Column

De psyche van de Vierdaagseloper

Erik Hulzebosch bestudeert de Vierdaagseloper.

Waarom ze eigenlijk zo’n eind wil lopen. „Dat is een heel goede vraag”, zegt een blonde deelneemster aan de Nijmeegse Vierdaagse tegen presentator Fons de Poel in Het Gevoel van de Vierdaagse. „De grenzen opzoeken?”, zegt hij. „Nou, dat geldt niet echt meer als je voor de derde keer meedoet.” De Poel: „Nou, dat is wel wat de meeste mensen zeggen.” Hij kijkt weg van de vrouw, terwijl zij wat beduusd doorloopt. Tot wel vijftig kilometer per dag. In de bloedhitte of door de regen. Vroeg op, uren onderweg. Het is een grote uitdaging voor de tienduizenden aan de start van de Vierdaagse. Maar die verbleekt zowat bij de uitdaging voor programmamakers en andere journalisten deze week; die moeten proberen van een evenement waarvan het hoofdbestanddeel zelden spectaculaire beelden oplevert, een evenement dat eigenlijk zelden anders is dan het jaar ervoor, uren boeiende televisie te maken. En dat lukt zo moeilijk.

Want de manieren waarop je de Vierdaagse kunt benaderen in een programma zijn op de vingers van één hand te tellen. De journaals hebben het misschien nog wel het moeilijkst. Die komen in hun items van een minuut of twee niet verder dan een invuloefening. Er gingen zoveel mensen van start, zoveel vielen eruit, de sfeer was zoals elk jaar geweldig. En tussendoor wat geïnspireerde observaties („U draagt klompen, zie ik”) en vragen („Krijgt u daar geen zere voeten van?”). Ook altijd even een bezoekje aan de EHBO-post, want geen Vierdaagse-item zonder blaren.

De journaals zullen ook prima vrede hebben met het bieden van het meest basale sfeerverslagje van de dag, ze hebben maar ruimte voor een item van een minuut of twee. Maar Nijmegenaar De Poel krijgt zoals de jaren hiervoor een half uur en Het Gevoel van de Vierdaagse zoekt naarstig naar diepgang die er soms gewoon niet is.

Het beste voorbeeld is wel oud-schaatser Erik Hulzebosch, die als Inspector Hulzebosch (natuurlijk met Inspector Gadget-deuntje („Hoo-hoo”) de psyche van de Vierdaagseloper in wil duiken en de verschillende soorten wil typeren en daarvoor verwoed zijn innerlijke Ischa Meijer kanaliseert. „Je bent een opvallend persoon”, zegt hij tegen een man met lang haar. „Hoe komt dat zo? Heb je iets naars meegemaakt?” Dat had meneer niet, maar was de komische poging waard.

Een evenement dat elk jaar zo hetzelfde is, valt en staat bij de bijzondere mensen. Vierdaagseprogramma’s zijn in essentie allemaal gelegenheidsafleveringen van Man Bijt Hond. Klein nieuws wordt groot gemaakt. En het leukste materiaal komt altijd van de opvallendste mensen, niet van de onderuitgezakte vijftigplusser die op een camping een restje troosteloze macaroni naar binnen lepelt en voor het eerst van zijn leven een camera onder zijn neus krijgt. Of het niet koud wordt. „Koud is het ook lekker, hè?” Dat materiaal komt dan van iemand als Vera, de gehandicapte dochter van oud-journaallezer Gijs Wanders, voor wie het uitlopen van de Vierdaagse een grote overwinning op haarzelf zou zijn. Of het andere uiterste, zoals in De Vierdaagse van SBS 6: de man die met een zonnebril beplakt met aan de ene kant een palmboom, aan de andere een cocktailglas, zegt dat deze editie van het wandelevenement ‘tropical’ wordt. En vervolgens begint te zingen.