Forse steun onderzoek naar buitenaards leven

Russische zakenman schenkt 100 miljoen.

De komende tien jaar wordt harder dan ooit in de ruimte gezocht naar signalen van buitenaards intelligent leven. Gisteren maakte de Russische internet-ondernemer Joeri Milner op een bijeenkomst van de Royal Society in Londen bekend dat hij 100 miljoen dollar in de zoektocht zal steken. Met dat geld wordt „luistertijd” gekocht bij twee van de grootste radiotelescopen ter wereld: de 100-meter Green Bank Telescope in de VS en de 64-meter Parkes-telescoop in Australië. Beide radioschotels worden speciaal voor dit doel voorzien van nieuwe ontvangstapparatuur.

Milners ‘Breakthrough Listen’-project geeft een ongekende impuls aan de Search for Extraterrestrial Intelligence (SETI): er is nu vijf keer zoveel geld beschikbaar. Het is niet voor het eerst dat een ondernemer een forse donatie doet voor SETI-onderzoek. Paul Allen, mede-oprichter van softwarebedrijf Microsoft, stak ruim 30 miljoen dollar in de bouw van een, nog steeds onvoltooide, radiotelescoop.

De betrokken radiotelescopen zullen gaan zoeken naar signalen die op kunstmatige wijze lijken te zijn gegenereerd. Dat klinkt makkelijker dan het is, want zo’n beetje alles in het heelal zendt wel de een of andere vorm van radiostraling uit.

De eerste pogingen in deze richting werden in 1960 gedaan door de Amerikaanse astronoom Frank Drake, ook aanwezig bij de bijeenkomst in Londen. Drake moest het doen met een vrij kleine radiotelescoop die op slechts één frequentie kon worden afgestemd. Hij ving geen interessante signalen op. Ook latere SETI-programma’s leverden niets concreets op.

Het Breakthrough Listen-project profiteert van vijftig jaar technologische vooruitgang. Nu kan een miljoen sterren van ons eigen Melkwegstelsel worden onderzocht op kunstmatige radiosignalen, plus honderd naburige sterrenstelsels. Daarnaast gaat een telescoop van de Lick-sterrenwacht in Californië uitkijken naar lichtflitsjes van mogelijke buitenaardse lasercommunicatiesystemen.

In hun nieuwe configuratie zijn de radiotelescopen vijftig keer gevoeliger dan de instrumenten bij eerdere SETI-projecten. Ze bestrijken een veel groter frequentiegebied en maken gebruik van speciaal ontwikkelde computerhardware en -software. De laatste stap in de onderzoeksketen wordt gezet door het programma SETI@home, dat de rekenkracht van miljoenen thuiscomputers gebruikt.

Voor de beheerders van de radiotelescopen in Green Bank en Parkes komt het initiatief van Milner als een geschenk uit de hemel. De instituten hebben al jaren moeite om de eindjes aan elkaar te knopen.