Ze wilden een bieb bouwen

Bij een zelfmoordaanslag op jonge activisten in de Turkse grensplaats Suruç zijn gisteren zeker 30 mensen omgekomen. Zowel Turkse als Koerdische politici denken dat IS achter de aanslag zit. Het zou de eerste keer zijn dat de terreurgroep toeslaat in Turkije.

Turkije is gisteren opgeschrikt door een zware aanslag, die de toch al gespannen verhoudingen aan de grens met Syrië verder op scherp zet. Zeker 30 mensen kwamen om het leven bij een zware explosie bij een cultureel centrum in de stad Suruç. Turkse functionarissen spreken van een zelfmoordaanslag door de Islamitische Staat (IS) in Syrië en Irak. Het zou de eerste keer zijn dat de terreurgroep toeslaat in Turkije.

Doelwit van de aanslag was een bijeenkomst van jonge Turkse activisten die de verwoeste Syrische grensstad Kobani, direct over de grens bij Suruç, wilden helpen bij de wederopbouw. Het moest een soort zomerexpeditie worden, georganiseerd door de Federatie van Socialistische Jongerenverenigingen. Op een foto, die vlak voor de aanslag is genomen, zien we de activisten nog gezellig thee drinken in de tuin van het cultureel centrum in Suruç, waar ze verbleven.

Ze wilden naar Kobani

Videobeelden van na de aanslag, die een activist op Facebook heeft gezet, tonen zeker twintig lichamen in het gras. Rook en stof stijgt op tussen de afgerukte ledematen. Sommige mensen proberen de gewonden te helpen, anderen lopen gedesoriënteerd rond. ‘We hebben [Kobani] samen verdedigd en we zullen het samen opbouwen’, is op een spandoek te lezen.

De activisten wilden in Kobani een bibliotheek bouwen, een bos planten en een speeltuin of iets anders voor kinderen aanleggen. Ze eisten toestemming van de Turkse autoriteiten om de grens over te steken. Op het moment van de aanslag gaf de groep net een persconferentie. Volgens theateracteur Murat Akdag explodeerde de bom te midden van de toehoorders.

De 22-jarige Fatma Edemen raakte lichtgewond bij de aanslag. „Een van mijn vrienden beschermde me”, zei ze met trillende stem tegen persbureau AP. „Eerst dacht ik: ik ga dood. Maar ik was ongedeerd. Toen ik de lijken zag, begon ik te rennen.”

Fatma en haar vrienden dachten dat Kobani veilig was sinds IS er begin dit jaar ternauwernood werd verdreven door Koerdische strijders met hulp van de Amerikaanse luchtmacht. „Onze vrienden zijn erheen gegaan en het leek niet gevaarlijk. We konden ons niet voorstellen dat zoiets als dit zou kunnen gebeuren”, zei ze.

Koerden rukken op tegen IS...

Dit is een nogal naïeve voorstelling van zaken. Want Kobani was ruim een maand geleden nog het toneel van een bloedige verrassingsaanval door IS. Een tiental extremisten, gekleed in het uniform van de Koerdische militie YPG, dook op in het stadje. Zeker 236 mensen werden gedood, velen in hun slaap. Het bloedbad toonde dat IS Kobani niet vergeten was.

Koerdische politici in Suruç zeggen dat de aanslag van gisteren het werk is van IS. Het zou vergelding zijn voor de recente nederlagen die Koerdische strijders de terreurgroep hebben toegebracht. Behalve uit Kobani werd IS vorige maand ook verdreven uit de grensstad Tal Abyad, die fungeerde als doorvoerhaven voor strijders richting het kalifaat. Daarbij speelde Suruç een belangrijke rol bij de belegering van Kobani. Koerdische activisten in het stadje stuurden voedsel en medicijnen naar strijders die vlak over de grens tegen IS vochten.

... en dat baart zorgen in Turkije

De recente opmars van de Koerden in het noorden van Syrië, die nu ruim de helft van het grensgebied in handen hebben, zorgt voor veel onrust in Turkije. De angst is dat een autonoom Koerdisch gebied in Syrië de separatistische sentimenten bij de Koerden in Turkije zal aanwakkeren. De YPG is nauw gelieerd aan de Turks-Koerdische Arbeiderspartij PKK, die de afgelopen dertig jaar een bloedige guerrilla voerde tegen het Turkse leger voor een eigen staat, maar nu een wapenstilstand in acht neemt.

De Turkse president Erdogan beschuldigt het Westen ervan met zijn bombardementen boven Syrië „Koerdische terroristen” te steunen, die een bedreiging kunnen vormen voor de Turkse grens. De Turkse regering stuurde na de val van Tal Abyad versterkingen naar de grens. Er zijn in de Turkse media geruchten over een invasie in Syrië, maar die worden door premier Ahmet Davutoglu ontkend.

De Koerden vinden dat Turkije niet genoeg doet om de gruweldaden van IS te stoppen. Tijdens de belegering van Kobani mochten Turkse Koerden hun Syrisch-Koerdische broeders niet helpen. En tijdens de gevechten om Tal Abyad keken Turkse militairen aan de grens werkloos toe terwijl IS-strijders grijnzend langsliepen. De PKK houdt de Turkse regering dan ook verantwoordelijk voor de aanslag van gisteren. Volgens de PKK heeft Ankara de strijd van IS tegen de Koerden „ondersteund en gecultiveerd”. Dat belooft weinig goeds voor de vredesbesprekingen met de Turkse regering.