Vader van Alexander de Grote herkend aan een stijve knie

Een dijbeen dat onder een flauwe hoek vergroeid is met het scheenbeen. Zo’n stijf kniegewricht, dat is onmiskenbaar Filippus II (382-336 v. Chr.), aldus een Grieks-Spaans team antropologen deze week in PNAS. Philippus was koning van Macedonië en vader van Alexander de Grote (356-323 v. Chr.). Uit historische bronnen is bekend dat Filippus mank liep nadat zijn rechterknie was doorboord met een lans.

Het nieuwe inzicht betekent dat Filippus II in een ander graf ligt dan tot nu toe werd aangenomen. Hij is bijgezet in de eerste van de drie tombes die archeoloog Manolis Andronikos in 1977 vond bij het Noord-Griekse stadje Vergina, en niet in de tweede, zoals Andronikos veronderstelde.

Wetenschappers debatteren al jaren over de vraag wie van Alexanders familie in welk graf ligt. Tot nu dachten de meesten dat Filippus samen met een van zijn zeven vrouwen is begraven in Tombe 2. Die springt eruit door rijke grafgiften, onder meer een wapenrusting. Nog vorig jaar zouden de mannelijke resten in dat graf zijn herkend aan de tekenen van een chronische sinusontsteking. Die zou het gevolg zijn van een pijlwond die de koning opliep in 354 voor Chr. en die hem blind maakte in zijn rechteroog.

Tombe 1 bevat de incomplete resten van een man, een jonge vrouw en een volgroeide foetus of pas geboren kind. Uit de gebitsresten maakte het Grieks-Spaanse team op dat de man van middelbare leeftijd was en de vrouw een jaar of achttien. De vergroeide knie laat maar één conclusie toe: dit zijn Filippus, zijn vrouw Cleopatra en hun jongste kind, dat werd geboren enkele dagen voordat de koning in 336 voor Chr. werd vermoord. In Tombe 2 zouden Filippus III Arrhidaeus, een halfbroer van Alexander, en zijn vrouw liggen.