Architect Aldo Rossi was een maniakaal tekenaar

Aldo Rossi, De vermoorde architectuur (litho, 1976)

Geef een kind potlood en papier en het kan eindeloos tekenen. Vaak variaties op hetzelfde thema. Zoals een elementair huis (deur, ramen, dak, eventueel met schoorsteen) dat zich weinig aantrekt van de wetten van het perspectief. Het kind maakt zich vormen eigen en speelt ermee.

Later krijgen de meeste mensen tekenschroom. Bovendien raken ze iets van hun verwondering kwijt. Niet Aldo Rossi. Dat bewijst de expositie La finestra del poeta met grafiek uit de periode 1973-1997 in het Bonnefantenmuseum. Hij was streng in de architectuur en snaaks in zijn grafiek, constateert conservator Ton Quik. „Rossi was een maniakaal tekenaar.”

De tentoonstelling komt precies twintig jaar na de opening van het Maastrichtse Bonnefantenmuseum, dat door Rossi (1931-1997) werd ontworpen. In de wijk Céramique zette hij een zeker van buiten streng gebouw neer. Blikvangers en meest frivole elementen zijn de met zink bedekte toren en de monumentale trap binnen. Tijdens de bouw ontstond een hechte band tussen de Italiaan en het museum. Het Bonnefanten kreeg van Rossi een grote collectie grafiek in bruikleen, die in 2011 werd aangekocht.

In de jaren dat Rossi in Maastricht bezig was, dook de stad ook op in zijn grafiek. De zinken toren van zijn museum staat er naast de romaanse voorgevel van de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek en het originele, nooit uitgevoerde ontwerp voor de Sint-Pieter in Rome. Wie goed kijkt op de expositie ziet ook al ver voor die tijd vooraankondigingen van toren en museumtrap.

Rossi had weinig op met het modernisme. Hij vond dat een architect zich niet hoefde te verhouden tot de geschiedenis. Een bouwmeester had een plek ín de geschiedenis. Teruggrijpen op het verleden en daar een nieuwe draai aan geven was niet verdacht. Tegelijk moest architectuur vooruitlopen op wat komen gaat.

In zijn grafiek schiet Rossi alle kanten op. Eind jaren zestig, begin jaren zeventig leek hij nog gebiologeerd door de taal van de architectuur. Daarna ging hij analogieën zoeken. Koffiepotten werden torens en torens koffiepotten (zijn ontwerp voor Alessi is beroemd). Nog later ging hij bouwsels en fantasieconstructies in stukken hakken en recombineren.

De gebruikte technieken lopen sterk uiteen: van eenvoudige tekeningen tot kleurrijke zeefdrukken en houtsnedes. Juist toen die techniek hopeloos uit de mode was, richtte hij zich op het etsen. Maar Aldo Rossi was ook niet bang voor nieuwigheden als fotokopie en fax. Zijn grafiek heeft iets ongrijpbaars en intrigeert daardoor des te meer. Het werd nooit volstrekt autonoom werk en het was maar zelden werk dat enkel als voorstudie ten dienste stond van zijn werk als architect.