Nederland is erg goed in cacao. Dit is hoe dat komt

Foto: ANP

Goed nieuws voor chocolademinnend Nederland. De Marsfabriek in Veghel, die dagelijks toch al zo’n 27 miljoen Bountys, Twix en Snickers produceert, gaat uitbreiden. De Amerikaanse snoepproducent maakte dit weekend bekend meer dan 100 miljoen euro te investeren in zijn Brabantse fabriek.

Dat maakt de Nederlandse cacaoverwerkings- en chocoladeindustrie nóg groter dan ze al is. En ja, die is groot. Hoe groot? Drie vragen.

1. Waarom is de Nederlandse cacao-industrie zo groot?

Op geen enkele andere haven ter wereld wordt zoveel cacao doorgevoerd als op die van Amsterdam. Jaarlijks komt daar zo’n 650 duizend ton cacao binnen op grote, roestige schepen vanuit West-Afrika. Dat is 14,5 procent van de wereldproductie.

Maar er is meer, kijk maar:

Na Ivoorkust is Nederland de grootste cacaoverwerker wereldwijd. Dat houdt in: het verwerken van de donkerbruine bonen tot cacaohalffabricaten zoals cacaopoeder, -boter en -massa. Dat gebeurt voornamelijk in grote de fabrieken van Amerikaanse agribedrijven Cargill en ADM in de Zaanstreek. Van die halffabricaten wordt vervolgens weer chocolade gemaakt, onder meer in die reusachtige fabriek van Mars in Veghel.

De nadruk in de Nederlandse industrie ligt vooral op de doorvoer uit de Amsterdamse haven naar de rest van Europa en het produceren van halffabricaten. Ook al is de chocoladefabriek in Veghel de grootste in zijn soort wereldwijd, het maken van chocoladerepen, -paashazen en -kerstmannen gebeurt meer in landen zoals Zwitserland, Duitsland en België.

2. Wat draagt deze industrie bij aan onze economie?

Hoeveel er precies omgaat in de Nederlandse cacao- en chocoladeindustrie, is onbekend. Jos Hendriks, vakbondsbestuurder zoetwarenindustrie bij FNV bondgenoten, zegt dat de industrie in ieder geval goed is voor 3.500 banen.

Volgens de databank van de Verenigde Naties bedroeg de exportwaarde van cacao en cacaohalffabricaten in 2014 5,5 miljard dollar (5,1 miljard euro), vergelijkbaar met de uitvoer van dierlijke en plantaardige oliën en vetten. Het grootste deel van deze export gaat naar Duitsland en België:

Antonie Fountain, van Voice of Organisation in Cocoa in Europe, zegt dat veel Belgische producenten Nederlandse cacaohalffabricaten kopen om daar hun chocolade van te maken. “Vervolgens bestempelen ze de chocolade als ‘Belgisch’, want dat heeft een goede naam. Maar het meeste werk aan die chocolade - het vervaardigen van die halffabricaten - heeft eigenlijk in Nederland plaatsgevonden.”

3. Waarom zijn we niet ‘s werelds grootste cacaoverwerker?

Oef, pijnlijke vraag. Dat waren we tot dit jaar namelijk wél. Frank Rijkers, die als econoom bij ABN Amro de mondiale markt voor agrarische grondstoffen volgt, zegt dat grote cacaoproducenten zoals Cargill de winning en verwerking liever in één land houden, in dit geval Ivoorkust. Zo kunnen ze meer controle uitoefenen over de cacaoproductie. Daardoor verplaatst de halffabricatenproductie zich steeds meer naar Afrika.

Het aantal tonnen cacao dat Nederland verwerkt nam daardoor sinds 2012 af van 545 duizend ton naar 529 duizend. Maar volgens Rijker hoeven we niet te vrezen dat deze daling de komende jaren drastisch doorzet: “In landen als Ivoorkust en Ghana wil het soms nog wel eens politiek onrustig worden, bijvoorbeeld tijdens verkiezingsperiodes. Dat heeft een directe impact op de productie. Grote cacaopartijen willen dat niet te veel riskeren. Daardoor zal een groot gedeelte van de cacaoverwerkingsindustrie hier blijven.”