‘Nachtdienst’ geeft muis borstkanker

Nachtdienst verhoogt mogelijk het risico op borstkanker. Dat is nu in proefdieren bevestigd.

Ploegendienstkooien voor muizen in een laboratorium van het Erasmus MC in Rotterdam. Een metalen ‘harkje’ draait langzaam rond in de kooi en voorkomt dat de muizen onder ‘werktijd’ kunnen slapen.

Muizen waarvoor iedere week opnieuw dag en nacht kunstmatig worden omgedraaid, krijgen al weken eerder borstkanker dan controledieren onder een normaal ritme. De muizen met een verstoord dag-nachtritme worden ook dikker, een aanwijzing dat hun stofwisseling van slag raakt.

„Dit is het eerste valide experimentele bewijs dat chronische verstoring van het biologische ritme leidt tot een verhoogd risico op borstkanker”, zegt moleculair bioloog Harry van Steeg van het RIVM in Bilthoven die het experiment samen met chronobioloog Bert van der Horst van het Erasmus MC in Rotterdam uitvoerde. Gisteren publiceerden zij de uitkomsten in het wetenschappelijke blad Current Biology.

Bij de mens zijn er slechts aanwijzingen dat er een verband is tussen borstkanker en nachtdienst. Rond de eeuwwisseling constateerden epidemiologen voor het eerst dat er meer borstkanker voorkwam bij nachtzusters dan bij verpleegsters die alleen overdag werkten. Het internationale agentschap voor kankeronderzoek IARC categoriseerde nachtwerk in 2007 als ‘waarschijnlijk kankerverwekkend’. De Deense overheid ging twee jaar later als eerste vrouwen die jarenlang in nachtdienst hadden gewerkt en ziek waren geworden financieel compenseren.

„Veel te voorbarig” , vindt kankerepidemioloog Matti Rookus van het Antoni van Leeuwenhoek in Amsterdam. „Het bewijs dat er bij vrouwen relatief meer borstkanker voorkomt als zij meer in de nachtdienst werken is nog veel te zwak. Tot nu toe is bij mensen hoofdzakelijk terugkijkend onderzoek gedaan, waarin relatief meer borstkanker voorkwam bij mensen die in nachtdienst werken. Vrouwen met een kankergeschiedenis zijn mogelijk gemotiveerder om nachtdiensten gedetailleerd te rapporteren dan gezonde vrouwen. Bij dit soort studies wordt geen rekening gehouden met andere invloeden die kunnen leiden tot een verhoogd risico op borstkanker. Het moet dus nog veel netter worden uitgezocht.”

Zelf leidt Rookus de zogeheten Nightingale-studie, waarin bijna zestigduizend verpleegsters meedoen. In deze langjarige studie zullen de gezondheidsverschillen tussen vrouwen die ’s nachts werken en die overdag werken nauwkeurig onder de loep worden genomen. „De eerste resultaten zullen nog enkele jaren op zich laten wachten”, zegt Rookus, „Maar we willen dit nu goed uitzoeken, inclusief de invloed van de genetica. De helft van de deelneemsters heeft om die reden teennagels afgegeven, zodat wij daarop DNA-onderzoek kunnen doen.”

Er is nog veel uit te pluizen. Zijn het ochtendmensen die meer last hebben van nachtwerk dan avondmensen? En wat is precies de oorzaak van de gezondheidsproblemen: is dat eenvoudig het slechter slapen door een verstoord dag-nachtritme, of ligt het aan eten op het verkeerde moment van de dag, minder lichaamsbeweging, meer alcoholgebruik of roken?

„Voordat je de onderliggende oorzaken in epidemiologische studies met mensen kan ontrafelen, ben je zeker nog jaren bezig. En dan nog is het heel ingewikkeld patronen te ontdekken”, zegt Van Steeg. „In de muis kunnen we echter alle omstandigheden die bij de mens een rol spelen heel clean testen. In een proef van een jaar met 25 muizen kunnen we zien of het bijvoorbeeld zou helpen om op heel regelmatige tijden te eten.”

Het team van Van Steeg ontwikkelde een muis die door een borstklierspecifieke mutatie in het p53-gen versneld borstkanker krijgt. Van der Horst is een expert op het gebied van de biologische klok, het mechanisme dat alle lichaamsprocessen coördineert in een cyclus van ongeveer 24 uur. Samen ontwikkelde het duo het eerste proefdiermodel voor nachtdiensten.

Maar muizen in de nachtdienst, hoe gaat dat? „Muizen zijn nachtdieren dus om hun werkschema om te draaien moeten ze juist in het licht actief zijn”, zegt Van der Horst. „Voor deze proef, die nu nog loopt, houden we dieren in het licht opzettelijk wakker. Daartoe draait er op ‘werktijden’ een harkje rond in het hok, waardoor de dieren niet in slaap kunnen vallen.”

De onderzoekers kunnen zo allerlei gangbare dienstroosters nabootsen, zoals voorwaarts en terugwaarts roterende ploegendiensten. Van der Horst: „In een volgende studie kunnen we de borstkankergevoelige muizen kruisen met onze muismodellen voor ochtend- en avondmensen, en kijken hoe dit de borstkankergevoeligheid beïnvloedt.”

Van der Horst en Van Steeg vertellen dat zij in hun muizenonderzoek ook biomarkers (merkstoffen) vonden die aangeven wanneer het lichaam verstoord raakt door de onregelmatige ritmes. Veel kunnen ze er nog niet over zeggen, want de resultaten zijn deels nog niet gepubliceerd in een wetenschappelijk tijdschrift. Van Steeg: „Nu gaan we kijken of we de biomarkers ook kunnen vinden in het bloed van mensen die al jarenlang in ploegendiensten werken. Daarvoor werken we samen met de onderzoekers van de Nightingalestudie.”