De vier plagen van bouwbedrijven

Foto ANP

Het Turkse bouwbedrijf Renaissance Construction wil Ballast Nedam overnemen. Dat zou het Nederlandse bouwbedrijf goed uitkomen. Ballast Nedam verkeerde begin dit jaar in financiële problemen en wist op het laatste moment een faillissement af te wenden. Lees hier wat de vier problemen zijn van grote bouwbedrijven.

1. Er is te weinig te doen

Er zijn te veel grote bouwers in Nederland. Of, anders bekeken, de bouwbedrijven zijn te groot. Er is te weinig werk voor hen samen. En omdat ze er allemaal nog zijn, krimpen ze. Ballast Nedam ging in een paar jaar van 4.000 naar 3.000 werknemers. Heijmans gaf in november een winstwaarschuwing en kondigde aan dat er 200 banen verdwijnen bij de slecht presterende utiliteitsbouw, de afdeling die ziekenhuizen, scholen en kantoren bouwt.

De bouw trekt wel aan. Bestuursvoorzitter Bert van der Els van Heijmans zei in november dat het aantal opdrachten in 9 maanden was gegroeid van een waarde van 1,7 miljard euro naar 2,5 miljard. Maar dat kwam toch te laat om ontslagen te vermijden.

2. De marges zijn te laag

Om te overleven in een moeilijke markt, hebben bouwers jarenlang projecten aangenomen tegen te weinig geld. Dat wreekt zich. Van der Els maakte al bekend dat de infrastructuurafdeling van Heijmans in 2014 “fors” minder geld op zal leveren dan verwacht, omdat de marges te laag zijn. Bijkomend effect van krap begroten is dat bouwers niet alle risico’s vooraf goed in kaart brengen. Want wie te veel gevaren (met mogelijke kosten) opneemt in de offerte, verliest het van zijn opportunistischere concurrent.

Bouwers zetten nu in op ‘de kwaliteit van het orderboek’: minder riskante en beter betaalde projecten. Maar ze kunnen nog verrast worden door spoken uit het verleden. Bam moest bijvoorbeeld afschrijven op Ierse tolwegen en leed verlies op bouwprojecten in Ierland en Groot-Britannië. De slecht betaalde infraprojecten lopen nog wel een tijdje door, zegt beursanalist Philip Ngotho van ABN Amro. Het orderboek draagt daardoor de nodige risico’s.

3. Te weinig buffer voor tegenslag

Door de lage marges hebben bouwers ook weinig buffer om tegenslagen op te vangen. De solvabiliteit van de grote bouwers – het percentage eigen vermogen op het totale vermogen – is met een gemiddelde van onder de 20 procent mager. Maar vergeleken met de concurrenten heeft Heijmans nog best wat buffer: eind 2013 was de solvabiliteit 24 procent.

Beursanalist Michel Aupers van Rabobank wijst erop dat het bedrijf wel behoorlijk veel schuld heeft in verhouding met het bruto bedrijfsresultaat. Daar zal vandaag scherp op gelet worden.

4. Grondposities zijn een risico

Lijken bouwbedrijven meer waard dan ze zijn? Dat ligt deels aan de waarde van de ‘grondposities’ op de balans: grond, koopopties of ontwikkelrechten. Die zijn afgelopen jaren minder waard geworden. Soms wordt er helemaal niet meer op op de grond gebouwd, soms komen er goedkopere huizen op dan gepland.

Bouwers moeten dus de waarde bijstellen, maar hoeveel? BAM schreef in 2014 93 miljoen euro af op grond. Ballast Nedam deed dat al in 2013 en 2012. Niemand weet of dat genoeg is. De 142 miljoen euro die nu op de balans staan, is meer dan de 90 miljoen euro eigen vermogen. Nog verder afschrijven is dus levensgevaarlijk.

Wij geven goede verhalen graag een tweede leven. Dit artikel verscheen eerder op NRC Q, deze versie is geactualiseerd.