Highmakend DNA van marihuana is geïdentificeerd

Van sommige cannabis wordt je high, van andere voel je niks. Eén gen bepaalt of een cannabisplant high maakt of niet. Als het gen is uitgeschakeld, zoals in marihuana, produceert de plant veel THC, de psychoactieve stof in wiet. Staat het gen aan, zoals in vezelhennep, dan maakt de plant nauwelijks THC. Amerikaanse cannabisonderzoekers van de University of Mississippi maakten die ontdekking vrijdag bekend in het wetenschappelijke blad New Phytologist.

Marihuana en vezelhennep zijn verschillende variëteiten van de cannabisplant (Cannabis sativa). Vezelhennep is een landbouwgewas: er wordt onder meer textiel, isolatiemateriaal en olie van gemaakt. Marihuana is rijk aan tetrahydrocannabinol (THC), de stof die de aangename high veroorzaakt. Vezelhennep bevat nauwelijks THC. Dat mag ook niet: boeren mogen alleen hennep telen met een THC-gehalte van minder dan 0,2 procent. De hennepplant maakt wel cannabidiol (CBD). Deze stof is verwant aan THC, maar geeft geen high.

CBD en THC worden door twee verschillende enzymen gemaakt, op basis van dezelfde voorloperstof.

De onderzoekers ontdekten dat marihuanaplanten door mutaties in het DNA het CBD-enzym verloren hebben. Het overgebleven THC-enzym zet daardoor alle voorloperstof om in THC.