Het dapperste volk van Europa houdt Poetin scherp in het vizier

Aan de lange grens met Rusland is het niet langer voorspelbaar. Als het moet, staan ruim 900.000 Finnen paraat.

Oostgrens van 1.340 km

Ogenschijnlijk is er niets aan de hand, in dit doodstille dennenbos. Verend mos dempt de voetstappen van de enkele wandelaar die hier komen mag. Twee leden van de Finse grenswacht gaan voor, over een smal kronkelpaadje in oostelijke richting. Er staat geen wind, de zon prikt, grote muggen dansen door de lucht.

Het paadje komt uit op een brede open strook van zuid naar noord. Het lijkt een brandgang. Het is een grens, de 1.340 kilometer lange grens tussen Rusland en Finland, de langste grens tussen Rusland en de Europese Unie.

Beide werelden worden gescheiden door een hekje van anderhalve meter hoog, deels van roestig prikkeldraad, deels van nieuwer, grofmazig gaas. „Om te voorkomen dat vee naar de andere kant loopt”, verklaart kapitein Antti Vahe, hoofd van een basis van de grenswacht hier vlakbij in het bos. Hij patrouilleert hier regelmatig met zijn collega’s, vaak met honden, in de winter op ski’s of met een sneeuwmobiel. Er zijn geen hoge hekken, geen rollen prikkeldraad, geen greppels of wachttorens te zien.

Om de grens te markeren staat aan de Russische kant een rood-groen gestreept grenspaaltje, aan de Finse kant is het blauw-wit. De Finnen hebben bovendien een stalen, zo’n drie meter hoog torentje neergezet, met camera’s en sensoren: de elektronische ogen van de grenswacht, automatisch geactiveerd zodra er beweging is. De fotograaf van de krant mag er geen foto van maken: te gevoelig.

Ook al valt het hier in de lieflijke natuur niet zo op, gevoelig is eigenlijk álles wat met de grens en Rusland te maken heeft. Zeker sinds de Russische annexatie van de Krim, in maart vorig jaar, en de Russische militaire inmenging in Oost-Oekraïne, waar de oorlog nog steeds voortduurt.

Winteroorlog

Oekraïne mag ver weg zijn, Rusland is altijd dichtbij voor Finland, dat in de Tweede Wereldoorlog twee oorlogen met de Sovjet-Unie uitvocht. In de ‘Winteroorlog’ (november 1939-maart 1940) hielden de Finse strijdkrachten eerst heldhaftig stand tegen het veel grotere Rode Leger. Dat was Finland binnengevallen omdat Stalin vond dat de Finse grens te dicht bij Leningrad liep, het huidige Sint-Petersburg. Na een paar maanden van felle strijd, waarbij 25.000 Finnen sneuvelden en 200.000 manschappen van het Rode Leger, moest de Finse regering instemmen met een vredesregeling waarbij het 11 procent van zijn grondgebied opgaf.

Finland werd niet onder de voet gelopen of bezet. Ook niet in de ‘Vervolgoorlog’ (1941-1944), waarin het nog enkele stukken land kwijtraakte. De Finnen, schrijft militair historicus John Keegan in zijn boek The Second World War, zijn misschien wel het krijgshaftigste volk van Europa, zeker het dapperste.

„Als je inzoomt op de grens merk je nauwelijks iets van politieke spanningen”, zegt generaal Ilkka Laitinen, reservehoofd van de Finse grenswacht in zijn hoofdkwartier in Helsinki. „Onze mensen ter plaatse hebben bijna dagelijks overleg met hun Russische collega’s.” De enige zichtbare verandering sinds de gebeurtenissen in Oekraïne, zegt hij, is dat het grensverkeer sterk is afgenomen, door de sancties en economische neergang in Rusland. Er komen nu veel minder Russen voor inkopen, vakantie of zaken.

„In breder perspectief zie je dat door de politieke toestand de voorspelbaarheid aan de grens minder is dan twee jaar geleden. Voor Finland een heel serieuze kwestie.” Anders dan de Baltische landen is Finland geen NAVO-lid. Het kan er niet op rekenen dat het westerse bondgenootschap te hulp schiet als Rusland de grens oversteekt. „We moeten voor onszelf zorgen”, vat Laitinen de strategische positie samen.

De grenswacht, die onder het ministerie van Binnenlandse Zaken valt, heeft een belangrijke rol bij de landsverdediging. Niet om met zware wapens een vijandelijke aanval af te slaan. Wel om alles wat in de buurt van de grens gebeurt scherp in de gaten te houden – en in geval van oorlog een guerrillastrijd te kunnen voeren tegen de vijand. Centraal staat nauwe samenwerking met de strijdkrachten. Die zijn uitdrukkelijk níét aan de grens gelegerd, zegt Laitinen, om te voorkomen dat incidenten of provocaties tot oorlogsgeweld oplaaien. Finland wil de relatie met Rusland zo goed mogelijk houden.

