Oekraïne tart Moskou met overloopster

Weer een buitenstaander in Oekraïense dienst: Maria Gajdar, dochter van een Russische ex-vicepremier.

Odessa tart Moskou. Het benoemingsbeleid in deze havenstad in Oekraïne is een doorn in het oog van de Russische leiders, voor wie het buurland toch al een obsessie is.

Eerst benoemde president Petro Porosjenko in Odessa de Georgische ex-president Michail Saakasjvili tot provinciegouverneur. Saakasjvili wordt gehaat en geminacht in Moskou omdat hij Georgië leidde tijdens de vijfdaagse oorlog met Rusland in 2008. Saakasjvili op zijn beurt trok vrijdag als locogouverneur een vrouw uit het hart van de Russische elite aan: Maria Gajdar, de dochter van ex-vicepremier Jegor Gajdar, en zelf al een kleine tien jaar deel van het Moskouse politieke establishment.

Gajdar gaf tot vrijdag leiding aan een fonds voor welzijnswerk. Vijf jaar geleden was ze locogouverneur in het district Kirov, de enige provincie die toen niet door een Poetin-man werd bestuurd. Daarna was ze adviseur van de locoburgemeester van Moskou.

De benoeming van Maria Gajdar in Odessa, een stad gesticht door tsarina Catharina de Grote (1729-1796) waar Russisch de voertaal is, leidde tot opwinding in beide landen, die op voet van oorlog met elkaar leven. In Rusland distantieerde haar ex-baas in Kirov zich direct van Gajdars overlopen. Poetins mensenrechtencommissaris Ella Pamfilova, die ooit minister onder Gajdars vader was, besloot tot tevredenheid van het Kremlin de zogeheten ‘presidentiële’ beurs voor het welzijnsfonds te bevriezen.

In Oekraïne rezen er ook vragen over de zoveelste buitenlander in een hoge functie. President Porosjenko benoemt wel vaker buitenlanders op sleutelposten in het door corruptie en nepotisme geteisterde staatsapparaat. Buitenstaanders hebben zelf nog geen clientèlenetwerk. Ze hebben daarom meer handen vrij om schoon schip te maken dan Oekraïeners.

Ook Gajdar zelf droeg bij aan de ophef. Tijdens de eerste persconferentie gaf ze maar geen antwoord op de vraag met wie Oekraïne eigenlijk in oorlog is. Ze draaide er niet één keer maar drie keer omheen. Dat ergerde Oekraïense nationalisten, voor wie Rusland de aartsvijand is.

Maandag corrigeerde Gajdar zichzelf. In een tweede persconferentie verklaarde ze plechtig dat de Krim „onwettig en immoreel door Rusland is geannexeerd”. Daar liet ze het niet bij. Ze zei ook dat het Rusland was dat de aanval op Georgië had geopend in 2008 en niet omgekeerd. Terloops noemde ze de Rechtse Sector – een paramilitaire groep die in het Kremlin symbool staat voor het ‘fascisme’ in Oekraïne – een gewone factor in de politiek die zijn gang moet kunnen gaan zolang het vreedzaam blijft. Als klap op de vuurpijl liet Gajdar er ook geen misverstand over bestaan dat ze haar Russische paspoort niet zou inleveren nu ze voor de vijand werkt.

Dit soort standpunten werken in Rusland als een rode lap op een stier. Maar er is ook een andere reden voor de irritatie. Maria Gajdar is niet de enige Rus die Moskou inruilt voor Kiev. De Oekraïense immigratiedienst heeft tot nu 130 politieke activisten, journalisten en ondernemers geteld die asiel hebben aangevraagd in Kiev.

Dit vluchtelingenstroompje illustreert dat het Oekraïne van na de Maidan voor een serieus deel van de oppositie tegen het Kremlin een alternatief is voor het Rusland van Poetin.