orale verkrachting, komt ter wereld via onze de ribbenkast, peuzelt ons dan met slijmerige uitklapkaken op. Dit insectachtige, fallische creatuur kreeg vele vervolgfilms.

3. De onzichtbare god

2001: A Space Odyssey

(Stanley Kubrick, 1968)

De onzichtbare god is een alien waarnaar we nieuwsgierig zijn, een doorontwikkelde levensvorm van wie we willen leren. Stanley Kubricks psychedelische meesterwerk uit 1968 was een mijlpaal in trucage en oogt nog steeds geloofwaardig. Vervreemdende film met robotachtige astronauten en een psychotisch computersysteem, HAL, laat aliens in het akelig lege universum de plek van God innemen. Ze zijn ver weg, onkenbaar, maar welwillend, met een geheim plan voor de mensheid.

4. De scherprechter

The day the earth stood still

(Robert Wise, 1951)

De alien als scherprechter is slimmer dan wij, maar voegt daar een oordeel aan toe over het functioneren van de mensheid waar ook ons voortbestaan vanaf hangt. In 1951 was deze film een afspiegeling van Koude Oorlog-paranoia: als de vreedzame alien Klaatu in Central Park landt, wordt hij subiet neergeschoten en komt zijn defensierobot Gort in actie.

Klaatu leert intussen de mensheid kennen en fungeert in feite als scherprechter: heeft de mensheid recht van leven in het heelal of is het een gevaarlijk virus dat uitgeroeid dient te worden? Meestal besluit de alien op het nippertje dat eerste.

5. De veroveraar

War of the Worlds

(Byron Haskin, 1953)

De veroverende alien voedt onze paranoia over het einde van de wereld, maar kan ook laten zien hoe veerkrachtig en inventief we als mensheid kunnen zijn als we samenwerken. H.G. Wells’ roman uit 1896 was een sf-variant op het Britse genre van invasieromans: technologische superieure marsmannetjes koloniseren de aarde om zijn grondstoffen en roeien en passant de mensheid uit: ook in het universum geldt de ‘survival of the fittest’. Terwijl Hitler en Japan opkwamen, maakte de jonge Orson Welles er in 1939 zo’n overtuigend hoorspel van dat half Amerika in paniek raakte.

In 2005 verwerkte Spielberg de paranoïde post-9/11-sfeer van erop of eronder in een geüpdatete versie met Tom Cruise waar de aliens – letterlijk – al onder ons leven.

6. De gelijkwaardige

Star Wars

(George Lucas, 1977)

In Star Trek en Star Wars zijn aliens net als mensen: culturele verschillen akkoord, maar met wat kennis en respect kan je met iedereen vreedzaam samenleven ondanks eigenaardigheden.

In de eerste serie van de tv-serie Star Trek (1966-1969) was het ruimteschip Enterprise al multiculti, met de eerst interraciale kus op tv tussen kapitein Kirk en luitenant Uhura. In latere tv-series en films strekte het redelijke, zonnige optimisme zich uit tot steeds meer buitenaardse of kunstmatige wezens.