Geile mus

De acht tekstregels waarmee de Zweedse natuurgeleerde Carolus Linnaeus in 1758 de huismus officieel beschreef zijn kort maar treffend – vooral de opmerking Salacissimus qui vigesies sape coit: „Zeer geil, hij paart vaak wel twintig keer.”

Rond het moment van de eileg paart de mannetjesmus twee tot vier keer per uur, waarbij hij het wijfje per wipbeurt inderdaad tien tot twintig keer bestijgt.

In 1897 voerde J.H. Clark in New Jersey een interessant experiment uit waarvan hij de resultaten publiceerde in Auk (juli 1903) onder de titel ‘A Much Mated House Sparrow’. Clark volgde nauwlettend de voortplantingsactiviteiten van een mannetje dat een nestkastje in zijn tuin bewoonde. Zodra de mus gepaard had, schoot hij het wijfje dood.

Elk volgend nieuw mussenvrouwtje waarmee hij een paartje vormde, werd ook afgeschoten. Vijf vrouwtjes werden zo binnen twee maanden gedood. Sommige waren al binnen tien minuten vervangen door een nieuwe partner.

De anatoom John Hunter (1728-1793) vond het geheim van de volhardende mussenseks in de testikels die in het voorjaar inwendig tot enorm formaat uitgroeien. In het Londense Hunterian Museum zijn die mussenkloten nog steeds in volle glorie te bewonderen.