Middeleeuwse muziek? Nou, niet helemaal

Redacteur Merlijn Kerkhof (28) laat iedere dinsdag zien wat de schoonheid is van klassieke muziek. Vandaag: over de Domtoren en Guillaume de Machaut.

Als je in Utrecht bent en naar de Domtoren kijkt, zie je dan een bouwwerk uit de veertiende eeuw?

Je kunt het zo opzoeken: de fundamenten stammen uit 1320, in 1382 was de toren ‘af’. Maar loop er eens langs met een architectuurhistoricus. Die kan aan de steensoorten en de afwerking ervan zien welke stenen later zijn toegevoegd. Die zal je vertellen dat de ornamenten en balustraden niet origineel zijn, dat de torenkap bij een restauratie een paar meter hoger is gemaakt dan hij oorspronkelijk was.

Ja, de Domtoren is grotendeels veertiende-eeuws. Maar veel van wat we zien is later aangebracht – in verband met versteviging, maar ook met veranderde smaak.

Aan oude gebouwen kunnen we aflezen hoe mensen ermee zijn omgegaan. Oude tekeningen en schilderijen kunnen een nog vollediger beeld geven. In de oude muziek hebben we het een stuk minder makkelijk. We hebben eeuwenoude noten op gaaf overgeleverd perkament, beschrijvingen van hoe het moet hebben geklonken, ja – maar opnames uit de Middeleeuwen, ho maar.

Wie zich met die muziek bezighoudt, moet veel zelf invullen. Kijk bijvoorbeeld naar de Messe de Nostre Dame (1363-1365) van dichter/componist Guillaume de Machaut (c. 1300-1377). Geschreven in de tijd van de Domtoren en de oudst bekende miszetting waarvan alle standaardonderdelen die in de mis werden gezongen door één persoon zijn gecomponeerd.

Als je oude muziek uitvoert, word je voor keuzes geplaatst die je bij eigentijdse stukken waarschijnlijk niet zou hoeven maken. Op welke toonhoogte moet je zingen? Welke zangtechniek hanteer je en welke versieringen maak je? Hoe spreek je de tekst (Latijn, Grieks in het Kyrie) uit? Was de afstand tussen twee tonen voor Machaut wel dezelfde afstand als voor ons?

Voor Machaut was het niet van belang om uit te schrijven wat voor zijn tijdgenoten vanzelfsprekend was. We zijn afgesneden van zijn uitvoeringstraditie en proberen dat te ondervangen met onderzoek. Toch komt uiteindelijk veel aan op speculatie en, meer dan we willen toegeven, smaak.

De Domtoren kan ons helpen herinneren dat die smaak waarschijnlijk heel anders zal zijn geweest. Zo zagen de Utrechters in de zestiende eeuw een toren die rood-wit geschilderd was. Niemand die dat nog mooi zou vinden: nu willen de meeste mensen dat de oorspronkelijke staat wordt benaderd.

In de muziek is dat niet anders. De obsessie met authenticiteit lijkt nog net iets groter dan in de andere kunstvormen, omdat we niet eens weten of die componisten uit de Middeleeuwen en Renaissance hun stukken zouden herkennen.

Als je straks op Spotify of iTunes de Messe de Nostre Dame op zet, luister je dan naar veertiende-eeuwse muziek?