Even het lijf van Hinault bewonen

In Valence sprintte André Greipel naar zijn derde ritzege. Voor de microfoon bedankte hij zijn ploegmaats uitvoerig. Dit keer klonk het niet als een dode formaliteit. De jongens hadden als beesten gewerkt, vooral tijdens die eerste twee dolle koersuren. Niet menselijk meer, zo had hij afgezien.

En toch won Greipel soeverein. O, wat was ik graag in zijn huid gekropen tijdens die laatste honderd meter om te ervaren hoe een sprinter de oerkracht in zichzelf naar boven takelt.

Het is een oud sentiment. Vroeger, nadat ik urenlang tegen de gietijzeren kuiten van Hinault had aangekeken, verlangde ik er soms ook naar om een paar seconden het lichaam van de Breton te bewonen. Hoe voelt werkelijke macht? Hinault, als hij een bar slechte dag had in de cols en jijzelf een puike, reed je hem op een paar seconden. Als het andersom was smeet hij met minuten. Een natuurramp, die man.

Alsof het peloton bang was te laat op de rustdag te arriveren, zo spoot het gistermiddag uit de startblokken in de etappe naar Gap. Natuurlijk, dertien ploegen hadden nog niks gewonnen. Na de rustdag is het voor de grote mensen in de Alpen, en op de Champs-Élysées wint Greipel uiteraard. Laatste kans dus; ik volgde het gebeuren op de live-ticker van sporza.be.

Het eerste uur werd afgelegd met een gemiddelde van 53,6 kilometer per uur. Een groep van twaalf joeg op een kopgroep van twaalf. In een grafische weergave werd het aanschouwelijk gemaakt. De tekening volstond om me met de nood van vierentwintig mensen en de intense vermoeidheid van twee weken Tour te identificeren: zij liever dan ik.

Op anderhalve minuut van de achtervolgers volgde wat groep drie werd genoemd: één renner als eenzaam figuurtje afgebeeld, de Tsjech Jan Bárta. Dit was de overtreffende trap van een chasse patate. Ik ging stofzuigen in de hoop dat het rennertje snel van de radar zou verdwijnen – wat niet zo was.

Jan Bárta is een uitstekend tijdrijder, een specialist in even aantrekkelijke als hopeloze ondernemingen bovendien. Maar dit kon hij een oud-renner niet aandoen. Ik wérd een lullig tekeningetje op een computerscherm.