Borstkanker door nachtdienst

Muizen met een verstoord dag- en nachtritme krijgen eerder borstkanker, blijkt uit onderzoek. Maar hoe zit dat bij mensen?

illustratie tomas schats

Muizen waarvoor elke week opnieuw dag en nacht kunstmatig worden omgedraaid, krijgen weken eerder borstkanker dan controledieren onder een normaal ritme. Muizen met een verstoord dag-nachtritme worden ook dikker, een aanwijzing dat hun stofwisseling van slag raakt.

„Dit is het eerste valide experimentele bewijs dat chronische verstoring van het biologische ritme leidt tot een verhoogd risico op borstkanker”, zegt moleculair bioloog Harry van Steeg van het RIVM in Bilthoven die het experiment samen met chronobioloog Bert van der Horst van het Erasmus MC in Rotterdam uitvoerde. Deze week publiceerden zij de uitkomsten in het wetenschappelijke blad Current Biology.

Bij de mens zijn er aanwijzingen dat er een verband is tussen borstkanker en nachtdienst. Rond de eeuwwisseling constateerden epidemiologen voor het eerst dat er meer borstkanker voorkwam bij nachtzusters dan bij verpleegsters die alleen overdag werkten.

Het internationale agentschap voor kankeronderzoek IARC categoriseerde nachtwerk in 2007 als ‘waarschijnlijk kankerverwekkend’.

De Deense overheid ging twee jaar later vrouwen die jarenlang in nachtdienst hadden gewerkt en ziek waren geworden als eerste financieel compenseren.

„Het bewijs dat er bij vrouwen relatief meer borstkanker voorkomt als zij meer in de nachtdienst werken is nog veel te zwak”, vindt kankerepidemioloog Matti Rookus van het Antoni van Leeuwenhoek in Amsterdam.

„Tot nu toe is bij mensen hoofdzakelijk terugkijkend onderzoek gedaan, waarin relatief meer borstkanker voorkwam bij mensen die in nachtdienst werken. Vrouwen met een kankergeschiedenis zijn mogelijk gemotiveerder om nachtdiensten gedetailleerd te rapporteren dan gezonde vrouwen. Bij dit soort studies wordt geen rekening gehouden met andere invloeden die kunnen leiden tot een verhoogd risico op borstkanker.” Het moet volgens hem dus nog veel netter worden uitgezocht.

Zelf leidt Rookus de zogeheten Nightingale-studie, waarin bijna zestigduizend verpleegsters meedoen. In deze langjarige studie zullen de gezondheidsverschillen tussen vrouwen die ’s nachts werken en die overdag werken nauwkeurig onder de loep worden genomen. „De eerste resultaten zullen nog enkele jaren op zich laten wachten”, zegt Rookus, „We willen dit nu goed uitzoeken, inclusief de invloed van de genetica. De helft van de deelneemsters heeft om die reden teennagels afgegeven, zodat wij daarop DNA-onderzoek kunnen doen.”

Er is nog veel uit te pluizen. Zijn het bijvoorbeeld ochtendmensen die meer last hebben van nachtwerk dan avondmensen?

En wat is precies de oorzaak van de gezondheidsproblemen: is dat eenvoudig het slechter slapen door een verstoord dag- en nachtritme, of ligt het aan eten op het verkeerde moment van de dag, minder lichaamsbeweging, meer alcoholgebruik of roken?

„Voordat je de onderliggende oorzaken in epidemiologische studies met mensen kan ontrafelen ben je zeker nog jaren bezig. En dan nog is het heel ingewikkeld patronen te ontdekken”, zegt Van Steeg van het RIVM, die het experiment uitvoerde. „In de muis kunnen we echter alle omstandigheden die bij de mens een rol spelen heel clean testen”, zegt hij. In een proef van een jaar met 25 muizen, kunnen we zien of het helpt om op heel regelmatige tijden te eten.”