Column

Hoe kan een bank nu solvabel zijn én pleite?

Silvio Berlusconi... Was hij als de eerste de klos? De Italiaanse regering moest de pensioenen versoberen, de arbeidsmarkt liberaliseren en nog zo wat maatregelen nemen die Griekse burgers inmiddels bekend voorkomen. Zij krijgen nu een vergelijkbaar economisch recept.

Berlusconi kreeg de opdrachten per brief, gedateerd 5 augustus 2011. Was getekend: Jean-Claude Trichet, president van de Europese Centrale Bank, ECB, en zijn opvolger Mario Draghi, toen nog chef van de Italiaanse centrale bank. Italië was op dat moment afhankelijk van de ECB om onrust op de financiële markten over Italiaanse staatsobligaties te bezweren.

In Italië klaagden politici en media over een dictaat uit Frankfurt. Ik kan me niet herinneren dat veel (linkse) Europese politici hierin een aantasting zagen van de soevereiniteit van een lidstaat van de Europese Unie. Zoals nu wel gebeurt bij de Europese interventie in de Griekse politiek in ruil voor een derde steunprogramma van mogelijk 86 miljard euro.

Dat steunprogramma heeft iets wonderlijks. De steun komt van het ESM, dat is een afkorting van de European Stability Mechanism. Zeg maar: de financiële brandweerman van de eurolanden. Hij rukt alleen maar uit als aan twee voorwaarden is voldaan: de economie van een lidstaat staat in lichterlaaie én de vlammen dreigen over te slaan naar aanpalende landen. Het eerste is bij Griekenland zonneklaar. Maar het tweede?

De Europese Commissie moet dat beoordelen, maar komt niet veel verder dan de opsomming van alle maatregelen sinds 2008 die juist moeten voorkómen dat de vlammen overslaan. Maar uiteindelijk orakelt de Commissie dat Griekse banken elders in Europa dochters hebben die daar een systeembank zijn, dus cruciaal voor de financiële infrastructuur. En dat het instorten van de Griekse bankensector de „integriteit van het eurogebied als geheel” kan aantasten. Bewijs wordt niet geleverd. Sterker, uit de eerder genoemde, na 2008 genomen maatregelen zou je juist het tegenovergestelde verwachten. De val van Griekse banken hoeft relevante banken elders juist niet mee te sleuren.

Het wonderlijke en angstaanjagende is dat een lokale bankenrel een gevaar vormt voor ons allen. Dat mocht toch juist niet meer gebeuren na de krediet- en bankencrisis van herfst 2008, die overheden dwong tot reddingsacties van vele honderden miljarden euro? Maar luister naar Draghi vorige week op een persconferentie en de haren rijzen je te berge.

Eind 2014 was er geen euro liquiditeitssteun via de ECB voor Griekse banken. Nu is dat 90.000.000.000 euro. Dit is de langst lopende bankrun in de geschiedenis. Dat kunnen die banken niet aan. Of wel? Op basis van het cijfermatige bankentoezicht zijn zij solvabel, zei Draghi. De cijfers over solvabiliteit kloppen. Maar kijk naar de verwáchte solvabiliteit en hou daarbij rekening met de zware Griekse recessie, hogere kredietstroppen en twijfel over de waarde van Griekse staatsobligaties. Dan kom je bij de 25 miljard euro die in het ESM-programma is uitgetrokken voor een reddingsactie voor de banken. Draghi’s criterium van verwachte solvabiliteit is volkomen nieuw voor me.

Dus samenvattend: onder onze ogen en ondanks geïntensiveerde controles door de ECB is een lokale bankencrisis ontspoord in een alomvattende eurocrisis en zijn banken tegelijkertijd solvabel én pleite. Niets geleerd van 2008. Een ezel stoot zich in het gemeen niet twee keer aan dezelfde steen.

Maar dit is Europa.