Stormram die heksenketel van Buenos Aires even tot bedaren bracht

Oud-international Dick Nanninga, die op 66-jarige leeftijd overleden is, blijft voor altijd verbonden aan zijn kopgoal in de WK-finale tegen Argentinië in 1978. Hij bracht de heksenketel van Buenos Aires tot bedaren. Al was het maar voor even.

Dick, warm laufen. Drie woorden sprak Ernst Happel in vier weken tijd tegen de op 66-jarige leeftijd overleden Dick Nanninga tijdens het WK voetbal in 1978. De bondscoach van Oranje – bekend om zijn uitspraak Kein Geloel – hield meer van kaarten dan van praten.

In de WK-finale vroeg Oostenrijker Happel bij een 1-0 achterstand in tegen gastland Argentinië aan de Groningse Limburger Nanninga of hij zich wilde warmlopen voor een invalbeurt. Oranje had in Buenos Aires een type stormram nodig om een verlenging uit het vuur te slepen.

The rest is history. Arie Haan gaf een breedtepass op René van de Kerkhof die de bal ‘voor slingerde’ en de kopspecialist der kopspecialisten hoefde „alleen maar ja te knikken” met zijn karakteristieke, want robuuste voorhoofd: 1-1. „Toen die bal kwam, wist ik al dat een goal was, dat voel je gewoon”, vertelde Nanninga decennia later tegen de Volkskrant. Pijnlijk detail: niet Nanninga maar Jan Poortvliet kwam in honderden miljoenen huiskamers in beeld als (vermeende) goalgetter.

Maar het was toch echt Nanninga die de heksenketel van Buenos Aires – al was het maar voor even – tot bedaren bracht. In blessuretijd zou Oranje de wereldtitel op een decimeter mislopen: Rob Rensenbrink schoot de bal tegen de paal. In de verlenging was Argentinië de bovenliggende partij en werd het 3-1. Dictator Jorge Videla mocht de beker – als ultiem propagandamiddel – aan zijn landgenoten uitreiken. Op de vraag aan Nanninga of hij geen morele bezwaren had tegen een WK in een dictatoriaal land, zei de reservespits: „Kogels kop ik gewoon terug.”

In de laatste groepswedstrijd op het WK tegen West-Duitsland mocht Nanninga ook al invallen bij een achterstand. Dit keer had hij geen aandeel in de gelijkmaker. Hij werd al na vijf minuten uit het veld gestuurd omdat hij de scheidsrechter zou hebben beledigd. Volgens Nanninga had een medespeler dit gedaan en was de rode kaart onterecht.

Nanninga speelde vijftien interlands waarin hij zes keer scoorde. Eén keer moest hij afzeggen omdat Oranje dit keer op moederdag zou voetballen en hij niet gemist kon worden in de bloemenzaak die in Kerkrade was begonnen. Zijn mooiste interlandgoal maakte hij tegen IJsland – uiteraard met het grote hoofd. In een interview zei hij hierover: „Vanaf twintig meter zo in het kruis. Die keeper keek me aan met een blik van: waar is die bal?”

Nanninga, geboren in de stad Groningen, begon zijn profloopbaan bij GVAV, het latere FC Groningen. Hij was in het betaalde voetbal een relatieve laatbloeier met zijn 24 jaar. Via Veendam verhuisde de semiprof – overdag was hij bouwvakker – 350 kilometer zuidwaarts naar Roda JC. Daar zou hij acht seizoen spelen en is hij met 107 competitietreffers nog steeds clubtopscorer. Met linksbuiten Pierre Vermeulen en rechtsbuiten Gerard van der Lem (en later Adri Koster) vormde hij in Kerkrade een alom gevreesd aanvalstrio.

Na een kort avontuur in Hongkong speelde Nanninga nog vier jaar als laatste man voor MVV in Maastricht. Hij beëindigde zijn loopbaan in 1986 op 37-jarige leeftijd. Kapotte kniebanden, luidde de medische afkeuring. Hij kreeg een baan voor het leven bij toenmalig clubsponsor Sphinx. Bij deze producent van sanitair werd hij vertegenwoordiger.

Nanninga verkeerde de afgelopen jaren in slechte gezondheid. In 2012 moest zijn linker onderbeen worden geamputeerd. Hij werd na de operatie in een kunstmatig coma gebracht en pas na vijf maanden ontwaakte hij. Vorig jaar werd zijn rechteronderbeen geamputeerd.