Buiten Bamako groeit de chaos

Kunnen de VN-blauwhelmen het land wel stabiliseren als de overheid zelf er geen gezag heeft?

Een konvooi Franse militairen rijdt de Malinese hoofdstad Bamako uit. Ondanks een vredesakkoord met de Toearegs breidt de onveiligheid in het land zich de laatste tijd uit. Foto Eric Feferberg/AFP

Een sluier van uitlaatgassen en vochtigheid drukt op Bamako, de snelgroeiende hoofdstad van Mali. De buitenlandse officier wijst uit het raam naar het smerige centrum waar mensen, vee, ongedierte, brommertjes, auto’s en terreinwagens van de VN vechten om ruimte. „Wat een drukte, wat een vuil en chaos”, zegt hij misprijzend. „Uit de hele Sahelregio trekken werklozen hiernaartoe, evenals radicale moslimpredikers en terreurnetwerken. Dit is een onhoudbare situatie.”

De militair analist draait zijn blik naar een landkaart achter zijn bureau. Met gekleurde speldenknoppen staan de gewapende facties erop aangegeven: het regeringsleger, pro-regeringsrebellen, antiregeringsrebellen en terroristen. „Die kleurtjes lopen gemakkelijk in elkaar over”, legt hij uit. Persoonlijke belangen spelen een hoofdrol in het geweld, leiders wisselen gemakkelijk van factie.

De steeds weer terugkerende opstanden van Toearegs in het noorden van het land dragen in belangrijke mate bij tot de instabiliteit in Mali. „Ik heb geen aanwijzingen dat buitenlandse terreurgroepen hun acties in Mali uitbreiden”, zegt de militair, verwijzend naar de aan Al-Qaeda gelieerde terreurgroepen die in 2013 door een Franse interventiemacht uit het noorden werden verdreven. „Wat we nu terroristen noemen, zijn meestal ontevreden Malinezen die zich ophouden onder de bevolking.”

Inmiddels breidt de onveiligheid zich uit naar het voorheen rustige zuiden, tot aan de grens met Ivoorkust. De regering van president Ibrahim Boubacar Keïta richtte vorig jaar een eigen militie op van aan hem loyale Toearegs. Daardoor kreeg de strijd een nieuwe dimensie.

Dat vorige maand in Bamako plechtig de vrede werd getekend tussen regering en Toeareg-rebellen verandert weinig aan de situatie. De twijfel groeit of Mali nog wel te redden is. „Het land is te groot en het Malinese leger te zwak om het te controleren”, verzucht de officier. „Daar kan de VN-vredesmacht niets aan veranderen.”

Het falende bestuur in Mali is een veel grotere bedreiging voor het land dan de aanwezigheid van terroristen en de rebellerende bevolkingsgroepen. De Malinese strijdkrachten verschrompelden in 2012 in het aangezicht van het legertje terroristen dat oprukte naar het zuiden. Dat is slechts één aspect van de zwakke staat.

Schitterende villawijk

„Het overheidsgezag houdt op bij de wegversperring net iets buiten Bamako”, schimpt Adam Thiam, voormalig presidentieel adviseur. Zijn kantoor ligt in een luxe buitenwijk van de hoofdstad. „De motor van het conflict in het noorden is de smokkel en de corruptie, de verwevenheid tussen misdaad en politiek. Het meeste ontwikkelingsgeld is sinds de onafhankelijkheid in 1960 in Bamako blijven hangen.” Thiam gebaart door het raam naar een schitterende villawijk: „Allemaal gebouwd met in de jaren negentig gestolen overheidsgeld, en met geld uit de drugshandel.”

De handel in drugs, wapens en mensen door de Sahel en de Sahara bedraagt volgens de International Crisis Group (ICG) jaarlijks bijna 3,5 miljard euro. De afgelopen 15 jaar is in deze gigantische zandbak de overheid goeddeels vervangen door criminele, cliëntelistische en clanverbanden.

De schrale, onherbergzame Sahellanden behoren tot de allerarmste en een alarmerend aantal jongeren zit er zonder werk. Niger, het armste land ter wereld, kent mondiaal het hoogste geboortecijfer met gemiddeld zeven kinderen per vrouw, gevolgd door Mali met zes kinderen. Op zoek naar een beter bestaan trekken jongeren naar andere Afrikaanse landen of naar Europa of naar uitdijende steden als Bamako. „De toekomst van de Sahel is zorgwekkend. Het geweld zal doorgaan en vermoedelijk toenemen”, concludeert ICG in een vorige maand gepubliceerd rapport.

Terreinwagen met cocaïne

De VN moeten Mali stabiliseren en de regering helpen haar gezag naar het noorden uit te breiden. Maar tegen smokkel en terrorisme mogen de blauwhelmen niet optreden. „We openen de doos van Pandora als we het tegen de georganiseerde misdaad opnemen”, zegt Michael Lollesgaard, de bevelhebber van de VN-missie in Mali, waar ook 450 Nederlanders deel van uitmaken. „Daar zijn we niet toe uitgerust.”

Wat zou hij doen als zijn mannen een terreinwagen met cocaïne of een konvooi met migranten onderscheppen? „Dan geef ik de Malinese politie een belletje”, zegt hij. Hij trekt een strak gezicht en klemt opzichtig zijn lippen op elkaar. Iedereen in de Sahellanden weet dat ambtenaren een graantje meepikken van de georganiseerde misdaad en dat het dus weinig zin heeft om de politie te bellen.

Vóór de komst van de Franse kolonisten bestonden er eeuwenlang koninkrijken in en rond wat nu Mali heet. De Fransen probeerden het gebied om te vormen tot een moderne, gecentraliseerde staat. Na de onafhankelijkheid gingen de nieuwe machthebbers op die weg voort. Maar het centrale staatsmodel wringt met de verlangens van de bevolking, zegt Moussa Mara, tot krap een jaar geleden premier van Mali.

„Alleen onder dwang conformeren inwoners zich aan de staat. Het centralisme erkent de diversiteit van de talrijke bevolkingsgroepen niet”, zegt de 40-jarige oud-premier. „De onvrede daarover manifesteert zich het sterkst in Noord-Mali, maar het ongenoegen geldt voor heel het land. Ook zijn we te zwak om onze grenzen te beschermen. Daardoor liep in de jaren negentig de chaos van Algerije en in 2011 van Libië naar ons over. Zo is Mali een explosieve cocktail geworden.”

De eind 2013 gekozen president Keita en zijn regering doen net als hun voorgangers aan bazaarpolitiek, aan handjeklap met facties en clans in een ingewikkeld steekspel voor invloed en gewin. „Die traditionele politiek moet overboord”, stelt Mara. Alleen grondige veranderingen in Mali en in de andere zwakke Sahellanden kunnen beletten dat ze verder afglijden tot narcostaten die onderdak bieden aan terreurgroepen. Maar hervormingen bedreigen het patronagenetwerk van corrupte politici.

„De politici zijn gecorrumpeerd door de drugshandel en het afromen van overheidsgelden. Steeds weer verdedigen ze hun belangen en werken ze politici met verse ideeën tegen”, zegt Mara. De jonge oud-premier staat bekend als een hervormer. „We moeten meer macht overhevelen naar regio’s en dorpen”, zegt hij. „Zo doorbreek je de patronagenetwerken in Bamako. Meer dan ooit in onze eeuwenoude geschiedenis moeten we Mali radicaal hervormen. Dat is de enige uitweg om de crisis op te lossen.”