De omvang van het leger mag met zo’n 13.000 parate manschappen niet groot lijken, maar die indruk is bedrieglijk. Finland kent de dienstplicht, voor mannen vanaf 18 jaar, variërend van zes tot twaalf maanden. Wie afzwaait wordt reservist. In geval van oorlog, stelt de Finse militaire doctrine, moeten 230.000 militairen op de been kunnen worden gebracht. Dus worden reservisten regelmatig opgeroepen voor oefeningen en cursussen. Eind mei kregen alle ruim 900.000 reservisten een brief van het ministerie van Defensie, met informatie over hun precieze taken in geval van mobilisatie. Het was voor het eerst in jaren dat zoiets gebeurde – volgens Defensie had het niets met de Oekraïnecrisis te maken. Het viel goed bij de publieke opinie.

Door de Oekraïnecrisis wordt in Finland nu weer gesproken over eventuele NAVO-toetreding. In de Koude Oorlog was Finland neutraal – het stond onder zware politieke druk van de Sovjet-Unie, maar hoorde niet tot het Warschaupact en kon zijn eigen vrijemarktpolitiek voeren. Intussen is het land lid van de EU en de eurozone, werkt het militair nauw samen met Zweden en neemt het deel aan militaire missies van de VN en de NAVO. Finland, zegt Tomas Ries, een Fin die internationale betrekkingen doceert aan de Zweedse militaire academie in Stockholm, „hoort nu volledig bij het Westen, niet alleen in sociaal en economisch, maar ook in politiek en militair opzicht.”

Deur op een kier

Ries is voorstander van toetreding tot de NAVO, ook al kan Rusland dat als een provocatie opvatten. Dit weekeinde nog waarschuwde de Russische ambassadeur in Stockholm de Zweden, ook geen NAVO-lid, dat toetreding zou leiden tot Russische tegenmaatregelen. „Ik zie dat toetreding risico met zich meebrengt”, zegt Ries. „maar denk dat het noodzakelijk is. Finnen willen niet weer afdrijven richting Moskou.”

De nieuwe centrum-rechtse regering van premier Juha Sipilä die eind mei aantrad, heeft de deur naar de NAVO voorzichtig op een kier gezet. Verklaarde het vorige kabinet nog dat tijdens zijn regeringsperiode in elk geval geen verzoek tot toetreding zou worden gedaan, dit kabinet heeft hiervan afgezien en onderzoek aangekondigd naar voor- en nadelen.

„Veel Finnen geloven dat we een speciale relatie met Rusland hebben en dat we de betrekkingen met Rusland naar onze hand kunnen zetten”, zegt Risto Penttilä, de invloedrijke voorzitter van de Finse Kamer van Koophandel. „Een fundamentele misvatting. Men denkt dan aan de negentiende eeuw, toen we als zelfstandig hertogdom deel uitmaakten van het Russische Rijk, en aan de wijze waarop we de Koude Oorlog zijn doorgekomen. Maar het is een illusie dat we er op eigen houtje een geloofwaardige defensie op kunnen nahouden.”

Grote buur

NAVO-lidmaatschap is niet de enig mogelijke vorm van samenwerking, vindt René Nyberg, oud-ambassadeur in Moskou en Berlijn. „Er bestaat in Finland consensus dat verdere militaire samenwerking met Zweden en de NAVO wenselijk is. Maar echt NAVO-lid worden leidt tot grote problemen met Rusland, zal meer problemen veroorzaken dan oplossen.” De relaties met de grote buur zijn te belangrijk voor de Finnen om ze in de waagschaal stellen, zegt Nyberg. Volgens opiniepeilingen is 30 procent van de Finnen nu vóór toetreding.

Bij de grensovergang Vaalimaa, op de snelweg tussen Helsinki en Sint-Petersburg, is het op een doordeweekse dag in juli bijzonder rustig. Een handjevol vrachtauto’s en enkele tientallen personenauto’s staat aan de Finse kant in de rij om te worden doorgelaten. Trots toont het hoofd van de grenspost, kapitein Ismo Kärhä, de moderne apparatuur waarmee deze grensovergang aan de buitengrens van de EU is uitgerust. Aan het eind van de rondleiding wijst hij op een glanzend gebouwtje. „De toiletten – heel belangrijk. Nee, dat is geen grap. Wie uit Rusland komt moet meteen begrijpen: hier begint Europa.”