‘Vrouwen in de boardroom verlagen de kans op een faillissement’

Gaat je bedrijf bijna failliet? Vraag dan wat vrouwen in je directie. Want uit onderzoek van zakelijk informatiebedrijf Graydon blijkt dat zij de kans op een faillissement verlagen. Het werd onder meer overgenomen op de website van De Telegraaf en op managementblogs.

Sinds begin 2013 moeten bedrijven er van de overheid naar streven dat vrouwen dertig procent van de topposities innemen. Dit najaar evalueert de Tweede Kamer of dat ook gebeurt. Extra reden dus om te checken of het klopt dat vrouwen in de boardroom de kans op een faillissement verlagen.

Waar is het op gebaseerd?

Het onderzoek is uitgevoerd door Anda Anton van Graydon. Haar dataset bestaat uit details over de gezondheid van 3,4 miljoen bedrijven. Deze bedrijven zijn van eind 2011 tot eind 2014 als actief geregistreerd bij de Kamer van Koophandel, óf ze zijn in die periode failliet verklaard, vertelt ze telefonisch. Ook heeft ze informatie over de 5 miljoen mensen die deze bedrijven leidden.

Anton onderzocht de relatie tussen de gezondheid van deze bedrijven en het geslacht van de leiding. De data tonen aan dat de top van failliete bedrijven gemiddeld voor 82 procent uit mannen bestaat. En ook dat gezonde bedrijven meer vrouwen in de top hebben dan failliete bedrijven.

Een mogelijke verklaring? In de conclusie staat dat eerder onderzoek aantoonde dat het testosteronniveau bepalend is voor de hoeveelheid risico’s die iemand neemt of accepteert. Omdat mannen een hoger niveau hebben dan vrouwen, zouden ze hogere risico’s te nemen.

En, klopt het?

Dit valt meteen op: in het persbericht van Graydon wordt gesproken over vrouwen in de boardrooms, maar in het het onderzoek over mannen en vrouwen in topposities. Is dat hetzelfde? Nee, zegt Anton. Het is verkeerd opgeschreven in het persbericht. Haar cijfers gaan over vrouwen en mannen in de leiding van het bedrijf, dus ook het management.

Is het onderzoek verder goed uitgevoerd? We sturen het door naar Wilma Henderikse, onderzoeker en directeur van VanDoorneHuiskes en partners. Dit onderzoeksbureau houdt zich bezig met organisatievraagstukken van bedrijven, ook naar het eerder genoemde vrouwenaandeel in de top van 30 procent.

Er zijn veel gekwalificeerde vrouwen beschikbaar maar het aandeel in de top is zeer gering, zegt Henderikse. Waar bij dit onderzoek rekening mee moet worden gehouden is dat het aandeel vrouwen sterk verschilt tussen meer en minder traditioneel vrouwelijke sectoren, zegt Henderikse.

Bovendien lijden bepaalde sectoren zoals bouw en transport meer onder economisch slechte omstandigheden. Voor semi-private sectoren als gezondheidszorg en onderwijs, waar altijd relatief meer vrouwen werken, geldt dat minder. Verdere analyse lijkt nodig, zegt Henderikse, om zeker te weten wat je hebt gemeten.

Henderikse onderzoekt ook de effecten van diversiteit op de financiële prestaties van een organisatie. Het is een ingewikkeld onderwerp, zegt ze. Er zijn veel factoren die invloed hebben op prestaties. De resultaten uit dit onderzoek zijn wellicht een indicatie, maar nog geen hard bewijs voor de stelling.

Marloes van Engen doceert organisatie en diversiteit aan de Universiteit van Tilburg en kent ook geen goed onderzoek dat de stelling wél onderbouwt. Zelf onderzocht ze in 2012 met collega’s Hans van Dijk en Daan van Knippenberg diversiteit en performance van teams en vond ze geen relatie. Maar dit onderzoek ging niet alleen over de top van bedrijven.

Resultaten van onderzoek naar het effect van vrouwen in de directies zijn niet eenduidig: het ene onderzoek toont het effect wel aan, het andere niet, zegt Henderikse. Wel weten we dat bedrijven zelf ervaren dat diversiteit bijdraagt aan resultaten, aan innovatie en aan kwaliteit van producten en diensten, blijkt ook uit onderzoek van Van Engen.

Dus?

Graydon stelt dat vrouwen in de boardroom de kans op een faillissement verlagen. Voor de stelling bestaan indicaties, maar geen hard bewijs. We beoordelen deze stelling als ongefundeerd.