Straf voor oud-SS’er haalt kleine dader uit de schaduw

In het moderne strafrecht is verjaring doorgaans uitgesloten voor genocide, foltering, misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdrijven. De veroordeling van de 94-jarige Oskar Gröning vorige week in het Duitse Lüneburg voor zijn rol in Auschwitz hoeft daarom niet te verbazen.

Hij kreeg vier jaar cel wegens medeplichtigheid aan 300.000 gevallen van moord, zeventig jaar en langer geleden. De straf zal vermoedelijk symbolisch zijn, gezien zijn leeftijd. De betekenis van het proces zit niet in vergelding of beveiliging, maar in preventie. Het benadrukt en verheldert de verantwoordelijkheid van de medeplichtige die zich klein maakt, maar zich nooit kan verschuilen.

Gröning had het bewijs voor zijn aanwezigheid in Auschwitz zelf helpen aandragen – toen hij in contact kwam met Holocaust-ontkenners. „Ik heb het allemaal gezien”, was zijn publieke weerwoord. Na decennia zwijgen vertelde Gröning over de gaskamers, de executies en de gruwelijkheden op het perron die hij had gezien.

Toen de Duitse justitie na het Demjanjuk-proces groen licht kreeg om ook ‘indirecte daders’, die dus niet direct bewijsbaar zelf Joden vermoordden, aan te pakken, lag vervolging van Gröning voor de hand. Op z’n 21ste had deze ex-bankemployé zich vrijwillig gemeld bij de SS, die hem eerst de loonadministratie liet doen. En daarna liet men hem de valuta en waardepapieren uit de bagage verzamelen van de Joden die in Auschwitz werden vermoord. Voor zijn openheid over zijn verleden had de rechtbank in het vonnis respect; ook voor zijn houding tijdens het proces.

Maar voor de relativering van zijn bijdrage aan de massamoord niet. En de reductie van zijn schuld tot ‘morele schuld’ evenmin. Ook het spreekwoordelijke ‘radertje’ in deze machine draagt volgens de rechtbank een zware juridische verantwoordelijkheid. Zeker nu die hele machine erop was gericht alle getuigen uit te roeien. Gröning hielp als deviezenklerk rechtstreeks de massamoord te financieren. In Auschwitz was de schuld met opzet in zoveel kleine delen gehakt dat niemand de volledige blaam kon treffen. Grönings medeplichtigheid heeft dan ook een duidelijk strafrechtelijk karakter. Hij was niet de eenvoudige kantoorman die alleen maar bagage bewaakte en administratief werk deed. Overigens op een gruwelijke plek. De rechter verweet Gröning zelf voor de SS te hebben gekozen. En daarna voor Auschwitz, in een veilig kantoorbaantje. Hij zou bang zijn geweest de oorlog te missen.

De waarde van dit Duitse rechterlijk oordeel zit in het uiteenrafelen van het collectieve daderschap tot op iedere verantwoordelijke medeplichtige afzonderlijk. Lang dacht men daar in Duitsland anders over. Zeventig jaar na Auschwitz is dat nog immer waardevol.