Bart van U. spreekt, maar hij is wel heel erg warrig

Bart van U., ook verdacht van de moord op Els Borst, bekende gisteren voor de rechter de moord op zijn zus.

foto ANP

De van twee moorden verdachte Bart van U. (39) „komt misschien wat warrig over”. Zijn advocate Noëlle Pieterse zegt het aan het einde van de pro-formarechtszitting. Haar cliënt – grijs pak, wit overhemd, stropdas, zwarte bril en een opvallende baard – is dan net klaar met het voorlezen van een onnavolgbare verklaring tegenover drie nauwgezet luisterende Rotterdamse rechters.

Volgens de raadsvrouw heeft Van U. „last van spanningen door de aanloop naar deze rechtszaak”, waarin hij zich moet verantwoorden voor de moord op zijn oudere zus Loïs op 10 januari van dit jaar in haar woning in Rotterdam.

De afgelopen week heeft hij bovendien van het OM te horen gekregen dat hij later ook terechtstaat voor het doden van voormalig minister van Volksgezondheid Els Borst op 8 februari 2014. Hij moet binnenkort ook in Brussel voor de rechter komen wegens het maken van amok bij de Israëlische ambassade in oktober 2013. En dan heeft Van U. – schipper op de grote vaart – bovendien nog stress vanwege een naderend gesprek dat slachtofferhulp organiseert met zijn ouders.

Stofzuigerslang en Ombudsman

Bij aanvang van de zitting zegt Van U. op vragen van de voorzitter van de rechtbank slechts „stukjes” van zijn eigen strafdossier te hebben ingezien. „Ik heb meer aan mijn hoofd dan lezen en lezen”, zegt hij. Dan begint hij met het voorlezen van zijn verklaring die de rechters tegelijkertijd op schrift krijgen uitgereikt. Wat volgt, is een uiterst warrig en nauwelijks verstaanbaar betoog met een hoofdrol voor een stofzuigerslang, de Verenigde Naties en de Nationale Ombudsman. Van U. noemt de 17e eeuwse Engelse militair en staatsman Oliver Cromwell „een democraat in hart en nieren” en zegt zijn moeder als getuige te willen horen. Zij zou hem ooit hebben gevraagd of hij ook „een Ciske de Rat is” die zijn moeder zou willen doodsteken.

Kern van het verhaal is dat Van U. – die door een fout van het OM op het tijdstip van de moorden ten onrechte niet een celstraf voor verboden wapenbezit uitzat – toegeeft zijn zus met messteken om het leven te hebben gebracht. Hij kon niet anders. „Het was kiezen tussen haar en mijn leven”, zegt Van U. die met Loïs in één pand in Kralingen woonde.

Van U. verwijt zijn zus dat zij hem jarenlang heeft getreiterd. „Lois heeft geprobeerd met haar gedrag mij te gronde te richten door mij te kleineren en mij te bestempelen als een gek die in een inrichting thuis hoort”.

Van U. was ook kwaad over boodschappen die ze op de dag van de moord had gekocht. „Ze had eierkoeken meegebracht die ik helemaal nooit eet en lust en dat wist ze.”

Loïs was voorstander van euthanasie en abortus en keerde zich tegen mensen met een afwijkende mening, aldus haar broer. Loïs zou hebben willen bereiken dat Bart zelfmoord zou plegen. „Ze was niet voor rede vatbaar haar gedrag ten opzichte van mij te veranderen”, zegt Van U. Zijn slotconclusie luidt dat hij „onder dezelfde omstandigheden hetzelfde zou doen”.

Rechter: „Wat is er nu precies gebeurd?”

Van U.: „Ik heb het gedaan. Ik ontken het niet.”

Rechter: „Haar neergestoken?”

Van U.: „Ja, ik kwam in een situatie dat ik mezelf niet kon verdedigen.”

Rechter: „Uw zus was vastgebonden. Waarom?”

Van U.: „Omdat ik weg wilde. Ja, waarom doe je dat? Je komt in een situatie dat er niet meer naar je wordt geluisterd.”

Na het doden van zijn zus heeft Van U. nog twee dagen op straat rondgezworven. Uiteindelijk meldde hij zich zelf bij de politie.

Volgens advocate Pieterse is uit onderzoek in het Pieter Baan Centrum gebleken dat haar cliënt „sterk verminderd toerekeningsvatbaar” is. Hij lijdt aan waanbeelden. Op 8 september gaat de berechting van Bart van U. verder. Het OM zal hem dan ook formeel dagvaarden voor het doden van Els Borst. Tot nu toe heeft Van U. zich in deze zaak beroepen op zijn zwijgrecht. Advocaat Pieterse zegt te verwachten dat haar cliënt uiteindelijk ook in deze zaak gaat verklaren. Hij heeft alleen „tijd nodig”.

„Wilt u op 8 september weer aanwezig zijn?” vraagt de rechter hem tot slot.

„Ik weet het nog niet”, zegt Van U.