Smartegeld ook voor nabestaande

Minister Van der Steur wil met regeling het „geschokte rechtsgevoel” van naasten verzachten.

Minister Ard van der Steur (Veiligheid en Justitie, VVD) wil dat een wettelijke regeling voor smartegeld, bedoeld voor partners, ouders, kinderen of anderen met „een nauwe persoonlijke relatie” tot iemand die ernstig letsel lijdt of sterft door toedoen van een ander. Hij heeft gisteren een wetsvoorstel voor vergoeding van zogeheten affectieschade naar de Tweede Kamer gestuurd.

De bedragen die kunnen worden uitgekeerd, liggen tussen de 12.500 en 20.000 euro, te betalen door degene die aansprakelijk is gesteld voor de fout, het misdrijf of het ongeval. De gedachte is dat de vergoeding nabestaanden erkenning en genoegdoening kan geven en kan helpen bij de verwerking van de gebeurtenissen. Het voorstel maakt het ook mogelijk dat naasten zich voegen als benadeelde partij in het strafproces voor de vergoeding van affectieschade en voor kosten die zij ten behoeve van het slachtoffer hebben gemaakt.

„Ernstig en blijvend letsel of het overlijden van een naaste wordt ook door de verwanten als een groot verlies ervaren. Verlies waarvoor die naasten eerst en vooral erkenning willen. Ook hun is iets overkomen; ook hun is iets aangedaan”, schrijft de minister in de memorie van toelichting op het wetsontwerp.

Vijf jaar geleden strandde een regeling voor affectieschade nog in de Eerste Kamer. Een meerderheid van de senatoren keerde zich tegen een wettelijke regeling. De VVD was bang dat de wet „een claimcultuur” zou versterken. Ook vonden sommige politici dat menselijk leed niet behoorde te worden vertaald in geld.

Van der Steur verwijst naar onderzoek van de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam uit 2008. Daaruit bleek dat „een recht op vergoeding van affectieschade volgens naasten en nabestaanden zal bijdragen aan hun verwerking van de emotionele gevolgen van die gebeurtenis”, aldus de minister. „Daarnaast beoog ik met het recht op vergoeding van affectieschade deze naasten een zekere genoegdoening te verschaffen in die zin dat hun geschokte rechtsgevoel wordt verzacht doordat van de aansprakelijke persoon een opoffering wordt verlangd.”

Arno Akkermans, hoogleraar privaatrecht aan de VU, deed in 2008 het onderzoek naar dit onderwerp. Volgens hem blijft het onzeker of het nieuwe wetsvoorstel wel door de Eerste Kamer wordt aangenomen. De kring van nabestaanden, de soorten schade-uitkeringen en de hoogte zijn weliswaar iets meer aangepast, maar „een ideale regeling” is er niet.

„Het woord schadevergoeding schiet eigenlijk tekort. Het is niet zoals bij het afbranden van een huis dat je de schade echt kunt vergoeden”, zegt Akkermans. Een schadevergoeding „is meer een symbolische erkenning dat je ook benadeeld bent”.

Het enige land in Europa

Hoogleraar Akkermans wijst er ook op dat Nederland vrijwel het enige Europese land is waar een regeling voor affectieschade nog ontbreekt.

Slachtofferhulp Nederland steunt het ingediende wetsvoorstel van minister Van der Steur en onderstreept het belang van deze wetgeving. De regels voorzien volgens slachtofferhulp in een grote behoefte. „De praktijk leert dat naasten of nabestaanden vaak met ongeloof reageren als zij te horen krijgen dat er geen mogelijkheid bestaat om een vergoeding te krijgen voor het hun aangedane leed.”