Brexit is ineens geen taboe meer bij links

Voor het eerst in jaren gaan in het VK ook bij links stemmen op over uittreding uit de EU. Vooral door ‘Griekenland’.

Verscheurde poster van Griekse premier Tsipras. De reactie van Europa op de Griekse crisis heeft in Groot-Brittannië geleid tot meer steun voor uittreding uit de EU. Foto Marko Djurica/Reuters

„Een aanval op de democratie.” „Legt geen verantwoording af.” „Geen zeggenschap voor gewone burgers.”

Het zijn beschrijvingen van de Europese Unie die tot voor kort waren voorbehouden aan rechtse Conservatieven en de UK Independence Party. Maar ‘Griekenland’ heeft de euroscepsis onder Brits links wakker geschud. Het linkse opinietijdschrift New Statesman concludeerde: „Aan de droom van continentale solidariteit en afhankelijkheid [in Europa] lijkt een einde te zijn gekomen.”

En met een referendum over het Britse lidmaatschap van de Europese Unie in het vooruitzicht, gaan nu voor het eerst in vijf jaar ook aan linkerzijde stemmen op voor uittreding. De huiver zich met rechtse – veelal nationalistische – eurosceptici te vereenzelvigen, is verdwenen.

Vorige week waarschuwde de Franse bank Société Générale investeerders dat „de grootste niet van te voren voorspelbare consequentie” van de Griekse bail out een zogenoemde Brexit kan zijn. Voor het einde van 2017 houdt het Verenigd Koninkrijk een referendum over het EU-lidmaatschap.

„Links moet uittreding op de agenda zetten”, schreef in The Guardian columnist Owen Jones. Jones is een van de meest invloedrijke jonge linkse activisten, en een veel gevraagd spreker die zalen achter zich krijgt. Hij meent: „Mensen met progressieve ideeën zouden ontsteld moeten zijn over de verwoesting van Griekenland door de Europese Unie.”

Jones sprak van een „postmoderne bezetting”, en waarschuwde verder voor „race naar beneden” die TTIP, het vrijhandelsakkoord tussen de EU en de VS waarover nu wordt onderhandeld, zal betekenen. „Het is tijd om de eurosceptische zaak [van rechts] terug te vorderen.” In drie dagen kreeg hij bijna 3.000 veelal instemmende reacties.

En hij is niet de enige. Ook in The Guardian, een krant die in vergelijking met andere Britse media overwegend positief tegenover EU-lidmaatschap staat, schreef columniste Suzanne Moore: „Als het Europese project dat eens zo nobel was, nu neerkomt op de Europese Centrale Bank, die geenszins onafhankelijk is en als een brute deurwaarder Griekenland verder verarmt, hoe kan links dit steunen? De Europese ‘Unie’. Niet in mijn naam.”

Ook elders roeren linkse commentatoren zich. Caitlin Moran, columniste van The Times, tweette: „Mijn hele leven ben ik pro-Europa geweest, maar nu ik zie hoe Duitsland Griekenland behandelt, walg ik.” Ze heeft 543.000 volgers.

In de London Review of Books schreef schrijver en filmmaker Tariq Ali: „Deze capitulatie betekent lijden, maar het leidt ook tot vragen over de EU, haar structuur en beleid. [...] Ik dacht niet dat ik zou stemmen als het EU-referendum plaatsvindt. Nu wel. Ik ga ‘nee’ stemmen.”

Zelfs in Schotland, meer Europa gezind en linkser dan Engeland, worden vragen gesteld. In de Herald vroeg Iain MacWhirther zich af of het niet tijd was een Noors model te willen. Dus geen lid van de Europese Unie, maar wel een vrijhandelsakkoord met die Unie. „Diegenen die geloofden dat de EU een grootste prestatie was van verlicht internationalisme zijn gedwongen opnieuw na te denken. Waar is het sociale Europa dat sociaal-democraten als voormalig voorzitter van de Europese Commissie Jacques Delors ons beloofden?”

Scepsis bij links is niet nieuw

Linkse euroscepsis is niet nieuw. Oorspronkelijk was het niet de rechtervleugel van de Conservatieve Partij, maar Labour dat campagne voerde tegen lidmaatschap van wat toen nog de Europese Economische Gemeenschap heette. De partij vreesde, zoals partijleider Hugh Gaitskill begin de jaren zestig zei, „het einde van het Verenigd Koninkrijk als een onafhankelijke staat”. Het referendum over het Britse lidmaatschap in 1975 werd door premier Harold Wilson mede uitgeschreven om een einde te maken aan ruzie in de Labourpartij over Europa.

Pas onder Neil Kinnock in de jaren tachtig omarmde Labour de EU, als verschansing tegen het rechtse privatiseringsbeleid van Margaret Thatcher. Een toespraak in 1988 over een ‘sociaal Europa’ voor de gezamenlijke vakbonden door Delors dreef Thatcher en een deel van haar Conservatieven richting euroscepsis, Labour juist richting pro-Europeanisme.

Dat gold ook voor de Britse vakbonden. Maar ook vakbondssteun voor Europa is niet langer vanzelfsprekend. Zij vrezen dat premier David Cameron bij zijn heronderhandelingen over het Britse lidmaatschap bepaalde verworvenheden zal willen terugschroeven, waaronder het maximum aantal werkuren per week. Die arbeidstijdenrichtlijn wordt door sommige Conservatieven gezien als belemmering voor de productiviteit.

Mocht Cameron die rechten inderdaad beperken, dan is steun voor EU-lidmaatschap niet gegarandeerd, waarschuwden vakbonden GMB en Unison al. De voorzitter van de grootste vakbond, Len McCluskey van Unite, ging nog verder. Tegen de Financial Times zei hij dat zijn bond dan ook actief campagne zal voeren voor uittreding. Dat geldt ook voor een handvol Labour-Lagerhuisleden, onder wie Kate Hoey. Zij wordt wellicht het gezicht van de ‘uit’-campagne.

De pro-Europeanen in de Labour-partij zijn onderwijl stil. Sinds de Britse verkiezingen in mei, die Labour verloor, is de partij verwikkeld in een hevige leiderschapsstrijd, die gepaard gaat met een identiteitscrisis. Voor de verkiezingen werd in Labour al nauwelijks over het Britse EU-lidmaatschap gepraat, nu helemaal niet.