Zó verschrikkelijk... gewoon

Het scenario: een veelbelovende band ontploft vroegtijdig en krijgt postuum bakken met welverdiende erkenning over zich heen gekieperd. Als de roep om een reünie steeds harder begint te klinken, blijft de band principieel weigeren. Om uiteindelijk toch één optreden te geven. En vervolgens nog één keer op tournee te gaan.

Maar een nieuwe plaat? Dat nooit! Of nou ja, eentje dan.

De Zweedse hardcoreband Refused maakte in 1998 met The Shape of Punk to Come een van de belangrijkste platen van hun generatie. Het was een waanzinnige molotovcocktail waarin punkrock werd gemixt met dance, jazz en klassieke muziek. Het album zou hardcore voorgoed veranderen, maar beïnvloedde ook talloze metalbands. Alleen was Refused toen zelf allang uit elkaar geklapt. Voorgoed, uiteraard.

Maar na de uitgebreide reünietournee is er nu ook de nieuwe plaat-die-nooit-zou-komen: Freedom. Hoe hard zanger Dennis Lyxzén in de opener ‘Elektra’ ook „Nothing has changed” blaft, het klopt niet. De band probeert het nog wel, met duizend-en-één geluidseffecten en porties onbestendige piepknars, akoestische gitaren (‘Old Friends/New War’), blazerssectie (‘War on the Palaces’), zuchtmeisjes (‘Dawkins Christ’) en kinderkoren (‘Françafrique’). Maar het kan allemaal niet verbloemen dat Refused door de tijd is ingehaald. Het klinkt opeens allemaal zo verschrikkelijk… gewoon. En waarom zijn alle zang- en drumpartijen dichtgeplamuurd met die vreselijke jarentachtigecho?

Het is echt doodzonde, maar Refused had het moeten weten. Een bom kan maar één keer afgaan.