Twee Rotterdamse agenten voor de rechter om doodschieten man

Twee agenten van de Rotterdamse politie staan donderdag terecht wegens het doden van een 29-jarige man. Het slachtoffer werd april 2013 in de Fazantstraat in Rotterdam neergeschoten door de politie toen hij wegrende om aan aanhouding te ontsnappen.

De strafzaak leidt opnieuw tot grote onrust binnen de politie. Vorige week werd een agent in Limburg tot twee jaar cel veroordeeld wegens het neerschieten van een bijrijder in een auto die weg vluchtte. In beide zaken oordeelde het OM dat vervolging van de politieagenten niet nodig was omdat de dienders volgens de regels zouden hebben gehandeld. Na klachten van slachtoffer of nabestaanden gaf het hof het OM evenwel opdracht alsnog tot vervolging over te gaan.

In de Rotterdamse zaak oordeelde het gerechtshof in Den Haag begin dit jaar dat het niet zonder meer vaststaat dat het „ingrijpen van de agenten gerechtvaardigd” was. Het slachtoffer rende weg en werd vervolgens neergeschoten. De agenten dachten dat de verdachte zwaaide met een bijl maar dat bleek een wandelstok.

De moeilijkheden met de verdachte begonnen toen hij er door twee medewerkers van stadsbeheer op werd aangesproken dat zijn honden losliepen. Bij de aanhouding ontstond onenigheid die zo hoog opliep dat de politie om assistentie werd gevraagd.

Het hof zegt te begrijpen dat de „jonge en onervaren politieagenten” de situatie bedreigend vonden. Maar gelet op alle twijfels meent het hof „dat een beoordeling van de zaak door een onafhankelijke rechter aangewezen is”. Het staat volgens het hof namelijk niet zonder meer vast dat de strafrechter „een beroep op een rechtvaardigings- of schulduitsluitingsgrond zal honoreren en zal komen tot een ontslag van rechtsvervolging”.

De vervolging van de agenten gebeurt na een beklagprocedure die de ouders en toenmalige vriendin van de 29-jarige man begonnen. Volgens hun advocaat, Desiree de Jonge, zullen de twee verdachte agenten donderdag in de rechtszaal afgeschermd zitten. „Om te voorkomen dat mijn cliënten ze kunnen zien. Dat zou tot pijnlijke situaties kunnen leiden als zij de agenten later op straat tegenkomen.”