Rijk maakt zich in strijd tegen ICT-chaos opnieuw kwetsbaar

Alle goede aanbevelingen ten spijt, lijkt het Rijk hardleers bij zijn ICT-projecten.

Foto Thinkstock

Het moest de ambtelijke versie worden van een klassieke cowboyfilm, waarin een groepje buitenstaanders met aan het hoofd een sterke leider een stoffig disfunctioneel stadje komt binnenrijden om de boel even op te schudden. Zo zou ook de ICT-chaos bij de Rijksoverheid worden aangepakt.

Whizzkids, „slimme jongens met hun pet achterstevoren op hun hoofd”, zouden onder leiding van een krachtige, onafhankelijke figuur met publiek gezag ambtenaren helpen de ellende te vermijden waarin ICT-projecten van de Rijksoverheid vastlopen. En zo een cultuur van miljardenverspilling en slechte computersystemen helpen keren.

Het creëren van dit Bureau ICT-toetsing (BIT) was de belangrijkste aanbeveling van de parlementaire onderzoekscommissie naar ICT-falen bij de overheid. Na alle ophef rond de conclusies van de commissie ging het BIT deze maand in alle stilte van start.

De commissie beschreef automatiseringsprojecten bij het Rijk afgelopen najaar als een treurige opeenvolging van ambitieuze maar slecht uitgedachte plannen, die vervolgens slecht worden uitgevoerd, gemanaged door bangelijke ambtenaren of externe consultants en gebouwd door leveranciers die daar veel geld aan verdienen, ook als ze niets bruikbaars leveren.

Keer op keer maakt de overheid dezelfde fouten – ook omdat politici een volstrekt gebrek aan interesse in automatisering etaleren, behalve als het ergens weer eens vreselijk mis gaat en het dus te laat is, zoals onlangs bij de betalingen van het persoonsgebonden budget..

Het BIT zou projecten vooraf moeten beoordelen aan de hand van boerenverstandregels – huiselijk samengevat door de vraag te stellen: ‘slaat het idee eigenlijk ergens op?’ Om dat goed te kunnen doen moest het bureau beschikken over gezag, doorzettingsmacht en onafhankelijkheid, zo analyseerde de commissie.

Zoals Ton Elias, VVD-Kamerlid en voorzitter van de ICT-commissie zei: „Een cultuuromslag is nodig. Die omslag kunnen we alleen bereiken door buiten de gebaande paden te treden.”

Elias omschreef de ideale baas van het bureau zo: „Aan het hoofd staat een ervaren publieke figuur met natuurlijk gezag, denk bijvoorbeeld aan een onomstreden ex-CEO van een groot bedrijf, die dit mooi als zijn laatste klus kan doen.”

Het kabinet benoemde geen publieke figuur maar een hoge ambtenaar, de ‘CIO Rijk’ Hans Wanders. Het was niet de enige wens van de commissie die het kabinet naast zich neerlegde

Bestuursraden

De commissie riep het kabinet op om alle Chief Information Officers (CIO’s) van de ministeries, oftewel de hoogste ICT-ambtenaren, op te nemen in de bestuursraden van die ministeries. Zo zou het belang van ICT ook op het hoogste ambtelijke niveau worden gehoord en meegewogen. Dat gebeurde ook. Met één uitzondering: de CIO Rijk is er „verantwoordelijk voor dat ICT bij de Rijksoverheid op een goede manier wordt ingezet”, maar zit als enige níét in een bestuursraad.

In de verstrengelde wereld van ICT-leveranciers, consultants en ambtenaren moest vóór alles voorkomen worden dat de ‘slager die zijn eigen vlees keurt’. Daarom wilde de commissie eigenlijk dat het BIT onder de premier zou vallen, het ministerie van Algemene Zaken voert geen grote automatiseringsprojecten uit.

Verder was het volgens de ICT-commissie cruciaal dat het bureau niet kwam te vallen onder het ministerie van Binnenlandse Zaken – regelmatig leverancier van falende automatisering en al twintig jaar ongeïnteresseerd in de aan haar toebedeelde verantwoordelijkheid voor alle Rijks ICT.

Toch was dat waar het BIT terecht kwam, overigens met toestemming van de Kamer, die de premier niet verantwoordelijk wilde maken.

De commissie waarschuwde ook voor de grote afhankelijkheid van de overheid voor externe projectmanagers en ICT-deskundigen, die volgens haar niet per definitie in het belang van de overheid handelen. Niet dat de commissie tegen externe inhuur was, maar externen mochten niet getalsmatig de overhand krijgen, en ook geen sleutelposities innemen.

Voor het BIT trok minister Stef Blok als bureauhoofd – belast met de inrichting van het bureau en de dagelijkse aansturing van de teamleden die projecten moeten toetsen – een externe consultant van accountants- en adviesbureau Deloitte, John Schattorie. Hij blijft in dienst van Deloitte, en gaat tegen uurtarief het bureau aansturen. Schattorie werkte voor Deloitte zeven jaar voor Capgemini, een ICT-leverancier met een rits mislukte projecten achter zijn naam.

Het ministerie van Binnenlandse Zaken laat weten dat er ook „intensief” is gezocht naar een geschikte ambtenaar om de positie te vullen. Die is niet gevonden. „Binnenkort” wordt er een vacature opengesteld.

Mantelovereenkomst

De keuze voor Schattorie is niet alleen contra-intuïtief omdat het inhuren van consultants de overheid kwetsbaar maakt – anekdotisch in dit verband is dat Schattorie nog reclame van Deloitte rondtweette toen hij als bureauhoofd BIT was begonnen.

Opvallend is ook dat Schattorie op die plek is gekomen via een zogenaamde ‘mantelovereenkomst’ voor ICT-consultants. Dat is een contract tussen de overheid en een beperkt aantal partijen die dan eerste keus zijn als er ICT-managers of technici moeten worden ingehuurd. Er lopen dus per definitie veel consultants van die ‘mantelpartijen’ rond bij ICT-projecten van de overheid.

Van de zeven medewerkers van het BIT die nu via drie proefprojecten een werkwijze voor het bureau bedenken, zijn er behalve Schattorie nog twee andere externen, ook ingehuurd via de mantelovereenkomst.

Eerder dan een ferme afstraffing van de status quo, vertoont de gang van zaken bij het BIT voorlopig alle kenmerken van de oude cultuur, die de overheid al zoveel mislukte automatiseringsprojecten opleverde. Het is vanzelfsprekend mogelijk dat het bureau zich ontpopt als de zo gewenste luis in de pels – maar de voortekenen zijn ongunstig.